2.1.6 Programma 6 - Sociaal Domein

Structuurgegevens

Portefeuillehouder(s):
A. Schiffelers en C. Wilbach

Verantwoordelijke afdelingshoofden:
J. Drummen (KCC), C. Goffin (MO) en W. Tillie (MOB)

Het programma Sociaal domein omvat de volgende taakvelden:

  • 610 Samenkracht en burgerparticipatie
  • 620 Wijkteams
  • 630 Inkomensregelingen
  • 640 Begeleide participatie
  • 650 Arbeidsparticipatie
  • 660 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
  • 671 Maatwerkdienstverlening 18+
  • 672 Maatwerkdienstverlening 18-
  • 681 Geëscaleerde zorg 18+
  • 682 Geëscaleerde zorg 18-

Programma-samenvatting

We bevinden ons midden in het proces van transformatie op zowel het gebied van de Wmo, de jeugdhulp alsook de participatie. In 2021 gaan we verder aan de slag met de inhoudelijke doorontwikkeling van de transformatie Jeugdhulp en treden de aanbestedingen Wmo hulp bij het huishouden en begeleiding in werking. Samen met de gecontracteerde aanbieders, inwoners en het maatschappelijk middenveld geven we de transformatie verder vorm. De maatregelen voor de kostenbeheersing voor de Wmo uitgaven worden geïmplementeerd door in te zetten op efficiëntere uitvoeringsprocessen en toeleiding naar voor- en achterliggende voorzieningen zoals de wet langdurige zorg. De implementatie van de decentralisatie opvang en beschermd wonen en de ketenveldnorm (passende zorg voor mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben) wordt afgerond voor de start op 1 januari 2022.

Vanuit door inwoners gevraagde ondersteuning werken we aan het verder verbeteren van de onderlinge samenhang op de leefgebieden werk, zorg, inkomen, welzijn, wonen en onderwijs. Dat betekent dat samenwerking en verbinding tussen diverse maatschappelijke organisaties verder moet worden ontwikkeld. Doel hiervan is effectiever en efficiënter werken, zodat we het bestaande voorzieningenniveau met de beschikbare middelen in stand kunnen houden.

We blijven inzetten op een intensivering van de samenwerking in het sociaal domein, zowel tussen organisaties als ook op het niveau van Parkstad en Zuid-Limburg. Een tastbaar voorbeeld is het Buurtontwikkelplan Oud Nieuwenhagen dat ook onderdeel uitmaakt van de Regiodeal Parkstad. Daarin wordt tegelijkertijd een impuls gegeven aan zowel de fysieke als de sociale omgeving, waarbij alle mogelijk belanghebbenden betrokken worden. Deze werkwijze zal steeds vaker toegepast gaan worden op diverse onderwerpen. 

Samenkracht en participatie
Wij stimuleren mensen zoveel mogelijk te participeren in de samenleving. Het betreft hier het meedoen van burgers in de samenleving. Daaronder verstaan we onder andere ook de ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorg, sociaal en cultureel werk, algemeen maatschappelijk werk, wijkopbouw, preventie en bestrijding van eenzaamheid.

Algemene voorzieningen gericht op participeren
In het verleden bleek dat de algemene voorzieningen nog niet in staat waren om vanuit de transformatie de behoefte aan reguliere dagbesteding volledig op te vangen en daarmee een kwalitatief en efficiënt alternatief te vormen voor de traditionele dagbesteding op basis van indicatie. Daarom heeft er in 2019 een evaluatieonderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit onderzoek is besloten de voorzieningen meer in lijn te brengen met het voorliggend veld. Een deel van de algemene voorzieningen is opgenomen in de aanbesteding voor Wmo-begeleiding. Verder hebben we extra ingezet op de voorzieningen in de huiskamers en de inloop GGZ bij Welsun als voorliggende voorziening alsook de arbeidsmatige dagbesteding op Slot Schaesberg.

Preventie en samenwerkingsinitiatieven
Preventie blijft voor zowel jeugd als volwassenen speerpunt in 2021. Met de vaststelling van de programmabegroting 2018 is ook het Preventieplan Jeugd voor de jaren 2018, 2019 en 2020 vastgesteld. Hiervoor is 600 duizend euro per jaar ter beschikking gesteld. Daarbij is afgesproken dat er jaarlijks een tussenevaluatie plaats zal vinden waarin de stand van zaken van alle opgenomen activiteiten en hun opbrengsten. In september en december 2019 heeft via een raadsinformatieavond een tussenevaluatie plaatsgevonden. Per ultimo 2020 is er nog € 264.763,- binnen het budget Preventieplan Jeugd beschikbaar, daarbij benadrukkend dat alle gevraagde inzet -en nog meer- is geleverd. Op basis van de eindevaluatie in 2020 zal aan u worden voorgesteld om voor de komende drie jaar het resterende budget te mogen blijven inzetten om het preventieve beleid goed in te bedden en te komen tot een verduurzaming.

Door te blijven inzetten op preventie voorkomen we dat problemen ontstaan, of dat reeds bestaande problemen meer complex worden. De samenwerking tussen het sociale en fysieke domein intensiveren we door in meer trajecten samen op te trekken, zoals het langer zelfstandig thuis wonen en de huisvesting van kwetsbare doelgroepen in de wijk. Daarmee trachten we de integraliteit en de samenhang in de beleidsontwikkeling nog beter te borgen vooruitlopend op de Omgevingsvisie.

Onder de noemer ”Landgraaf Verbindt” stimuleren we samenwerkingsinitiatieven tussen diverse organisaties die in Landgraaf actief zijn. Het doel hiervan is om het maatschappelijk middenveld te versterken en het voorzieningenniveau in Landgraaf op peil te houden. In 2021 zetten we in op het bevorderen van samenwerkingsinitiatieven specifiek in buurten en wijken. In 2017 is daartoe door uw raad een startbudget van 500 duizend euro vrijgemaakt om in de daaropvolgende jaren innovatieve projecten op het gebied van samenwerking te kunnen ondersteunen. Het doel hiervan is om het maatschappelijk middenveld te versterken en het voorzieningenniveau in onze gemeente op de lange termijn in stand te houden. In de afgelopen jaren is het project doorontwikkeld onder de naam ”Landgraaf Verbindt”. In 2019 hebben wij ervaren dat samenwerkingsverbanden tussen verenigingen en organisaties nog niet vanzelfsprekend tot stand komen. De financiële drempel tot samenwerken is verlaagd door het inrichten van de samenwerkingssubsidie en de behoefte aan een vast aanspreekpunt en duidelijke regie is ingevuld. Een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van Welsun, SMK, TMF en VAZOM, vervult binnen “Landgraaf Verbindt” deze regisseursrol en is vanaf 2020 beter in stelling gebracht om samenwerkingen te stimuleren en aan te jagen. Na 2020 zal het resterende budget € 237.588 bedragen. Omdat het project juist nu een belangrijke fase van doorontwikkeling ingaat zal voor de jaren 2021 en 2022 jaarlijks € 118.794 van het beschikbare budget worden ingezet.

Een ander voorbeeld van samenwerking tussen diverse domeinen betreft de sociaaleconomische structuurversterking binnen het buurtontwikkelplan (BOP) oud Nieuwenhagen. De fysieke en sociaal-economische veranderingen staan onlosmakelijk met elkaar in verbinding. Daarnaast wordt er ook binnen de sociaal-economische structuurversterking met een breed scala aan partijen samengewerkt. Denk daarbij aan hulpverlening/zorg, welzijn, bedrijven/economie, onderwijs, opvang, verenigingsleven, etc. Het jaar 2021 staat dan ook in het teken van het verder uitwerken en implementeren van nieuwe initiatieven ten behoeve van het BOP Oud Nieuwenhagen en de Regiodeal Parkstad.

Eenzaamheid
Landgraaf scoort hoog op eenzaamheidsproblematiek in alle leeftijdscategorieën. De preventie van eenzaamheid is een verantwoordelijkheid vanuit de Wmo. Bij de begrotingsbehandeling 2020 heeft uw raad steun uitgesproken voor de aanpak voor eenzaamheidsbestrijding.

Het inzetten van sleutelfiguren, goede communicatie, het aansluiten bij ketenpartners zijn een aantal aspecten die zijn opgenomen in het plan van aanpak tegen eenzaamheid. Daarnaast gaan we specifiek in op de aanpak van eenzaamheid onder jongeren omdat Landgraaf hier hoger op scoort dan andere Zuid-Limburgse gemeenten. Samen met de twee Landgraafse VO-scholen en JENS zetten wij in op de ontwikkeling van een eenzaamheidsinterventie voor 13-16-jarigen vanuit een drietal sporen in het onderwijs, gericht op eenzaamheidsgevoelens als gespreksonderwerp:
1. Het versterken van roostervrije periode en projectdagen waarin eenzaamheid een gespreksonderwerp wordt;
2. Het komen tot een leerlijn ‘sociaal emotionele ontwikkeling’;
3. Het samen met jongeren voor jongeren een communicatielijn/campagne ontwikkelen en uitvoeren gericht op het bespreek- en zichtbaar maken van eenzaamheidsgevoelens.

Tegelijkertijd investeren we in alle vmbo-klassen middels vijf themalessen, waarin medewerkers van JENS in gesprek gaan met de klas en samen met hen tot een plan van aanpak komen. Deze pilot zal een nul- en eindmeting bevatten en uiteindelijk komt er een plan waarvan we weten wat werkt en hoe men dit kan borgen in de toekomst. Omdat de eenzaamheid ook onder volwassenen en ouderen hoger is dan het Nederlands gemiddelde, continueren we de campagne Landgraaf één tegen eenzaamheid, met als doel eenzaamheid bespreekbaar te maken en waar nodig aanvullende acties in te zetten, naast de al bestaande activiteiten.

Omdat er geen financiële ruimte is binnen de beschikbare middelen en vanwege de beperkte en incidentele impact van deze ruimtevraag hebben we in deze begroting incidenteel € 20 duizend opgenomen om in te kunnen zetten op de bestrijding van eenzaamheid.

Maatschappelijk werk en buurtopbouwwerk
Daar waar het maatschappelijk werk zich primair bezighoudt met het beantwoorden van zeer diverse vragen van inwoners op sociaal- en maatschappelijk gebied, gaat het bij het buurtopbouwwerk meer om het zichtbaar zijn in de wijk en het op de langere termijn verbeteren van de kwaliteit van de sociale leefbaarheid binnen de wijk. Dit doen we door zowel het actief signaleren van knelpunten als door het anticiperen op initiatieven van de inwoners. Welsun voert deze taken voor Landgraaf uit. Binnen de sociaaleconomische structuurversterking Oud Nieuwenhagen zal er een extra taakverzwaring voor Welsun komen. Daarnaast wordt een stijgende trend in het aantal en de complexiteit van vragen van inwoners bij Welsun gesignaleerd. Dit is dan ook de reden waarom er een ruimtevraag is ingediend voor een uitbreiding van de formatie met 3 Fte’s. 

Vrijwilligerswerk en mantelzorg
Veel organisaties kunnen niet goed functioneren zonder de inzet van vrijwilligers. Het gaat hierbij zowel om de traditionele verenigingen als ook om de inzet van vrijwilligers binnen het sociale domein. Naast Welsun, die zelf veel vrijwilligers inzet en verantwoordelijk is voor de vrijwilligerscentrale, zorgt een aantal organisaties voor de ondersteuning van mantelzorgers dan wel de ondersteuning van mensen die vanwege lichamelijke of psychische redenen hier behoefte aan hebben. Het beschikbaar krijgen en houden van voldoende vrijwilligers blijkt met name vanwege de kwalitatieve mismatch en de demografische ontwikkelingen een hardnekkig vraagstuk. Ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren komen vraag en aanbod niet goed bij elkaar. De uitvoering van pilots is door personele wisselingen bij de samenwerkingspartners helaas minder voortvarend geweest dan gewenst. We pakken dit vraagstuk nu op gekoppeld aan de structuurversterking Oud Nieuwenhagen, waarbij we vanuit dit gebied ervaring willen opdoen voor de aanpak in de rest van de gemeente.

Binnen de groep mantelzorgers is de groep jonge mantelzorgers kwetsbaar. Vanaf 2020 is de ondersteuning van jonge mantelzorgers belegd bij JENS. Zij werken hierin samen met het Steunpunt Mantelzorg. Jonge mantelzorgers zijn moeilijk te vinden. Zij herkennen zichzelf vaak niet als mantelzorger; vinden het normaal. Samen met andere Parkstadgemeenten gaan we aan de slag hoe we deze groep meer kunnen bereiken.

Inburgering
Per 1 juli 2021 treedt de nieuwe inburgeringswet in werking, welke zal gaan gelden voor statushouders en immigranten met een inburgeringsplicht. Via een raadsinformatiebrief bent u in juni 2020 geïnformeerd over de nieuwe inburgeringswet. De wijze van implementatie wordt in het voorjaar van 2021 nader uitgewerkt. Het streven daarbij is om de samenwerking tussen onderwijs, maatschappelijke begeleiding en participatie te versterken.

Wijkteams
De uitvoering van de Wmo hebben wij zoals in de programmabegroting 2020 al is aangekondigd- geconcentreerd, omdat we daarmee meer slagkracht en een effectieve dienstverlening aan de dag kunnen leggen. Ook het proces en de uitvoeringsorganisatie zijn we naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek (draaiknoppen Wmo) aan het aanpassen. Vanwege de toenemende complexiteit van zorgvragen en een nog effectievere dienstverlening richting cliënten, werken we vanuit een directere relatie tussen de cliënt en de Wmo-consulent vanuit specialisme in de plaats van generalisme. Daarbij worden zo min mogelijk overdrachtsmomenten gecreëerd wat zorgt voor effectievere en verkorte processen. Hiermee optimaliseren wij de dienstverlening richting onze inwoners die een beroep op de gemeente doen voor ondersteuning vanuit de Wmo. De voorzichtig ingeschatte financiële besparing die dit met zich meebrengt in de uitvoeringskosten ter hoogte van € 80 duizend in 2021 oplopend tot € 240 duizend is reeds verwerkt in de ramingen van deze begroting.

Inkomensregelingen
Onder inkomensregeling wordt verstaan het verstrekken van uitkeringen vanuit de Participatiewet aan mensen die zijn aangewezen op bijstand. Ook de uitvoering van de bijzondere bijstand en de diverse minimaregelingen behoren tot dit taakveld. De uitvoering hiervan ligt bij ISD BOL en onze partners Leergeld, Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur.

In de afgelopen jaren heeft een groei plaatsgevonden in het aantal unieke dat we hebben kunnen bereiken met deze regeling. Die groei zet zich in 2021 door. Op zich positief, want dit betekent dat we wederom meer kinderen bereiken. Door de Coronacrisis bleek er nog een aantal basisschoolkinderen zonder laptop/tablet te zitten. In samenwerking met de gemeente en Movare heeft Leergeld ervoor gezorgd dat alle basisschoolkinderen in onze gemeente over de benodigde apparatuur kunnen beschikken. Voor wat betreft de middelbare scholen is Leergeld bezig om ervoor te zorgen dat kinderen de benodigde laptops krijgen. Hiervoor hebben zij de samenwerking gezocht met een aantal bedrijven. Mogelijk dat middels sponsoring vanaf schooljaar 2020/2021 onze middelbare scholieren hier al voordeel bij kunnen hebben. Wij verwachten wederom een groei in het aantal kinderen dat Leergeld weet te bereiken. Omdat het een openeindregeling betreft is deze groei als autonome ontwikkeling ter hoogte van € 95 duizend structureel opgenomen in deze ontwerpbegroting.

BUIG
Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en voor de inzet van loonkostensubsidie. Deze uitkering is gebaseerd op een objectief verdeelmodel. Idealiter zou de uitkering voldoende hoog moeten zijn om de uitkeringslasten volledig te dekken. Dat is voor onze gemeente echter al jaren niet het geval, waardoor wij structureel tekorten hebben op de uitkeringslasten die wij zelf moeten bijpassen. Zo is de drempel om in aanmerking te komen voor de extra Vangnetuitkering 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende BUIG.

Wij hebben op alle fronten veel energie gestoken in pogingen om verbeteringen in het verdeelmodel gerealiseerd te krijgen. Tot nu toe heeft dit echter nog niet tot betere resultaten geleid. De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ten aanzien van het verdeelmodel voor de grotere gemeenten medio 2019 leek ook in ons voordeel uit te pakken. Het ministerie kon zich hierin echter niet vinden, waardoor wij ons blijven inzetten voor adequate compensatie als gevolg van tekorten die te wijten zijn aan het model. Om de eventuele tekorten te kunnen opvangen is een egalisatiereserve Inkomensdeel WWB ingesteld. Mede dankzij de al geplande extra stortingen in 2020 en 2021 achten we die reserve voldoende groot om tekorten op te vangen. We hebben hiervoor wel een risicopost benoemd en de eventuele (rest)impact van dit risico meegenomen in de inventarisatie van onze benodigde weerstandsbehoefte.

Over de periode 2018 – 2022 werd ingezet op een daling van het uitkeringsbestand met 2%. Voor 2021 zou dit betekenen dat we eind 2021 op 961 cliënten zouden moeten uitkomen. Sinds de aanvang van Covid-19 zien we echter al een stijging van het bestand. De stand eind juni 2020 was 997: een stijging van 6,1%. Op basis van hetgeen mogelijk kan doorvallen vanuit de WW, is een stijging van 10% niet ondenkbaar.

Het Centraal Planbureau heeft 4 scenario’s doorgerekend. Al deze 4 scenario’s eindigen in een recessie. Waarbij in het 4e scenario (2e golf scenario) er landelijk een stijging van 51% wordt voorspeld. Voor onze gemeente hebben we berekend wat deze 4 scenario’s mogelijk in cliëntenaantallen betekenen:

Tabel scenario's ISD BOL

Gezien de te verwachten economische recessie waarin we mogelijk terecht gaan komen, zal het tekort op de BUIG gaan toenemen.

Een ander aspect dat in dit kader nog van belang is, is het volgende. Medio mei 2020 hebben onderzoekers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht (UM) in de vorm van een factsheet voor alle Limburgse gemeenten in kaart gebracht hoe kansarm of kansrijk mensen in een uitkeringsafhankelijke situatie zijn. 5 aspecten bepalen of iemand kansarm of kansrijk is; gezondheidsproblematiek, financiële problematiek, opleidingsniveau, migratieachtergrond en gezinssituatie. Bij het maken van de profielschetsen is gekeken naar het soort uitkering dat iemand geniet; werkeloosheidsuitkering, bijstandsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Bij alle groepen uitkeringsafhankelijken is de financiële problematiek het grootst in Zuid-Limburg. Tussen de 62% en 79% van alle bijstandsontvangers hebben financiële problemen. Dit is veel hoger dan bij mensen met een werkeloosheidsuitkering. Financiële problemen zijn van grote invloed op de kans op re-integratie. Als iemand dan ook nog laagopgeleid is (wat in 36%-64% van de Limburgse gemeenten het geval is), nemen de kansen nog verder af. Gezondheid lijkt een mindere rol te spelen. De onderzoekers geven aan dat in 18 van de 31 Limburgse gemeenten er veelal sprake is van meervoudige problematiek. In 4 van deze 31 gemeenten is deze problematiek ook nog vaak zeer complex. Landgraaf behoort, naast Kerkrade, Weert en Roermond tot 1 van deze 4 gemeenten. De Landgraafse score - in vergelijking met de andere Limburgse gemeenten – op het gebied van gezondheidsproblematiek, financiële problematiek, opleidingsniveau, migratieachtergrond en gezinssituatie is als volgt:

Uit dit overzicht blijkt, dat:
- 76% van de inwoners met een arbeidsongeschiktheidsuitkering ervaart gezondheidsproblemen. Deze relatieve score is samen met Nederweert, Peel en Maas en Weert de hoogste in de provincie;
- 47% van de arbeidsongeschikten is laagopgeleid. Samen met Maastricht, Kerkrade en Brunssum is dit de hoogste score in Zuid-Limburg;
- 5% van de arbeidsongeschikten betreft eenoudergezinnen. Samen met Maastricht, Heerlen, Meerssen, Voerendaal en Brunssum behoort Landgraaf tot de gemeenten in Zuid-Limburg met relatief zeer veel eenoudergezinnen onder arbeidsongeschikten;
- Doordat sprake is vaan een zeer hoge score onder de arbeidsongeschikten op het gebied van gezondheid, lage opleiding en gezinssituatie is sprake van een zeer complexe problematiek die re-integratie belemmerend werkt;
- Ten aanzien van de Landgraafse inwoners met een WW-uitkering – ten opzichte van de andere Limburgse gemeenten – sprake is van een laag tot gemiddelde score op het gebied van gezondheid, financiën, opleiding, achtergrond en gezinssituatie;
- De relatieve positie van Landgraaf op het gebied van gezondheidsproblematiek onder inwoners in de bijstand is ten opzichte van de Zuid-Limburgse gemeenten eenzelfde. In vooral de Midden-Limburgse gemeenten is die zeer hoog;
- Financiële problemen onder inwoners met een bijstand uitkering is relatief hoog (74%). In Kerkrade, Heerlen en ook Beekdaelen, is sprake van een zeer hoge relatieve score;
- Landgraaf, samen met Kerkrade, Sittard-Geleen en Beek, heeft de hoogste relatieve score in Zuid-Limburg van bijstandsontvangers met een laag opleidingsniveau;
- Eenoudergezinnen onder mensen in de bijstand komen het meest voor in Parkstad en dan met name in Landgraaf, Voerendaal, Heerlen en Brunssum.
- Samen met Kerkrade scoort Landgraaf het hoogste in Zuid-Limburg ten aanzien re-integratie belemmerende factoren onder bijstandsontvangers.

Uit de factsheet uitkeringsafhankelijke inwoners in Limburg komt een zeer verontrustend beeld naar voren ten aanzien van onze inwoners die op een uitkering zijn aangewezen. Wat betreft inwoners met een bijstandsuitkering is in eerdere P&C-documenten van ISD BOL al gewezen op de schuldenproblematiek en beïnvloeding hiervan op de mogelijke re-integratie. Reden waarom ISD BOL aan de poort direct onderzoeken of er sprake is van schuldenproblematiek en in het bevestigende geval direct doorverwijzen naar Welsun.

In samenspraak met ISD BOL zullen wij de bevindingen het ROA dan ook nader analyseren en een plan van aanpak opstellen voor onze inwoners met een bijstandsuitkering.

Participatie
In samenwerking met de andere Zuid-Limburgse gemeenten en andere partners is een agenda opgesteld, waarbij bestaande projecten en initiatieven zoals Perspectief Op Werk en de Regiodeal, geplaatst zijn in de recente economisch ontwikkelingen. Vanuit het besef dat de verwachte economische teruggang invloed heeft op de plaatsingsmogelijkheden van onze kandidaten én dat het aantal kandidaten waarvoor een werkplek nodig is groeit zoeken we via de centrumgemeente Heerlen meer dan in het verleden samenwerking op Zuid-Limburgse schaal op. Hierbij wordt ook gekeken naar de verbinding met onderwijs en arbeidsmarkt.

Wij participeren bij de uitvoering van de participatiewet in drie gemeenschappelijke regelingen (ISD BOL, WSP en WOZL) en vervullen via ons eigen Mensontwikkelbedrijf (MOB) een belangrijke rol in de ondersteuning van kandidaten bij hun ontwikkeling. Om kansen op de arbeidsmarkt voor onze doelgroep zo goed als mogelijk te benutten is samenwerking in de keten essentieel. De partners in de regio hebben in het afgelopen jaar gewerkt aan optimalisering van deze samenwerking. Voor 2021 gaan we door op de ingeslagen weg om de ketensamenwerking verder te versterken. Hierbij heeft iedere partner een eigen kerntaak binnen het proces van In- uit- en doorstroom (IDU). ISD BOL is hierbij verantwoordelijk voor de poort en het van hieruit zo snel als mogelijk doorleiden naar werk van mensen die arbeidsfit zijn. Het MOB is verantwoordelijk voor de mensontwikkeling, waarbij het uitgangspunt is om het maximaal mogelijk voor de kandidaat te behalen. Het WSP is verantwoordelijk voor de werkgeversbenadering. Om het proces soepel te laten verlopen is het noodzakelijk dat er bij deze taakverdeling sprake is van “stippellijnen”: alhoewel het WSP primair verantwoordelijk is voor de werkgeversbenadering heeft ook het MOB-contacten met de lokale werkgevers, wordt aan de poort samengewerkt met het WSP en bespreekt het MOB-kandidaten die nog niet volledig arbeidsfit zijn met het WSP om toch alvast te kijken naar kansen op de arbeidsmarkt. Ook worden kandidaten en vacatures via een gezamenlijk systeem gematcht.

Om het maximale uit kandidaten te halen is in 2019 gestart met het project bepaling ontwikkelbaarheid van de doelgroep arbeidsfit 0-30%. De resultaten van deze pilot waren dusdanig dat er door uw raad middelen beschikbaar gesteld zijn om het project in de 2e helft van 2020 voort te zeggen. Daarnaast is voor de verdere uitvoering van het project een ruimtevraag ter hoogte van € 167 duizend ingediend. Daarnaast is een vraag ingediend voor extra ontwikkelcoaches teneinde de ontwikkeling van de doorgestroomde kandidaten op te pakken. Alleen met deze additionele middelen kan van de volledige doelgroep de arbeidsfitheid bepaald worden.

Onze bijdrage aan de WOZL neemt op grond van de nieuwe begroting 2021 af.

Begeleide participatie
Wanneer een voorziening gericht is op het niet meer door laten stromen naar regulier betaald werk, valt deze onder begeleide participatie. Meer concreet gaat het om:
- De werkzaamheden op het gebied van ondersteuning bij vrijwilligerswerk (voor zover dat maximaal haalbaar is);
- De uitvoering van beschut en begeleid werk;
- (Arbeidsmatige) dagbesteding.
In 2020 is sprake geweest van een gedeeltelijke taakverschuiving van ISD BOL naar het MOB voor wat betreft de ondersteuning van mensen met een uitkering die tot de doelgroep vrijwilligerswerk hoort. Dit past binnen de in gang gezette ontwikkeling waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door het MOB ondersteund worden in hun ontwikkeling naar de geschikte participatieplek. Voordeel hiervan is dat, voor zover hier voldoende capaciteit voor beschikbaar komt, op termijn het zien van ontwikkelpotentieel binnen de reguliere werkwijze van het MOB ingebed kan worden. Ook hiervoor is een extra structurele ruimtevraag ter hoogte van ca. € 68 duizend voor een participatiecoach ingediend.

Arbeidsparticipatie
Onder arbeidsparticipatie verstaan we het benutten van kansen om zoveel als mogelijk mensen deel te laten nemen aan reguliere arbeid. Daarbij is het uitgangspunt de beste kandidaat op de beste plaats. Het WSP heeft bij de plaatsing van kandidaten vanuit de participatiewet een belangrijke rol, waarbij niet alleen baanopeningen gezocht worden maar ook gekeken wordt naar hoe werk passend gemaakt kan worden voor de doelgroep. Hierbij gaan we er wel van uit dat dit laatste in 2021 onder druk komt te staan omdat bedrijven minder zullen kiezen voor mensen die meer ondersteuning nodig hebben. De grotere concurrentie op de arbeidsmarkt maar ook de noodzaak voor ondernemers om te overleven liggen hieraan ten grondslag. De opgave is om tegen deze afnemende vraag zoveel als mogelijk arbeidsfitte mensen zo snel als mogelijk naar werk te krijgen en voor zover dat niet lukt in te zetten op behoud en vergroten van arbeidsfitheid. Scholing en omscholing zijn hierbij van belang. Door de stijging van het aantal mensen dat ondersteund moet worden én de verwachting dat deze ondersteuning langdurig is gaat er een capaciteitsprobleem ontstaan. De omvang hiervan is nu nog niet te duiden.

Maatwerkvoorzieningen (Wmo)/maatwerkdienstverlening 18+
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zet hoog in op eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht. Dit betekent dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor het organiseren van zijn eigen leven, werken en wonen. Daarbij draait het om kernbegrippen zoals participatie, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Het uitgangspunt is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. Daarbij worden zij als dat mogelijk is geholpen door familie, vrienden of bekenden. Als dat niet mogelijk is, dan is er ondersteuning vanuit de gemeente.

Als gemeente hebben we daarbij de wettelijke verplichting om maatwerk te bieden; de maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing, gebruikelijke hulp of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod. Het gebruik van een algemene voorziening kan, afhankelijk van de omstandigheden van de inwoner ook tot het vereiste maatwerk leiden. Het gaat uiteindelijk om het resultaat dat wordt behaald en niet om de wijze van oplossen. Dit betekent dat eerst gekeken wordt om gebruik te maken van een van de voorzieningen die voor iedereen, zonder indicatie of besluit van de gemeente, vrij toegankelijk zijn. Pas als dat geen oplossing biedt, wordt naar een maatwerkvoorziening gekeken.

In de programmabegroting 2020 is bepaald dat heroriëntatie op de Wmo noodzakelijk is. Zowel wat betreft het beleid als de uitvoering. Dit vanwege:
- Demografische ontwikkelingen (voortschrijdende vergrijzing);
- Jurisprudentie CrvB ten aanzien van hulp bij het huishouden (indicering);
- Beleidsmaatregelen rijksoverheid (abonnementstarief, AmvB uurtarief hulp bij het huishouden);
- Nieuwe taken die beslag leggen op Wmo-budgetten (Wet verplichte GGZ, verwarde personen, opvang & beschermd wonen en geweld in afhankelijkheidsrelaties).
Indien er geen heroriëntatie zou plaatsvinden dan zou dit onvermijdelijk tot extra budget voor de Wmo leiden.

De aanleiding voor dit onderzoek was dus kostenbeheersing. Het onderzoek naar de draaiknoppen is gereed. Het uitgevoerde onderzoek laat zien dat – zonder de kern van Wmo daarbij uit het oog te verliezen – kostenbeheersing tot de mogelijkheden behoort waarbij we aan alle draaiknoppen moeten draaien.

In beleidsmatig opzicht, hebben we een aanbesteding uitgezet voor begeleiding en hulp bij het huishouden, gericht op nieuwe contracten per 1 januari 2021. Voor de begeleiding doen we dit samen met de gemeente Brunssum en voor hulp bij het huishouden samen met de gemeenten Simpelveld, Voerendaal en Brunssum. Richting zorgaanbieders leggen we daarmee meer slagkracht en massa aan de dag, hetgeen qua prijsstelling van invloed zal zijn op de aanbiedingen van de zorgaanbieders. Voor de begeleiding wordt ingezet op een lumpsum financiering met een beperkt aantal zorgaanbieders. Bij hulp bij het huishouden zal nadrukkelijker dan voorheen gestuurd en afgerekend worden op daadwerkelijk geleverde zorg. Voorts zullen wij nader verkennen of de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget in de plaats van hulp bij het huishouden in nature, alsook het op een andere wijze van organiseren c.q. aanbieden van taken zoals was- en strijkservice en boodschappenservice de kosten van hulp bij het huishouden kunnen beperken en mogelijk kunnen verlagen.

Qua proces en organisatie van de uitvoering van de Wmo zetten we meer dan tot nu toe in op nazorg. We doen dit vanuit een tweeledige gedachte. Enerzijds vanuit het perspectief van de cliënt: voldoet de geleverde zorg nog aan de actuele situatie, of is er een opschaling of afschaling van de zorg aan de orde. Daarbij zal ook aan de orde zijn of de Wmo nog de juiste route voor ondersteuning is of dat ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg een meer passend perspectief is. Anderzijds geeft nazorg meer inzicht in de zorgverlening door de zorgaanbieders, in de zin van de aan cliënten geleverde zorg. Is deze zoals contractueel afgesproken of is bijsturing daarop noodzakelijk.

Met de in beleidsmatig opzicht voorgenomen maatregelen en daaruit volgend in het proces en organisatie doorgevoerde maatregelen verwachten wij enerzijds de kosten van de uitvoering van de Wmo te beheersen en op de midden en lange termijn te kunnen terugdringen met een bedrag van 240 duizend op jaarbasis vanaf 2023
We gaan onderzoeken of de huidige wijze van uitvoering van de Wmo door de gemeente nog passend is en of een andere wijze van organiseren in groter verband of eigen beheer meer mogelijkheden biedt de kosten in de hand te houden.

In 2021 starten we ook met een continu-meting naar cliënttevredenheid bij de Wmo.

Schulddienstverlening
Welsun (1e lijn) en Kredietbank Limburg (KBL, 2e lijn) geven in samenwerking vorm aan de ondersteuning van mensen die schulden hebben. Hierbij maakt men gebruik van elkaars kennis en kunde. De dienstverlening wordt laagdrempelig vanuit de locatie van Welsun aangeboden, waarbij men steeds kijkt welk instrumentarium passend is. Onderdeel hiervan is stabiliseren van de situatie zodat stress zoveel als mogelijk weggenomen kan worden.

De insteek is om financiële problemen in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen. Enerzijds om te voorkomen dat bij mensen grote financiële problemen ontstaan en anderzijds ook om te voorkomen dat langdurige en dure instrumenten ingezet moeten worden. In dat kader wordt samengewerkt met diverse partners. Meer inzetten op vroegsignalering betekent ook dat er voldoende capaciteit beschikbaar moet zijn om de vragen op te pakken. Vanaf medio 2020 wordt meer capaciteit ingezet binnen het voorportaal van Welsun. We moeten er rekening mee houden dat dit op termijn ook gaat leiden tot meer doormeldingen bij de Kredietbank en dus een lastenstijging. Dit staat nog los van de gevolgen van de huidige crisis.

Medio 2020 tekent zich nog geen toename af van het aantal mensen dat een beroep doet op schulddienstverlening. Schuldeisers zijn in de beginperiode coulant geweest en landelijk was bijvoorbeeld afgesproken dat er geen huisuitzettingen plaatsvinden. Dit betekent echter niet dat er geen schulden zijn ontstaan. Verwacht wordt een substantiële toename van het aantal mensen met problematische schulden en dus ook een evenredige toename van het aantal trajecten.
Momenteel lopen een viertal wetgevingstrajecten, ter ondersteuning van het voorkomen en het daadwerkelijk oplossen van de schuldenproblematiek:
- De wet vereenvoudiging Beslagvrije voet (vBVV);
- De Wet Stroomlijning keten voor derdenbeslag ten behoeve van het verbreden van het beslagregister (VBR);
- Wijziging wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS);
- De wet Adviesrecht gemeenten bij Schuldenbewind (AGS).
Deze wetswijzigingen worden in 2021 ingevoerd. In kaart zal worden gebracht wat de gevolgen van deze wetswijzigingen zijn voor het gemeentelijk beleid en de uitvoering.

Maatwerkdienstverlening 18-
Tot het taakveld maatwerkdienstverlening 18- behoort begeleiding van jongeren tot 18 op het vlak van jeugd- en opvoedhulp, jeugd- GGZ, jeugdzorg aan verstandelijk beperkten, vervoer, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf en jeugdzorg+ (gesloten jeugdhulp).

Jeugd- en opvoedhulp
In 2020 is het inkoopmodel ambulante jeugdhulp, dat in 2019 voor het eerst is geïmplementeerd, voortgezet. Er is sprake van een lumpsum financiering die gegund is aan het consortium JENS.
Dit consortium werkt samen met andere organisaties in een strategisch partnerschap. 2019 heeft in het teken gestaan van de operationele uitvoering van de gegunde jeugdhulp (inrichten organisatie, werkwijze processen ontwikkelen en herijken, borgen zorgcontinuïteit ofwel de transitie). In de 2e helft van 2019 zijn afspraken gemaakt over de transformatieve aanpak van de ambulante jeugdhulp. De transformatie wordt op een projectmatige wijze opgepakt en doorgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn:
Preventief:
- Gezinswerker: 1 ambulant medewerker in het gezin, die de regie voert over alle jeugdhulpverlening;
- Schoolmaatschappelijk werk in VO, PO en voorscholen;
- KIES-trainingen;
- Aanpak jonge mantelzorgers;
- Uitbreiden van buitenschoolse activiteiten;
- Weerbaarheid op maat.
Zorg dichtbij:
- Rootz: ambulante begeleiding groep, die thuis nabij wordt uitgevoerd in plaats van op extern gelegen locatie van jeugdhulpaanbieder, waar jeugdigen met busjes naar toe moeten worden gebracht;
- Diagnostiek team: specialistische hulp wordt zoveel als mogelijk thuis nabij aangeboden, waardoor jeugdigen niet meer naar de locatie van de jeugdhulpaanbieder hoeven te reizen;
- Psychiater in de wijk;
- Startklassen en onderwijs-zorgscholen: in het kader van het mogelijk maken van inclusief onderwijs wordt jeugdhulp toegevoegd aan de basiszorgstructuur van het onderwijs.

Overige jeugdhulp
Via centrumgemeente Maastricht kopen we de overige jeugdhulp in, te weten:
- Crisishulp (zowel ambulant als residentieel);
- Verblijf (alle vormen, ook pleegzorg);
- Jeugdzorg Plus (Gesloten Jeugdzorg, inkoop op schaal van Zuid-Nederland);
- Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en de Crisisdienst Jeugd (voorheen SEH genoemd).

In 2020 is via de Centrumgemeente Maastricht de inkoopstrategie vastgesteld en zijn 5 segmenten bepaald, te weten:
- Segment 1: Verblijf. Verblijf moet voor 01/01/2021 ingericht zijn;
- Segment 2: Wonen. De DVO Jeugdhulp loopt af per 01/01/2023 maar kan nog verlengd worden;
- Segment 3: Begeleiding. De DVO Begeleiding Jeugd loopt af per 01/01/2021 maar kan jaarlijks verlengd worden;
- Segment 4: Specialistisch. De DVO Jeugdhulp loopt af per 01/01/2023 maar kan nog verlengd worden;
- Segment 5: Crisis. De DVO Jeugdhulp loopt af per 01/01/2023 maar kan nog tweemaal één jaar verlengd worden.

Wij participeren in de inkoop van segmenten 1, 2 en 5. De aanbesteding van segment 1 is in 2020 opgestart en wordt gecombineerd met een aanbesteding op Jeugdzorg Plus. De Jeugdzorg Plus wordt als gevolg daarvan niet meer ingekocht op schaal van Zuid-Nederland.

Geëscaleerde zorg 18+
Onder geëscaleerde zorg 18+ worden alle opvang en beschermd wonen voorzieningen verstaan met inbegrip van eventuele maatwerk dienstverlening en –voorzieningen voor burgers die in deze opvanglocaties verblijven. De wet verplichte GGZ wordt op een aantal onderdelen hersteld en verbeterd. Daarnaast treedt naar verwachting op 1 januari 2022 de Ketenveldnorm in werking en de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein. Dit wetsvoorstel verankert een duidelijk taak voor gemeenten om te komen tot een integrale en gecoördineerde aanpak voor meervoudige problematiek. Tevens regelt het een duidelijk taak voor gemeenten om zorg te dragen voor een meldpunt voor inwoners met niet-acute zorgen over zichzelf of een ander. De voorbereidingen hiervoor zijn we gestart en lopen door in 2021. Met de ketenveldnorm wordt passende zorg geboden aan mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben. Dit vanuit een ‘levensloopbenadering’, zodat professionals zo lang als nodig betrokken kunnen blijven.

Opvang en beschermd wonen
Wij stellen onze inwoners die extra zorg nodig hebben centraal. In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de verantwoordelijkheid voor een groot aantal decentralisatietaken neergelegd bij alle gemeenten. Voor de decentralisatietaken van de Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang is de primaire uitvoeringstaak in 2021 nog aan de centrumgemeente (gemeente Heerlen) opgedragen. In 2021 werken we in Parkstad gezamenlijk aan de doordecentralisatie per 1 januari 2022. Uitgangspunt hierbij is de door de Raad in 2017 vastgestelde Regiovisie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad. In de loop van 2021 wordt door de Rijksoverheid het nieuwe verdeelmodel bekend gemaakt voor de financiering van beschermd wonen. Op basis hiervan zullen ook de afspraken binnen de centrumregeling Opvang en Beschermd wonen worden aangepast. Uitgangspunt is dat ondersteuning, bescherming en behandeling zoveel mogelijk in de thuissituatie wordt ingezet. Daarnaast blijven we regionale voorzieningen ook regionaal inkopen en bekostigen.

Over de decentralisatie van de maatschappelijke opvang wordt in 2024 een besluit genomen door de Rijksoverheid.

Geëscaleerde zorg 18-
Tot het taakveld geëscaleerde zorg 18- behoren maatregelen gericht op de opvang en het verbeteren van de veiligheid van kinderen en jeugdigen tot 18 jaar (met inbegrip van maatwerkdienstverleningsmaatregelen) voor jeugdigen die in de betreffende opvangvoorzieningen verblijven.

Veilig Thuis/Geweld Hoort Nergens Thuis
Veilig Thuis is het meldpunt voor situaties waarin kindermishandeling/ huiselijk geweld een rol speelt. De afgelopen jaren is gewerkt aan een stabiele basis voor Veilig Thuis als organisatie binnen de GGD Zuid-Limburg. In 2020 is de regionale visie “Geweld in Afhankelijkheidsrelaties” en bijbehorende uitvoeringsagenda vastgesteld. In 2021 worden de acties van de uitvoeringsagenda nader uitgewerkt. Doelstelling is om in samenwerking met anderen te komen tot een effectieve aanpak die aantoonbaar leidt tot het stoppen van geweld, duurzaam herstel van de veiligheid en het bevorderen van de ontwikkelkansen van de personen die betrokken zijn bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit vraagt ook om een stabiele basis in Landgraaf en borging van de personele inzet bij Welsun. Vandaar dat de inzet Triage Veilig Thuis vanuit Welsun voor 2021 als autonome ontwikkeling is opgenomen.

Omgevingsanalyse

Kengetal historische ontwikkeling Bron 2015 2016 2017 2018 2019
% WWB-ers in beroepsbevolking (*). CBS statline 5,40% 5,40% 5,50% 5,40% 5,30%
Aantal personen werkzaam in WSW. WOZL 526 503 458 449 439
Aantal personen met een bijstandsuitkering. ISDBOL 1.030 1.037 991 1.033 940
Instroom nieuwe cliënten Welsun. Welsun 1.301 1.227 1.226 --- 1.255
Aantal toekenningen bijzondere bijstand. ISDBOL 2.349 3.972 3.351 3.357 2.500
Aantal personen dat in aanmerking is gekomen voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. BsGW 2.064 1.790 1.604 1.234 1.462
Aantal personen dat traject schuldhulpdienstverlening heeft (gehad). Welsun 558 442 536 505 559
(*) Beroepsbevolking betreft personen die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of die geen betaald werk hebben, recent naar
betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking).
De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar.
Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Beleidsindicatoren BBV

  

 

Beleidsindicatoren (BBV) Bron 2015 2016 2017 2018 2019
Aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. LISA 396,8 394,9 405,3 418,5 432,1
% Jongeren (12 t/m 21-jarigen) met een delict voor de rechter. Verwey Jonker 1,46 --- --- --- --- *
% Kinderen (tot 18 jaar) in uitkeringsgezin. Verwey Jonker 8,63% --- --- --- --- *
Netto arbeidsparticipatie (% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking). CBS 61,40% 61,30% 60,80% 62,70% 64,10%
% Werkloze jongeren (16 t/m 22-jarigen). Verwey Jonker 2,32% --- --- --- --- *
Aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners. CBS 424 437 426 413 398
Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 10.000 inwoners van 15-64 jaar. CBS 262 239 208 202 202
% Jongeren met jeugdhulp (van alle jongeren tot 18 jaar). CBS 10,50% 11,90% 13,50% 16,50% 15,50%
% Jongeren met jeugdbescherming (van alle jongeren tot 18 jaar). CBS 1,80% 1,80% 1,80% 1,90% 1,70%
% Jongeren met jeugdreclassering (van alle jongeren van 12 tot 23 jaar). CBS 0,80% 0,70% 0,80% 0,60% 0,60%
Aantal cliënten met een maatwerkarrangement WMO (per 10.000 inwoners). GMSD 375 780 750 775 800

Analyse historische ontwikkeling kengetallen en beleidsindicatoren

Door de economische voorspoed gedurende de laatste jaren, is een daling te zien in het aantal personen met een bijstandsuitkering. Ook het aantal toekenningen bijzondere bijstand is gedaald. Daar staat tegenover dat het aantal personen dat ondersteuning heeft ontvangen voor schuldhulpverlening toeneemt. Vanaf 2020 zal meer capaciteit worden ingezet voor de begeleiding van cliënten.

Beleidskader programma

Omschrijving Kader Actualiteit
Beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) 2013
Beleidsplan integrale aanpak sociaal domein Landgraaf 2015-2018 2014
Accommodatieplan Landgraaf 2015
Bestuursovereenkomst Bureau Voortijdig Schoolverlaten Parkstad Limburg 2015
Nota Landgraaf maakt werk van participatie 2015
Beleidskaders arbeidsmarkt Parkstad Limburg 2016-2020 2016
Preventieplan Jeugd 2017
Visie opvang en beschermd wonen Parkstad 2018
Bouwstenennotitie sluitende aanpak voor personen met verward gedrag 2018
Regiovisie Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (nog vast te stellen in tweede helft 2019) 2019
Subsidiebeleid gemeente Landgraaf 2019 2019
Ondernemingsplan Werkgevers Service Punt (WSP) 2019

Wat willen we bereiken?

1. Zoveel mogelijk inwoners laten deelnemen aan het maatschappelijk verkeer

1.2.1 Het aantal verstrekte uitkeringen aan het eind van het jaar

Norm: Afname 2% t.o.v. 2019

Prestatie-indicator in % Norm
1.2.1 Het aantal verstrekte uitkeringen aan het eind van het jaar 2 %

Wat gaan we daarvoor doen in 2021?

2. Samen met de maatschappelijke partners versterken van de preventieve en algemene voorzieningen gericht op de zelfredzaamheid en participatie van inwoners

Wat gaan we daarvoor doen in 2021?

3. Door maatwerk een vangnet bieden voor niet-zelfredzame inwoners

3.1.1 Afname inzet zware jeugdhulp

Norm: Afname 2% t.o.v. 2018

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.1 Afname inzet zware jeugdhulp 2 %

3.1.2 Periodieke voortgangsrapportage van consortium ambulante jeugdhulp

Norm: Minimaal 2

Prestatie-indicator in aantallen Norm
3.1.2 Periodieke voortgangsrapportage van consortium ambulante jeugdhulp 2

3.1.3 Gemiddeld aantal openstaande verstrekkingen zware jeugdhulp per maand

Norm: Aantal 142

Tot en met 2018 is gemeten hoeveel van de nieuwe instroom binnen 12 weken is aangemeld op een traject. Aangezien inmiddels iedereen die geschikt is voor een traject aangemeld wordt is het niet langer zinvol om dit als prestatie-indicator te gebruiken. In plaats daarvan wordt nu gekeken naar het percentage van het totale bestand dat deelneemt aan een traject. Hiermee ontstaat ook inzicht in de omvang van de uitkeringsgerechtigden die niet tot participatie in staat zijn.

Prestatie-indicator in aantallen Norm
3.1.3 Gemiddeld aantal openstaande verstrekkingen zware jeugdhulp per maand 142

3.1.4 % meldingen dat een vervolg (aanvraag maatwerk of voorliggende voorziening) heeft gekregen

Norm: 55%

Tot en met 2018 is gemeten hoeveel van de nieuwe instroom binnen 12 weken is aangemeld op een traject. Aangezien inmiddels iedereen die geschikt is voor een traject aangemeld wordt is het niet langer zinvol om dit als prestatie-indicator te gebruiken. In plaats daarvan wordt nu gekeken naar het percentage van het totale bestand dat deelneemt aan een traject. Hiermee ontstaat ook inzicht in de omvang van de uitkeringsgerechtigden die niet tot participatie in staat zijn.

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.4 % meldingen dat een vervolg (aanvraag maatwerk of voorliggende voorziening) heeft gekregen 55 %

3.1.5 % meldingen dat tot een aanvraag voor maatwerkvoorziening heeft geleid

Norm: 47%

Tot en met 2018 is gemeten hoeveel van de nieuwe instroom binnen 12 weken is aangemeld op een traject. Aangezien inmiddels iedereen die geschikt is voor een traject aangemeld wordt is het niet langer zinvol om dit als prestatie-indicator te gebruiken. In plaats daarvan wordt nu gekeken naar het percentage van het totale bestand dat deelneemt aan een traject. Hiermee ontstaat ook inzicht in de omvang van de uitkeringsgerechtigden die niet tot participatie in staat zijn.

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.5 % meldingen dat tot een aanvraag voor maatwerkvoorziening heeft geleid 47 %

3.1.6 % meldingen dat tot een voorliggende voorziening heeft geleid

Norm: 27%

Deze cijfers betreffen de realisatiecijfers van 2018 en zijn daarmee een momentopname in plaats van een hard gestelde norm. De cijfers geven inzicht in het patroon binnen het sociaal domein, waarbij de realisatie afhankelijk is van de telkens veranderende wetgeving en daarmee samenhangende beleidswijzigingen.

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.6 % meldingen dat tot een voorliggende voorziening heeft geleid 27 %

3.1.7 Verhouding tot voorliggende voorziening en aanvragen maatwerkvoorzieningen

Norm: Tussen de 29-71%

Deze cijfers betreffen de realisatiecijfers van 2018 en zijn daarmee een momentopname in plaats van een hard gestelde norm. De cijfers geven inzicht in het patroon binnen het sociaal domein, waarbij de realisatie afhankelijk is van de telkens veranderende wetgeving en daarmee samenhangende beleidswijzigingen.

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.7 Verhouding tot voorliggende voorziening en aanvragen maatwerkvoorzieningen 29 %

3.1.8 % personen dat aangegeven heeft tevreden te zijn met de oplossing van het probleem

Norm: Gelijk aan of groter dan 80%

Tot en met 2018 is gemeten hoeveel van de nieuwe instroom binnen 12 weken is aangemeld op een traject. Aangezien inmiddels iedereen die geschikt is voor een traject aangemeld wordt is het niet langer zinvol om dit als prestatie-indicator te gebruiken. In plaats daarvan wordt nu gekeken naar het percentage van het totale bestand dat deelneemt aan een traject. Hiermee ontstaat ook inzicht in de omvang van de uitkeringsgerechtigden die niet tot participatie in staat zijn.

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.8 % personen dat aangegeven heeft tevreden te zijn met de oplossing van het probleem 80 %

3.1.9 % tevredenheid cliënten over het resultaat van het ondersteuningstraject participatie

Norm: Gelijk aan of groter dan 80%

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.9 % tevredenheid cliënten over het resultaat van het ondersteuningstraject participatie 80 %

3.1.10 Aantal aanvragen bijzondere bijstand

  Norm: Aantal 3.500

Prestatie-indicator in aantallen Norm
3.1.10 Aantal aanvragen bijzondere bijstand 3500

3.1.11 Aantal toegekende voorzieningen bijzondere bijstand

Norm: gelijk aan of meer dan  2.500

Prestatie-indicator in aantallen Norm
3.1.11 Aantal toegekende voorzieningen bijzondere bijstand 2500

3.1.12 Aantal personen dat gebruik heeft gemaakt van schulddienstverlening

Norm: Gelijk aan of meer dan 10% t.o.v. voorgaande jaar

Prestatie-indicator in % Norm
3.1.12 Aantal personen dat gebruik heeft gemaakt van schulddienstverlening 10 %

Wat gaan we daarvoor doen in 2021?

Score effectindicatoren

Score effectindicatoren Bron 2016 2017 2018 2019 Ambitie Termijn
1.1 % tekort op BUIG. Gemeente 3,94% 5,19% 7,98% 0% 2022
1.2 % jeugdwerkeloosheid. UWV 3,10% 4,85% --- *** 2,50% 2022
2.1 % van de bevolking dat actief is als vrijwilliger in 32% --- ** 29% 35% 2022
het brede sociale domein.
2.2 % van de bevolking dat mantelzorg geeft. Gezondheidsatlas GGD * 15,40%
2.3 % van de jongeren (19-) dat mantelzorg geeft Gezondheidsatlas GGD * 57,20%
waarbij er thuis een familielid ziek is.

Wat mag het kosten?

Exploitatie Primitieve begroting 2020 Begrotingswijzigingen 2020 Bijgestelde begroting 2020 Realisatie 2020 Primitieve begroting 2021 Meerjarenbegroting 2022 Meerjarenbegroting 2023 Meerjarenbegroting 2024
Lasten
610 Samenkracht+burgerparticipatie 9.236.535 2.672.290 11.908.825 10.473.195 6.190.326 6.131.133 6.211.050 6.236.578
630 Inkomensregelingen 20.101.157 5.111.707 25.212.864 25.210.746 20.520.199 20.257.533 20.119.852 20.139.861
640 Begeleide participatie 10.311.330 266.404 10.577.734 10.423.486 9.122.399 8.658.722 8.099.234 7.549.445
650 Arbeidsparticipatie 3.587.805 -557.357 3.030.448 3.020.591 3.210.380 3.144.317 3.030.065 3.045.554
660 Maatwerkvoorziening (WMO) 1.640.444 -37.732 1.602.712 1.194.621 1.119.862 1.136.530 1.152.478 1.167.677
671 Maatwerkdienstverlening 18+ 4.934.994 -113.595 4.821.399 5.620.551 9.672.597 9.789.819 9.914.055 10.017.197
672 Maatwerkdienstverlening 18- 12.904.832 1.959.862 14.864.694 15.915.102 13.893.133 14.249.028 13.507.874 13.613.671
681 Geëscaleerde zorg 18+ 48.550 54.693 103.243 60.681 101.900 103.176 104.440 82.951
682 Geëscaleerde zorg 18- 1.075.393 76.702 1.152.095 1.249.952 1.198.022 1.218.584 1.238.682 1.258.279
Totaal Lasten 63.841.040 9.432.974 73.274.014 73.168.924 65.028.818 64.688.842 63.377.730 63.111.213
Baten
610 Samenkracht+burgerparticipatie -363.880 -239.111 -602.991 -213.517 -184.627 -184.627 -184.627 -184.627
630 Inkomensregelingen -13.719.702 -5.087.268 -18.806.970 -19.260.527 -14.396.303 -14.397.003 -14.397.703 -14.397.703
650 Arbeidsparticipatie -71.100 0 -71.100 -7.764 0 0 0 0
660 Maatwerkvoorziening (WMO) 0 0 0 -135 0 0 0 0
671 Maatwerkdienstverlening 18+ -190.000 -86.769 -276.769 -302.755 -369.388 -374.289 -379.235 -384.347
672 Maatwerkdienstverlening 18- 0 -29.444 -29.444 -149.218 0 0 0 0
681 Geëscaleerde zorg 18+ -32.100 0 -32.100 -35.358 -32.100 -32.100 -32.100 -32.100
Totaal Baten -14.376.782 -5.442.592 -19.819.374 -19.969.274 -14.982.418 -14.988.019 -14.993.665 -14.998.777
Gerealiseerd saldo van baten en lasten -49.464.258 -3.990.382 -53.454.640 -53.199.650 -50.046.400 -49.700.823 -48.384.065 -48.112.436

Toelichting op de cijfermatige verschillen tussen de begroting 2021 en de bijgestelde begroting 2020

Toelichting saldo 2021 versus 2020

Het resultaat op dit programma is in 2021 € 1.900.000 gunstiger dan de bijgestelde begroting 2020.
Dit is mede het gevolg van:

Een afname van de overige directe lasten door:
- Een lagere raming uitvoeringskosten verbinding maatschappelijk middenveld ad € 250.000;
- Een lagere raming preventieve jeugdhulp i.v.m. overschot middelen 2020 ad € 597.000;
- Een lagere raming aflopend budget innovaties WMO ad € 71.000;
- Een lagere raming pilot algemene voorziening Hulp bij Huishouden (Hbh) ad € 1.628.000;
- Een lagere raming huishoudelijke hulp toelage ad € 1.259.000;
- Een lagere raming doorstroomlocatie Gravenrode ad € 36.000;
- Een lagere raming algemene voorziening Slot Schaesberg subsidie Levanto ad € 85.000;
- Overheveling budget Jeugd GGZ Maatwerk naar budget JGZ ad € 22.000;
- Overheveling budget Digitaal Jeugddossier naar budget JGZ ad € 31.000;
- Een lagere raming WMO algemeen inzake advies en ondersteuning ad € 23.000;
- Een lagere raming budget accommodatie De Wendelstraat 55 ad € 35.000;
- Overige lager geraamde budgetten taakveld 610 ad € 27.000;
- Een lagere bijdrage aan GR WOZL ad € 703.000;
- Een lagere bijdrage aan het project bepaling ontwikkelbaarheid 0-30 arbeidsfit ad € 218.000;
- Een lagere raming op het budget arbeidsmarktprojecten ad € 27.000, in het kader van het bepalen van de ontwikkelbaarheid van arbeidsfitheid.
- Een lagere raming formatie MOB t.o.v. 2020 ad € 100.000;
- Een lagere bijdrage aan GR WSP ad € 100.000;
- Het wegvallen van de uitgaven Wet inburgering ad € 71.000;
- Een lagere bijdrage inzake eenmalige pilot sociaal rechercheurs en eenmalige pilot statushouders in 2020 ad € 104.000;
- Een lagere raming inzake project ontwikkelbaarheid arbeidsfit 0-30 in 2020 ad € 125.000.
- Een lagere raming van het budget voor de overgangsregeling eigen auto ad € 6.000;
- Een lagere raming van het budget voor rolstoelen ad € 234.000;
- Een lagere raming van het budget voor woonaanpassingen ad € 200.000;
- Een lagere raming van het budget voor verhuizingen ad € 60.000;
- Een lagere raming van het budget voor scootmobielen ad € 244.000;
- Een lagere raming van het budget begeleiding individueel ad € 585.000;
- Een lagere raming van het budget begeleiding vervoer ad € 104.000;
- Een lagere raming van het budget dagbesteding ad € 731.000;
- Een lagere raming van het budget kortdurend verblijf ad € 10.000;
- Een lagere raming van het budget individuele begeleiding gedrag ad € 510.000;
- Een lagere raming van het budget dagbesteding gedrag ad € 439.000;
- Een lagere raming van het budget Jeugdhulp basis ad € 600.000;
- Een lagere raming op het budget Wetverplichte GGZ in verband met een lager te ontvangen decentralisatie uitkering ad € 28.000.

Een toename van de overige directe lasten door:
- Een hogere bijdrage aan GR Omnibuzz ad € 185.000;
- Een hogere bijdrage aan GR ISD BOL ad € 189.000;
- Een hogere bijdrage aan GR BsGW ad € 63.000;
- Een hogere raming van het budget voor roerende voorzieningen ad € 3.000;
- Een hogere raming van het budget voor woonvoorzieningen ad € 106.000;
- Een hogere raming van het budget voor overige vervoersvoorzieningen ad € 195.000;
- Een hogere raming van het budget hulp bij Huishouden ad € 2.752.000;
- Een hogere raming van het budget begeleiding lumpsum ad € 2.900.000;
- Een hogere bijdrage aan de GR Kredietbank Limburg ad € 40.000;
- Een hogere raming van het budget Jeugd en opvoedhulp ad € 167.000;
- Een hogere raming van het budget Jens ad € 520.000;
- Een hogere raming van het budget Jeugdzorg plus ad € 71.000;
- Een hogere raming van het budget Jeugdbescherming/reclassering ad € 105.000;
- Een hogere bijdrage aan de GR GGD Zuid-Limburg inzake Veilig Thuis ad € 18.000; 
Een afname van de baten door:
- Een lagere raming bijdragen van derden ad € 24.000;
- Een lagere raming huur accommodatie De Wendelstraat 55 ad € 14.000;
- Een lagere raming van het budget eigen bijdrage Wmo ad € 120.000;
- Het wegvallen van de inkomsten wet inburgering ad € 71.000.

Een toename van de baten door:
- Per saldo overige voordelige verschillen op taakveld 610 ad € 5.000;
- Een hogere bijdrage van het Rijk inzake inkomensvoorziening ISD Bol ad € 676.000;

Een toename van de overige directe lasten als gevolg van de in de kadernota benoemde (autonome) ontwikkelingen:
- Een hogere raming Triage Veilig Thuis Welsun ad € 78.000 (AO-04);
- Een hogere bijdrage inzake armoedebeleid ad € 95.000 (AO-35);
- Een hogere raming van de subsidie MEE ad € 99.000 (AO-01);
- Een hogere bijdrage aan het budget schuldhulpverlening Welsun ad € 148.000 (AO-03).

Een afname van de overige directe lasten als gevolg van de in de kadernota benoemde (autonome) ontwikkelingen:
- Een lagere wachtgeldverplichting Welsun ad € 5.000 (AO-05);
- Een lagere raming overschot vrijwillige mantelzorg ad € 75.000 (AO-37);
- Een lagere raming algemene voorziening consultatie teams ad € 25.000 (AO-38);
- Een lagere raming eigen bijdrage vervoersvoorzieningen ad € 35.000 (AO-39);
- Een lagere raming van het budget compensatieregeling Wtcg ad € 75.000 (AO-36).

Voor een gedetailleerdere toelichting verwijzen wij naar bijlage 2 (lasten en baten per taakveld).

Bijdrage aan verbonden partijen

  

 

Verbonden partijen (x € 1000)
Naam organisatie 2020 2021 2022 2023 2024
GR centrumgemeente Maastricht inkoop jeugdzorg regio Zuid-Limburg. 5.144 6.527 6.624 6.716 6.805
GR GGD ZL (Veilig Thuis) 375 393 400 407 414
GR samenwerking Informele zorg (gemeente Heerlen) 86 88 90 91 91
GR ISD BOL 20.364 20.431 20.163 20.020 20.036
GR Kredietbank Limburg 251 298 304 310 310
GR Omnibuzz 1.074 1.109 1.141 1.183 1.213
GR Werkvoorzieningschap OZL 9.865 9.067 8.513 8.043 7.494
GR Werkgevers Service Punt 1.642 1.455 1.365 1.224 1.213
Totaal 38.803 39.367 38.600 37.996 37.577

Toelichting bijdrage aan verbonden partijen

GR Centrumgemeente Maastricht inkoop jeugdzorg regio Zuid-Limburg
De gemeente Maastricht is centrumgemeente voor de niet lokaal en landelijk ingekochte jeugdhulp. De financiële bijdrage voorziet in crisishulp, verblijf en de gecertificeerde instellingen. In 2021 wordt dit geraamd op € 6.526.774.

GR GGD ZL (Veilig Thuis)
Zie programma 7. In 2021 wordt dit geraamd op € 393.107.

Samenwerking informele zorg (gemeente Heerlen)
Vanaf 2019 treedt de gemeente Heerlen namens Landgraaf op als de formele subsidieverstrekker voor die organisaties die mantelzorgers ondersteunen of informele zorg leveren in onze gemeente. In 2021 wordt dit geraamd op € 87.965.

GR ISD BOL
ISD BOL ontvangt een financiële bijdrage voor de beleidsvoorbereiding en uitvoering van taken met betrekking tot onderdelen van de Participatiewet. Daarnaast voert ISD BOL op verzoek van de gemeente het mantelzorgcompliment en de TCG-regeling uit. In 2021 wordt dit geraamd op € 20.431.380.

GR Kredietbank Limburg
De Kredietbank Limburg ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van schuldhulptrajecten. Hiermee worden inwoners die in financiële problemen zijn gekomen, en die daar zonder hulp van buiten niet meer uit komen, ondersteunt. In 2021 wordt dit geraamd op € 298.088.

GR Omnibuzz
Omnibuzz ontvangt een financiële bijdrage voor de uitvoering van het collectief- en individueel vervoer van Wmo-cliënten met een indicatie. In 2021 wordt dit geraamd op € 1.108.696.

GR Werkvoorzieningschap OZL
Het WOZL ontvangt een financiële bijdrage voor de uitvoering van beschut werk en de invulling van het formeel werkgeverschap in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). In 2021 wordt dit geraamd op € 9.066.559.

GR Werkgevers Service Punt
Het Werkgevers Service Punt ontvangt een financiële bijdrage voor de werkgeversdienstverlening ten behoeve van de doelgroep Wsw en Participatiewet én voor de uitvoering van de Wsw, met uitzondering van het formeel werkgeverschap. In 2021 wordt dit geraamd op € 1.454.735.

Bijdrage aan professionele gesubsidieerde organisaties

Professionele gesubsidieerde organisaties (x € 1000)
Naam organisatie 2020 2021 2022 2023 2024
JENS (inkoop ambulante jeugdzorg) 7.970 6.850 6.250 6.250 6.250
Stichting Levantogroep meldpunt ZMP 16 16 17 17 17
Stichting Meandergroep ZL * 53 0 0 0 0
Stichting MEE Zuid-Limburg 282 291 296 300 305
Calibris Advies (wijkleerbedrijf Landgraaf) 31 32 33 33 34
Stichting The Movefactory 22 22 22 22 22
Stichting Park Strijthagen (Eikske) 31 32 32 33 33
Stichting Samen Delen Regio Parkstad 10 10 10 10 10
Stichting Voedselbank Limburg-Zuid 15 15 15 15 15
Jeugdfonds Sport Limburg 94 105 107 108 109
Jeugdfonds Cultuur Limburg 27 28 29 30 31
Stichting Leergeld Parkstad 98 110 112 115 116
Stichting Consuminderhuis Parkstad 3 3 3 3 3
Vincentiusvereniging Landgraaf 3 3 3 3 3
Stichting CMWW Brunssum-Onderbanken (belbus) 35 35 35 35 35
Stichting Welsun 1.726 1.838 1.849 1.877 1.905
Stichting Kinderopvang Parkstad 403 412 419 426 432
Stichting An d'r Put 125 125 125 125 125
Stichting GIPS spelen en leren 5 5 5 5 5
Totaal 10.948 9.931 9.360 9.405 9.450
* vanaf 2020 naar GGD onder programma 7 jeugdgezondheidzorg

Toelichting bijdrage aan professionele gesubsidieerde organisaties

JENS
De preventieve en ambulante jeugdhulp wordt gezamenlijk met Heerlen en Voerendaal ingekocht bij JENS door middel van een jaarlijkse ‘lumpsum’ bijdrage. In 2021 wordt dit geraamd op € 6.850.000.

Stichting Levantogroep
Levantogroep wordt jaarlijks gesubsidieerd voor het meldpunt Zeer Moeilijk Plaatsbaren (ZMP) om problematische woonsituaties te stabiliseren en uithuiszettingen te voorkomen. In 2021 wordt dit geraamd op € 16.238.

Stichting Meandergroep ZL.
Is vanaf 2021 ondergebracht bij programma 7.

Stichting MEE Zuid-Limburg
De bijdrage aan stichting MEE voorziet in de onafhankelijke cliëntondersteuning voor inwoners van Landgraaf die minder zelfredzaam zijn en daarvoor een beroep moeten doen op zorg- en ondersteuning vanuit de Wmo. In 2021 wordt dit geraamd op € 290.680.

Stichting Calibris Advies (wijkleerbedrijf Landgraaf)
Calibris advies ontvangt jaarlijks een subsidie voor de exploitatie van het Wijkleerbedrijf Landgraaf.
In 2021 wordt dit geraamd op € 32.087.

Stichting The MoveFactory
Zie ook programma 5. In 2021 wordt dit geraamd op € 22.000.

Stichting park Strijthagen (Eikske)
Zie ook programma 5. In 2021 wordt dit geraamd op € 31.682.

Stichting Samen Delen Regio Parkstad, Voedselbank Limburg-Zuid, Jeugdfonds Sport Limburg, Jeugdfonds Cultuur Limburg, Leergeld Parkstad, Consuminderhuis Parkstad, Vincentiusvereniging Landgraaf. In 2021 wordt dit samen geraamd op € 273.886.

Deze organisaties ontvangen jaarlijks een subsidie zodat zij mensen die zelf onvoldoende financiële middelen hebben kunnen ondersteunen bij hun deelname aan de maatschappij.

Stichting CMWW Brunssum-Onderbanken (Belbus)
Het CMWW ontvangt jaarlijks een subsidie voor de administratie en ondersteuning van de Landgraaf Bus (Belbus). In 2021 wordt dit geraamd op € 35.050.

Stichting Welsun
De subsidie aan Welsun is bestemd voor de uitvoering van maatschappelijk-, ouderen- en cultureel werk, de Vrijwilligerscentrale, schulddienstverlening, inloop GGZ en Landgraaf Verbindt. In 2021 wordt dit geraamd op € 1.837.988.

Stichting Kinderopvang Parkstad
De inkoop kindplaatsen is in 2019 nog gebaseerd op de oude regeling. Vanaf 1 januari 2020 is deze niet meer van toepassing gezien de inwerkingtreding van het nieuwe peuterstelsel in het kader van de Harmonisatie Peuteropvang. Hierover zal nog een apart besluit worden genomen. In 2021 wordt dit geraamd op € 412.106.

Stichting An d’r Put
Stichting An d’r Put ontvangt een financiële bijdrage voor het beheer en exploitatie van de accommodatie, met als doel het in stand houden van de accommodatie voor een duurzaam en eigentijds aanbod van sociaal maatschappelijke activiteiten, sport, spel en cultuur. In 2021 wordt dit geraamd op € 125.000.

Stichting GIPS spelen en leren
De stichting ontvangt jaarlijks een subsidie voor het uitvoeren van gastlessen op alle basisscholen over het leven met een beperking. In 2021 wordt dit geraamd op € 4.500.

Wat zijn de risico’s?

(x € 1000)
Risico Majeure risico’s Beheersmaatregel Risicobedrag (kans * impact)
2021 2022 2023 2024
R03 Toename gemiddeld aantal uren Hbh na herindicatie Zorgvuldige herindicatie uitvoeren o.b.v. het nieuwe protocol. Vanuit nieuw beleid zoeken naar goedkopere oplossingen zoals PGB, andere bekostiging, andere organisatie, afwegen tot inbesteden. 500 1.001 1.501 2.001
R05 Toename kosten jeugdhulp inbegrepen JENS Analyseren en monitoren daadwerkelijke verschuiving van de lasten. 35 35 35 35
R07 Aanzuigende werking abonnementstarief en verhoogde instroom (vergrijzing/GGZ) Monitoren aan de hand van daadwerkelijke cliënten. 294 516 663 733
R11 Risico op Extra bijdrage GR Omnibuzz Rapportages GR Omnibuzz monitoren. 55 55 55 55
R22 Extra storting egalisatiereserve BUIG Monitoren ontwikkeling baten vanuit Rijk en lasten zoals gerapporteerd door ISD BOL en tijdig bijstorten. pm pm pm pm
R27 Omvang te ontvangen budget beschermd wonen Ontwikkelingen volgen en optimaliseren samenwerking binnen Parkstad. 0 250 250 250
Totaal risicobedrag 884 1.857 2.504 3.074

Toelichting risico’s

Toelichting risico’s

R03
Uit de ramingen blijkt dat we voor wat betreft de Wmo meer dan de stelpost nodig hebben om de lasten stijging Wmo af te dekken. We ramen weliswaar de nieuwe lasten Wmo Hbh rekening houdende met de nieuwe ''reële'' uurprijs van € 29,57. De vraag is echter of het gemiddelde aantal uren Hbh dat cliënten nu krijgen via de Wmo Hbh Algemene Voorziening (Wmo AV) en de Wmo Hbh Huishoudelijke Hulp Toelage (Wmo HHT) bij herindicering op basis van het nieuwe per 1 jan 2021 geldende protocol meer is dan het gemiddeld aantal uren dat met nu heeft. Die eventuele toename (q) is nog niet verwerkt in de ramingen omdat niet zeker is of er een stijging van het gemiddeld aantal Hbh uren per cliënt per week aan de orde is na herijking. Op basis van het aantal te her indiceren klanten Wmo Hbh AV en Wmo HHT en het verschil v.w.b. de hulpuren per week t.o.v. de cliënten die op basis van de Wmo Maatwerk aanpak uren op basis van indicatie hebben toegewezen gekregen hebben we een inschatting gemaakt van het maximale risico. Uitgaande van de peildatum van 1 juli betreft dit 1163 te her-indiceren cliënten die nu gemiddeld 1,1 uur minder hulp hebben per week. Uitgaande van 52 weken komt dit neer op een risicobedrag ca € 2.001 duizend. Door de herindicatie geleidelijk met eigen capaciteit te doen komt dit risico naar inschatting geleidelijk op 25%, 50%, 75%, 100%. Als risico bedragen hanteren we daarom: € 500 duizend, € 1.001 duizend, € 1.501duizend en € 2.001 duizend.

R05
De kosten jeugdhulp zijn in de periode 2016-2019 met ca. 36,5% gestegen. Om aan die stijging een halt toe te roepen is in 2018 de ambulante jeugdhulp samen met Heerlen en Voerendaal Lumpsum aanbesteed m.i.v. 2019 en gegund aan de Coöperatie JENS waarbij tevens meerjarig besparingen zijn ingeboekt vanuit de gedachte dat alleen de zorgprofessionals zelf in staat zijn om te komen tot innovatieve oplossingen met behoud van kwaliteit waarmee echter tegelijkertijd de kosten binnen de perken blijven. Meerjarig zijn de geraamde lasten Jeugdhulp nu in de nieuwe begroting 2021 t.o.v. de oude meerjarige ramingen naar boven bijgesteld en op hetzelfde niveau als de Rekening in 2018 met dien verstande dat we de ambulante jeugdhulp wel Lumpsum hebben toegekend aan Jens waarbij we in 2021 rekening hebben gehouden met inverdieneffecten door JENS.

Alhoewel in 2019 en 2020 er incidenteel extra budget ter beschikking is gesteld door de HLV-gemeenten (Landgraaf 2x € 520 duizend) verwachten we dat JENS met haar perspectiefplan de transformatie kan doorvoeren en binnen de gestelde aanbestede budgetten kan blijven. In het perspectiefplan van mei 2020 houdt JENS rekening met een extra reductie bij de gemeenten a.g.v. het ambulant kunnen uitvoeren van enkele dure residentiele trajecten waardoor er een verschuiving van budget plaats vindt van de via Maastricht ingekochte residentiele jeugdhulp en de lumpsum ingekochte ambulante jeugdhulp bij JENS. JENS rekent met een verschuiving van ca. € 1,15 mln. van het budget. Het Landgraafse aandeel is ca. 30% hetgeen neer komt op ca. € 345 duizend. Indien echter geen sprake is van een vermindering van de residentiele kosten die via Maastricht lopen terwijl er wel extra budget wordt overgedragen aan JENS dan is in dat geval geen sprake van een verschuiving van kosten maar van extra kosten bij de gemeenten. We rekenen daarom met een maximale impact van € 345 duizend. We schatten de kans dat deze impact daadwerkelijk opkomt in als zeer laag (10%) omdat er alleen sprake kan zijn van een extra bijdrage aan JENS indien aantoonbaar sprake is van een verschuiving van die zorg van residentieel naar ambulant. Reden waarom een rest-risicobedrag is opgenomen van 10% van € 345 duizend. Het zou natuurlijk kunnen dat wel sprake is van een verschuiving en tegelijkertijd van een verdergaande toename van de lasten die via Maastricht lopen.

R07
Er is landelijk sprake van een algehele stijging van het gebruik van Wmo maatwerkvoorzieningen a.g.v. de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Het aantal mensen dat een beroep doet op een Wmo-maatwerkvoorziening, is landelijk vorig jaar gestegen naar ruim 1,1 miljoen; 5 procent meer dan in 2018. In Landgraaf zijn de lasten voor de Wmo Hbh in 2019 gestegen met 11 procent t.o.v. 2018. In de begeleiding is zelfs sprake van een stijging van 19 procent t.o.v. 2018. Te betwijfelen is of het in 2019 door het Rijk toegevoegde bedrag van € 145 miljoen aan het gemeentefonds de beide effecten van het abonnementstarief; vraagtoename en vermindering eigen bijdrage, voldoende compenseert. De VNG heeft het Rijk per brief in oktober 2019 gevraagd de meerkosten bij gemeenten te compenseren. Voor landgraaf speelt daarnaast ook nog mee dat we een vergrijzende bevolking hebben. Na de eerste stijging in 2019 van 11% is het natuurlijk de vraag in welke mate de stijging verder door zal zetten a.g.v. aanzuigende werking en of verdergaande vergrijzing. We gaan voor de inschatting van de aanzuigende werking uit van een afnemend % van 3% naar 1% extra lasten aangezien dit effect zal uitdoven.
De toename a.g.v. vergrijzing schatten we in aan de hand van de gemiddelde leeftijd burgers met een wmo voorziening nu en over vier jaar. De gemiddelde leeftijd van burgers met een wmo voorziening is 68 jaar. Over de periode 20-24 stijgt het aantal 68-jarigen met 3,3%. Als we dat % stapsgewijs toepassen over de periode 21-24 dan stijgen de lasten met 0,8 % t.o.v. het voorgaande jaar. Beide effecten bij elkaar opgeteld vormen de maximale impact. De kans inschatting van het risico schatten we in als zeer hoog uitgaande van de aanname dat verdergaande vergrijzing automatisch leidt tot een toenemend beroep op de voorzieningen Wmo. Die ontwikkeling is nagenoeg onvermijdelijk. De aanzuigende werking zal uitdoven.

R11
De belangrijkste risico’s voor wat betreft onze bijdrage aan de GR Omnibuzz betreft:
1. Verminderd draagvlak en/of draagvlak bij gemeenten voor de missie en visie van Omnibuzz door politieke verschuivingen (verkiezingen) in het politieke klimaat waardoor men niet meer achter de missie en visie van Omnibuzz staat of over onvoldoende middelen beschikken om deze te realiseren, met name voor wat betreft de instroom van additionele vormen van doelgroepenvervoer.
2. Plotseling wijzigen in vervoersvolume ten gevolge van externe ontwikkeling met onvoorziene fluctuaties in de volumes. Een voorbeeld hiervan is het Coronavirus.
3. Economische kwetsbaarheid van taxibedrijven waarbij het risico op kan treden dat de vervoersbedrijven failliet gaan en de continuïteit van het vervoer in het gedrang komt.
4. Gebrek aan kennis omtrent nieuwe activiteiten, processen en/of projecten (bijvoorbeeld Wmo vervoer, leerlingenvervoer en/of jeugd). Na inschatting van de kans wordt het restrisico door de GR Omnibuzz ingeschat op € 1.308 duizend. Naar rato verdeelsleutel gemeenten is het aandeel voor Landgraaf 4,23%. In de programmabegroting 2021, programma 6, nemen we dit risico daarom op voor € 55 duizend structureel.

R22
De baten en lasten met betrekking tot de WWB (bijstandsuitkeringen) worden budgettair neutraal in de programmabegroting verwerkt. Voor zover de rijksbijdrage, de BUIG, lager is dan de lasten wordt het tekort aangevuld uit de reserve inkomensdeel WWB. Eventuele overschotten op de BUIG worden in de reserve gestort. Dat laatste is echter nog nooit het geval geweest omdat de gemeente van oudsher een “nadeelgemeente” is. Derhalve wordt de reserve op incidentele basis gevoed wanneer daar de noodzaak toe is. In 2020 en 2021 zijn nog stortingen voorzien. De Rijksbijdrage stijgt met € 600 duizend aldus de meicirculaire 2020. De ramingen van de lasten in onze begroting sluiten aan bij de actuele ramingen van de ISD BOL in het voorjaar 2020 vastgestelde begroting 2021-2024. Op basis van de huidige stand van de egalisatiereserve BUIG de daarin opgenomen stortingen en onttrekkingen voorzien we geen noodzaak om een additioneel risico nu al te benoemen. De vraag is echter wel nu of deze prognose nog actueel zijn gegeven de Corona-crisis. Alhoewel ook het Macrobudget op termijn stijgt bij verdergaande toename van het aantal Uitkeringsgerechtigden zal tijdelijk een extra beroep op de egalisatiereserve niet uitgesloten kunnen worden. Op grond van de in augustus 2020 bekende gegevens heeft een hernieuwde inschatting plaatsgevonden van de te verwachten ontwikkeling van de Baten en Lasten BUIG. Doordat de verwachting dat de Rijksbijdragen in verband met Covid-19 worden bijgesteld en de effecten voor de bekostiging en de vangnetregeling pas zichtbaar worden tijdens de periode t+2, willen dit risico wel zichtbaar houden, maar kunnen wij hier nog geen kwantitatieve cijfers aan koppelen. De meerjarige saldo van de egalisatiereserve BUIG is met de kennis van nu voldoende voorzien om schommelen op te vangen.

R27
Tot en met 2019 werd het budget bescherm wonen volledig overgedragen aan Heerlen die als Centrumgemeente verantwoordelijk was voor deze taak. M.i.v. de begroting 2020 zou dit budget decentraal ter beschikking gesteld worden aan de individuele gemeenten zo ook aan Landgraaf. Dat is uitgesteld tot 2021. Bij deze nog door te voeren decentralisatie actie zal tevens een herverdeling plaatsvinden op basis van objectieve maatstaven die nadelig zal uitpakken voor de regio Parkstad. Dat betekent dat het nieuwe budget dat we in 2021 ontvangen voor beschermd wonen het risico in zich draagt dat het te weinig is voor het uitvoeren van deze taak. Het totale budget voor Landgraaf zal ca. € 4 mln. zijn. We gaan vooralsnog uit van een maximaal tekort van € 0,5 mln. en een kans inschatting van midden. Dit laatste omdat Heerlen in het verleden budget over hield op deze taak.