1.4 Formeel en structureel meerjarig begrotingsevenwicht

1.4.1 Formeel begrotingssaldo 2021-2024

Daar waar we in de begroting 2020 het nieuwe formele meerjarensaldo nog opbouwden vanaf het saldo van de kadernota en de mutaties op de daarin opgenomen posten doen we dat nu door de raming opnieuw op te bouwen vanaf het voorgaande formele meerjarensaldo uit de begroting 2020 met een actualisering van de in de kaderbrief benoemde posten en de nieuwe ontwikkelingen zoals in 1.3 benoemd.

Tabel 12 - Hoofdstuk 1

In dit formele saldo maken we nog geen onderscheid tussen de incidentele baten en lasten en de structurele baten en lasten. Om tot een sluitend formeel saldo te komen zullen we dus net als in de begroting 2020 voor 2021 een onttrekking moeten ramen aan de algemene reserve van € 1.05 miljoen. Het batige saldo in 2022 ter grootte van € 824 duizend stellen we de raad voor te storten in de egalisatiereserve algemene uitkering. Dit om in de toekomst iets meer armslag te hebben bij een eventuele toekomstige neerwaartse bijstelling van het accres.

Tabel 13 - Hoofdstuk 1

1.4.2 Structureel en reëel begrotingssaldo 2021-2024

De Provincie stelt als toezichthouder o.a. de eis dat de begroting van de gemeente meerjarig structureel en reëel in evenwicht is. Met dat laatste wordt bedoeld dat de structurele lasten niet groter mogen zijn dan de structurele baten. Om te komen tot het structurele evenwicht dient het formele begrotingsaldo 2021-2024, het saldo van alle baten en lasten inclusief mutaties in de reserves gecorrigeerd te worden voor de incidentele baten en de incidentele lasten. Het alsdan resterende saldo dient in ieder geval voor het jaar 2021 groter te zijn dan nul.

Tabel 14 - Hoofdstuk 1

Het overzicht van incidentele baten en incidentele lasten maakt deel uit van hoofdstuk 3 van de begroting. Voor het maken van het juiste onderscheid tussen incidentele en structurele baten en lasten is de notitie Incidentele baten en lasten van de Commissie BBV gebruikt. Uit de tabel blijkt dat in Landgraaf in 2021 de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Meerjarig neemt dit overschot zelf toe. Hierbij dienen we wel de kanttekening te maken dat de structurele storting in de algemene reserve van € 1,75 miljoen door de Provincie niet als structurele last wordt aangemerkt. Feit is echter wel dat we die structurele storting wel nodig hebben om onze weerstandsratio op peil te houden. Zonder die storting zou de positie van onze algemene reserve meerjarig sterk dalen. Zodanig sterk dat we meerjarig geen voldoende stevige weerstandsratio kunnen handhaven. Anders gezegd betekent dit dat inzet van een deel van die ‘’structurele’’ storting voor nieuw beleid direct ten koste gaat van de weerstandsratio. In de volgende paragraaf van dit hoofdstuk lichten we dit verder toe.