2.2.3 Financiering

Algemeen

De uitgangspunten voor het financiële beleid, waaronder de financiering, zijn vastgelegd in de “Financiële Beheersverordening 2020” die de gemeenteraad heeft vastgesteld op 12 december 2019. Het college van burgemeester en wethouders heeft nadere uitvoeringsregels vastgesteld in de vorm van een “besluit beleidsregels publieke taak 2006”. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 15 juni 2017 het "Treasurystatuut gemeente Landgraaf 2017" vastgesteld. In dit treasurystatuut zijn de beleidsmatige uitgangspunten, doeleinden, organisatorische en financiële kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie op het gebied van de financiering vastgelegd. Landgraaf hanteert als algemeen uitgangspunt een risicomijdend financieringsbeleid dat volledig binnen de kaders van de wet Fido past.

In deze paragraaf worden de plannen voor de treasury- of financieringsfunctie aangegeven. Voornaamste uitgangspunt is het beheersen van risico’s. Hiervoor worden in de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) twee kwalitatieve randvoorwaarden genoemd voor het financieringsbeleid:
- het aangaan en verstrekken van geldleningen en ook het verlenen van garanties is slechts toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak;
- tijdelijke uitzettingen en derivaten moeten een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico's. Dit betekent onder meer ook dat bankieren niet is toegestaan.

Risico’s genoemd in deze paragraaf, die zijn afgedekt door voorzieningen en risico’s die geen direct financieel risico met zich meebrengen, komen niet terug in de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement.

Risicobeheer

Met risico’s worden bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Om het risico in algemene zin in te perken dient de uitvoering van de financieringsfunctie alleen de publieke taak. Op 12 september 2006 is daarom een “besluit beleidsregels publieke taak 2006” vastgesteld. Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan de financiering door middel van korte en lange schuld.

Renterisico op vlottende schuld

Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenten voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook sterker aan fluctuaties onderhevig.
De maximaal toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zgn. kasgeldlimiet.
Voor 2021 bedraagt de kasgeldlimiet voor Landgraaf:
(a) Omvang van de programmabegroting per 1-1-2021: € 116.363.177
(b) Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: 8,5 %
Toegestane kasgeldlimiet voor 2021 (a) x (b): € 9.890.870

De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het dienstjaar vastgesteld en geldt voor het gehele jaar.
De gemiddelde netto vlottende schuld afgezet tegen de kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen perioden:

bedragen x € 1.000
Periode Gemiddelde netto vlottende schuld (- = overschot) Kasgeldlimiet Ruimte binnen de kasgeldlimiet
1e kwartaal 2019 11.522 10.566 -956
2e kwartaal 2019 9.488 10.566 1.078
3e kwartaal 2019 8.141 10.566 2.425
4e kwartaal 2019 9.899 10.566 667
1e kwartaal 2020 7.134 9.940 2.806
2e kwartaal 2020 3.020 9.940 6.920

In de financieringsbehoefte wordt zoveel mogelijk voorzien door het aantrekken van kort geld omdat dit de goedkoopste financieringswijze is. Elk kwartaal toetsen we de werkelijke liquiditeitspositie aan de kasgeldlimiet. Als we de kasgeldlimiet gedurende twee achtereenvolgende kwartalen overschrijden melden we dit bij de provincie. Overschrijden we de kasgeldlimiet structureel dan moeten we via een plan van aanpak aantonen dat we de korte financiering terugbrengen binnen de norm van de kasgeldlimiet. Uit dit plan kan blijken dat de overschrijding maar tijdelijk is, zodat we de overschrijding zonder maatregelen kunnen oplossen. Is de overschrijding echter structureel dan zal dit moeten leiden tot het aflossen van kort geld c.q. het consolideren door middel van het aantrekken van vaste geldleningen.

In de begroting 2020 is ervan uitgegaan dat wij in de loop van 2020 een consolidatie zouden moeten doen voor vaste financiering van € 10 miljoen. Op grond van de actuele ontwikkelingen verwachten wij dat wij dit niet voor eind 2020 hoeven te doen. Belangrijkste reden hiervoor is dat wij de 4e tranche van onze beleggingen van de verkochte Essent-aandelen vervroegd hebben verkocht. De uitbetaling van deze verkoopopbrengst van de 4e tranche van bijna € 8,7 miljoen heeft in januari 2020 plaatsgevonden.

Renterisico op vaste schuld

De renterisiconorm is bedoeld om het renterisico op de vaste schuld inzichtelijk te maken. We streven naar een zodanige opbouw van de leningenportefeuille dat we het renterisico op de vaste schuld als gevolg van renteaanpassingen en herfinanciering van leningen voldoende beperken door een zo groot mogelijke spreiding van het renterisico op de vaste schuld over de jaren. Daardoor werkt een wijziging in de rentestand vertragend door op de rentelasten en rentebaten in enig jaar.

Voor het bepalen van het renterisico zijn twee variabelen van belang, n.l. de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen van vaste schuld samen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.

Uit de navolgende berekening blijkt, dat Landgraaf ten aanzien van het renterisico – ook in meerjarenperspectief – ruimschoots binnen de wettelijk vastgestelde norm blijft.

bedragen x € 1.000
Berekening renterisico op vaste schuld 2021 2022 2023 2024
1. renteherziening op huidige vaste schuld. 0 0 0 0
2. aflossingen op huidige vaste schuld. 1.414 1.420 1.372 1.161
3. renterisico op vaste schuld (1+2) 1.414 1.420 1.372 1.161
Berekening renterisiconorm.
4a begrotingstotaal per 1 januari. 116.363 117.451 116.140 116.187
4b bij ministeriële regeling vastgesteld %. 20 20 20 20
4. renterisiconorm (4a*4b/100) 23.273 23.490 23.228 23.237
* Toets renterisiconorm.
3. renterisico op vaste schuld. 1.414 1.420 1.372 1.161
4. renterisiconorm. 23.273 23.490 23.228 23.237
5. ruimte onder renterisiconorm (4-3) 21.859 22.070 21.856 22.076

Kredietrisico's

Dit betreft de risico’s op een waardedaling van verstrekte kredieten ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Om deze risico's te beperken worden leningen en garanties alleen verstrekt aan organisaties die voldoen aan de "uitvoeringsregels publieke taak ten behoeve van het verstrekken van leningen en garanties door de gemeente Landgraaf". In het navolgende overzicht zijn de verstrekte geldleningen weergegeven.

bedragen in €
Omschrijving Rente % Boekwaarde Nieuw verstrekt Aflossing Boekwaarde Jaar
verstrekte geldlening 1-1-2021 2021 31-12-2021 laatste aflossing
Geldlening SVN 1,00% 10.312 0 938 9.375 2031
Geldlening tennisvereniging UoW 1,00% 30.045 0 2.206 27.839 2032
Sociale Krediet- en Schuldhulpverlening. - 59.999 0 0 59.999 Afl.vrij
Geldleningen zonnepanelen Landgraaf 2,12% 2.421.011 0 228.842 2.192.169 2030
Geldleningen zonnepanelen Parkstad 1,50% 3.689.331 1.113.800 411.046 4.392.086 2032
Geldleningen energie spaargarantie 1,00% 60.153 0 4.382 55.772 2034
Geldleningen Duurzaam 1,00% 200.594 171.444 24.854 347.185 2035
Klimaat Fonds
Geldlening Stichting Slot Schaesberg Nog te bepalen 588.000 311.000 0 899.000 2040
Geldlening Woonwijzerwinkel 4,00% 52.172 37.000 0 89.172 2035
Aandeelhoudersgeldlening Enexis Holding NV 2,15% 2.038.139 0 0 2.038.139 2080
Totaal 9.149.756 1.633.244 672.268 10.110.736

- In 2015 heeft de fanfare Eendracht een geldlening verstrekt aan voetbalvereniging SVN. In het kader van het accommodatieplan Landgraaf is deze lening in 2016 aan de gemeente gecedeerd. Het raadsbesluit         accommodatieplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 4 november 2015.

- De geldlening aan de tennisvereniging Ubach over Worms is in 2018 verstrekt voor de aanschaf van energiebesparende LED-verlichting. De lening wordt in 15 jaar afgelost.

- De sociale krediet- en schuldhulpverlening betreft een in 2005 verstrekte achtergestelde lening aan de Kredietbank Limburg in verband met deelname aan de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Kredietverlening en een aanvullende lening hiervoor in 2010. In 2011, 2012, 2014 en 2015 is op deze lening afgelost. 

- In 2015 heeft de gemeente Landgraaf een project “zonnepanelen” gestart. Doel is om alle burgers de gelegenheid te bieden om zonnepanelen aan te schaffen. Voor de financiering verstrekt de gemeente leningen aan de burgers met een looptijd van 15 jaar die moeten worden afgelost in maandelijkse termijnen.

- In 2017 is het zonnepanelenproject Parkstad gestart. In navolging van het Landgraafse project worden leningen aan burgers verstrekt voor de aanschaf van een zonnepaneleninstallatie. De looptijd van de lening bedraagt 15 jaar.

- In 2017 is ook het energie spaargarantieproject opgestart. Burgers kunnen een lening aantrekken van 15 jaar. Doel van het project is om woonhuizen energiezuiniger te maken.

- In 2019 is het duurzaamklimaatfonds opgestart. Burgers kunnen zelf energiebesparende maatregelen, inclusief zonnepanelen, laten uitvoeren en hiervoor een lening aanvragen.

- Naar aanleiding van het businessplan Slot Schaesberg 2018-2026 is in 2019 besloten een achtergestelde lening met een uitgestelde aflossingsverplichting aan te gaan met de Stichting Landgoed Slot Schaesberg.

- Op 19 februari 2020 heeft de raad ingestemd met deelname in de Woonwijzerwinkel BV en het verstrekken van marktconforme leningen gedurende de eerste vijf jaren voor in totaal € 179.172.
De geldlening heeft een looptijd van 15 jaar, de aflossing is lineair beginnende op 31 december 2025 en de rente bedraagt 4% per jaar.

- Op 25 juni 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het verstrekken van een hybride converteerbare aandeelhouderslening aan Enexis Holding NV voor het versterken van het eigen vermogen van Enexis ten behoeve van investeringen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.
De looptijd is 60 jaar tegen een rentepercentage van 2,15 %, met een rentevaste periode van 10 jaar.

Liquiditeitenrisico's

Dit betreft de risico’s van mogelijke wijzigingen in de meerjaren-liquiditeitenplanning waardoor renteresultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. De verwachte financieringsbehoefte voor 2020-2023 baseren we op de meerjaren-liquiditeitenplanning. Deze liquiditeitenplanning wordt periodiek geactualiseerd zodat tijdig op de te verwachten financieringsbehoefte kan worden geanticipeerd. In de meerjarenbegroting wordt voor zover nodig rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe vaste financieringsmiddelen en de rentelasten van deze financieringsmiddelen. Volgens die meerjaren liquiditeitenplanning schatten wij de behoefte aan liquiditeiten als volgt in:

(x € 1.000)
Jaar gemiddelde fin. behoefte max. limiet kort geld verwachte consolidatie nieuw lang geld gemiddelde fin. met kort geld
2021 17.912 10.000 10.000 7.912
2022 9.179 10.000 9.179
2023 10.534 10.000 10.534
2024 6.307 10.000 6.307

In de financieringsbehoefte wordt zoveel mogelijk voorzien door het aantrekken van kort geld tot maximaal de kasgeldlimiet. Uitgangspunt is dat wij gemiddeld 80% van de kasgeldlimiet ook daadwerkelijk benutten en dus hiervoor rentelasten verschuldigd zijn. De structurele overschrijding noodzaakt ons om in 2021 verder te consolideren en een nieuwe vaste geldlening van € 10 miljoen aan te trekken. Op deze wijze kan het volgende schema worden opgesteld voor de gecalculeerde en toegerekende rentelasten en het renteresultaat in 2021-2024 overeenkomstig artikel 13 van het besluit Begroting en verantwoording (BBV):

(x €)
Omschrijving 2021 2022 2023 2024
A. Externe rentelasten
1. Korte termijn financiering 15.000 15.000 15.000 15.000
2. Lange termijn financiering 287.927 331.785 297.283 273.858
Totaal externe rentelasten 302.927 346.785 312.283 288.858
B. Externe rentebaten -202.680 -197.406 -191.407 -184.383
Totaal door te rekenen externe rente 100.247 149.379 120.876 104.475
C. 1. Rente die doorberekend moet worden aan de grondexploitatie 0 0 0 0
2. Rente projectfinanciering die aan taakvelden wordt toegerekend
-75.860 -69.366 -62.693 -56.266
Saldo door te rekenen externe rente -75.860 -69.366 -62.693 -56.266
D. 1. Rente over eigen vermogen 0 0 0 0
2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0 0 0 0
De aan taakvelden toe te rekenen rente 24.388 80.013 58.182 48.209
E. De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0 0 0 0
F. Renteresultaat op het taakveld treasury 24.388 80.013 58.182 48.209
Berekend renteomslag percentage 0,028% 0,093% 0,071% 0,062%
Toegepast renteomslag percentage 0,000% 0,000% 0,000% 0,000%

Koersrisico's

Dit betreft het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De financiële vlottende activa van de gemeente omvatten rekening-courant gelden en eventueel daggelden en deposito’s. De vaste financiële activa bestaan enerzijds uit aandelenbezit en deelnames in gemeenschappelijke regelingen en anderzijds uit aan derden verstrekte leningen. Onderstaand overzicht bevat de boekwaarden per 1-1-2020 van het aandelenkapitaal van de gemeente.

boekwaarde in €
Omschrijving Aantal aandelen Boekwaarde 1-1-2021
Bodemzorg Limburg BV. 1.000 454
NV Reinigingsdienst RD4. 3.766 17.089
NV Bank Nederlandse Gemeenten. 41.301 103.253
NV Waterleidingmaatschappij Limburg. 13 58.991
Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 1 1
Enexis Holding N.V. 610.198 610.198
Vordering op Attero BV 0 0
Vordering op Enexis. 82 82
Verkoop Vennootschap B.V. 82 82
CBL Vennootschap B.V. 82 82
Claim Staat Vennootschap B.V. 82 82
WoonWijzerWinkel Zuid Limburg B.V. 2.828 2.828
Totaal 793.142

De aandelen zijn opgenomen tegen verkrijgingsprijs. Omdat er geen sprake is van op de beurs verhandelbare aandelen is het koersrisico beperkt tot een eventuele noodzakelijke afwaardering van de boekwaarde.

Bij de verkoop van het aandelenbezit Essent NV in 2009 is Landgraaf, samen met de overige aandeelhouders, ook aandeelhouder geworden van een reeks van nieuwe (tijdelijke) rechtspersonen.
Deze tijdelijke BV’s (Special Purpose Vehicles) kunnen geliquideerd worden omdat ze hun doelstellingen hebben gerealiseerd. De verwachting is dat dit in 2020 voor de meeste BV’s gerealiseerd zal worden.
De escrow van de vordering op Attero BV is in 2020 al definitief afgehandeld en met de aandeelhouders verrekend. Uiteindelijk zal Enexis Holding NV vanuit de verkoop Essent nog resteren.

Debiteurenrisico's

Dit betreft het risico dat we vorderingen op debiteuren niet kunnen innen en dus moeten afboeken. De gemeente kent duidelijk vastgelegde en vastgestelde invorderingsmaatregelen. Voor vorderingen die we, ook na aanmaning en ingebrekestelling, niet via het minnelijke traject kunnen innen, starten we een dwanginvorderingstraject. Publiekrechtelijke vorderingen (leges, marktgelden en lijkbezorgingsrechten) stellen wij in handen van de belastingdeurwaarder van BsGW. Civielrechtelijke vorderingen stellen wij in handen van een gerechtsdeurwaarder. Ter afdekking van mogelijke oninbare vorderingen hebben we een voorziening gecreëerd. Jaarlijks beoordelen we de debiteuren opnieuw en passen we de voorziening indien nodig aan. In de (meerjaren) begroting hebben we een structurele storting in de voorziening dubieuze debiteuren opgenomen.

Met betrekking tot de debiteuren Sociale Zaken vinden er bestandanalyses per debiteurengroep plaats en is een voorziening gecreëerd voor dubieuze debiteuren. Jaarlijks beoordelen we of de voorziening toereikend is om toekomstige oninbaarheid van vorderingen op te kunnen vangen.

Leningenportefeuille

Jaarlijks lichten we het gehele leningenbestand door op mogelijkheden tot vervroegde aflossing of herfinanciering tegen lagere rente. Afhankelijk van de aflossingsmogelijkheden van een lening, de rente van de bestaande lening, de boete bij vervroegde aflossing, de verwachte rente van een nieuwe lening bij herfinanciering en de ingeschatte financieringsbehoefte besluiten we een lening al dan niet vervroegd af te lossen of te herfinancieren. Het verwachte verloop van het leningenbestand is als volgt:

bedragen x € 1.000
Boekwaarde 01-01-21 Opname in 2021 Reguliere aflossing in 2021 Vervroegde aflossing 2021 Boekwaarde 31-12-2021
Leningen o/g gemeente. 18.149 10.000 1.414 0 26.735
Totaal gemeentelijke vaste financiering.
18.149 10.000 1.414 0 26.735

In 2021 zijn er voor het huidige leningenbestand geen extra aflossingsmogelijkheden terwijl er ook geen renteherzieningen plaatsvinden. Op grond van de geactualiseerde liquiditeitenplanning is in 2021 sprake van een toenemende liquiditeitsbehoefte, m.n. veroorzaakt door voorgenomen investeringen en de inzet van reserves. In de begroting 2021 is rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe vaste geldlening van € 10 miljoen.

Kasbeheer

Dit betreft het beheer van saldi en liquiditeiten voor een periode korter dan één jaar. In overeenstemming met de bepalingen van het treasurystatuut worden de volgende uitgangspunten en limieten gehanteerd:
- de kasgeldlimiet wordt niet overschreden;
- de toegestane korte termijnproducten zijn: rekening-courantkrediet, daggelden en kasgeldleningen;
- vastgestelde kredietlimieten op de diverse rekening-courantrekeningen;
- renteoptimalisering door compensatie bij de rekeningen bij de BNG.

Als uitgangspunt geldt verder, dat zoveel mogelijk het contante geldverkeer wordt beperkt en de elektronische betaalvormen worden gestimuleerd. Voor het beheer van de financiële middelen houdt de gemeente Landgraaf een rekening-courant aan bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en de Rabobank. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbank. De gemeente verricht haar betalingsverkeer volledig via elektronisch bankieren bij de BNG.

Economische verwachtingen

Contactbeperkende maatregelen om de pandemie tegen te gaan, hebben in Nederland geleid tot een uitzonderlijke terugval in economische activiteiten van zo’n 10 à 15%. Om de grote onzekerheid over het verloop van de pandemie en het hersteltempo van de economie recht te doen, bevat de gepubliceerde juniraming van het Centraal Planbureau (CPB) verschillende scenario’s. In de basisraming, die uitgaat van matig herstel, resulteert een bbp-daling in 2020 van 6%, gevolgd door een stijging van 3% volgend jaar. De werkloosheid verdubbelt. De overheidsfinanciën krijgen een forse tik, maar blijven uit de gevarenzone. De huidige onzekerheid stelt de overheid voor grote dilemma’s. Tijdens de herstelfase is beheerst afbouwen van het steunbeleid wenselijk, maar de mate waarin de overheid kan terugtreden is afhankelijk van het hersteltempo van de economie. Het herstel kan bespoedigd worden door internationale coördinatie in de aanpak van de crisis en door het waar mogelijk naar voren halen van investeringen, zoals in woningbouw en de energietransitie.

Indien een tweede golf besmettingen tot hernieuwde contactbeperkingen leidt, zullen bedrijven aanvullende productieproblemen ondervinden en te maken krijgen met een verder afnemende vraag naar hun producten en diensten, terwijl hun buffers toch al aangetast zijn. In zo’n scenario krimpt het bbp ook in 2021, loopt de werkloosheid op tot 10% en neemt de staatsschuld toe tot ruim 75% bbp.

Het hersteltempo kan tegenvallen door grote economische problemen bij onze handelspartners. Naarmate het herstel internationaal achterblijft kunnen banken in binnen- en buitenland in de problemen komen, hetgeen via de kredietverlening een aanvullende rem op het herstel zet. In zo’n scenario van zwak herstel blijft bbp-groei in 2021 uit, loopt de werkloosheid op tot boven de 10% en stijgt de staatsschuld tot ruim 75% bbp.

Het is ook denkbaar dat het herstel sneller verloopt, als het opheffen van contactbeperkingen tot optimisme onder consumenten leidt. Door inhaal van bestedingen bij huishoudens en investeringen van bedrijven om op nieuwe mogelijkheden in te kunnen spelen, kan de stijging van de werkloosheid beperkt blijven. In zo’n scenario van sterk herstel kan het bbp in de loop van 2021 weer boven het niveau van eind 2019 uitkomen.

Rentevisie en 1% Rente-indicator

Het monetaire beleid van de ECB blijft zeer ruim. De lange rentetarieven lopen een fractie op en blijven daardoor op een zeer laag niveau. Het leningenbestand van de gemeente bevat geen leningen waarvoor in de restant looptijden nog een renteherziening moet plaatsvinden. Voor het aantrekken van nieuwe vaste leningen is uitgegaan van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar en een renteniveau van 1,5 %. Een stijging van het renteniveau met 1% heeft de volgende gevolgen in de meerjarenbegroting voor de rentelasten, uitgaande van eenzelfde financieringsbehoefte.

bedragen x € 1.000
Jaar Volume nieuwe leningen 1% Extra rentelast Budgettaire last begrotingsjaar *
2021 10.000 100 50
2022 98
2023 93
2024 88
* Voor de rentelast in de begroting gaan we uit van een half jaar rentelasten in het jaar waarin we de lening aangaan.

EMU-saldo

Sinds Nederland deel uitmaakt van de Economische en Monetaire Unie (EMU) wordt voor het begrotingssaldo een definitie gebruikt die binnen de gehele EMU hetzelfde is, namelijk het EMU-saldo.
Met het EMU-saldo wordt het saldo van inkomsten en uitgaven van de totale overheid bedoeld. In het verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag zijn. Het BBP is de totale (gelds-)waarde van alle in een land geproduceerde goederen (en diensten) gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar).

Het EMU-saldo is gebaseerd op kasbasis. Omdat de sturing op basis van het baten- en lastenstelsel geschiedt, krijgt het EMU-saldo niet de aandacht in de begrotings- en verantwoordings-cyclus die nodig wordt geacht. Voor gemeenten is het van belang te weten of de individuele referentiewaarden van het EMU-saldo die voor de individuele gemeenten berekend zijn, meerjarig overschreden worden. Omdat het consequenties heeft als de macronorm overschreden wordt, is het voor individuele overheden van belang om meerjarig op de individuele referentiewaarden te sturen.

Landelijk is bepaald dat het gezamenlijk aandeel van gemeenten, provincies en waterschappen in het landelijk EMU-tekort (van 3 %) maximaal 0,4 % van het BBP mag bedragen. Momenteel bekijkt de minister van Financiën of de referentiewaarde van 0,4% verder verlaagd kan worden naar 0,3%. Omdat gemeenten (nog) niet afgerekend worden bij overschrijding de referentiewaarde worden vanaf 2016 geen individuele referentiewaarden per gemeenten berekend. Wel is het mogelijk ons EMU-saldo aan de hand van de begroting te berekenen. Voorheen gebeurde dat door middel van de zgn. EMU-enquête. Vanaf het begrotingsjaar 2017 schrijft het nieuwe BBV voor dat de gemeente een geprognosticeerde balans moet opstellen en hieruit in vergelijking tot de beginbalans van het jaar het EMU-saldo dienen af te leiden. De gehanteerde berekeningswijze sluit aan bij de controle zoals het CBS c.q. het ministerie van Financiën zal uitvoeren na inlevering van de IV3-rapportage.

Uit de berekening zoals opgenomen in de hierna volgende geprognosticeerde balans blijkt dat we voor 2021 tot en met 2023 een EMU-tekort verwachten en voor 2024 een overschot.

(x €)
Ontwikkeling EMU-saldo EMU-mutatie EMU-mutatie EMU-mutatie EMU-mutatie
2021 2022 2023 2024
Mutaties activa 0 0 0 0
Mutaties passiva -14.066.801 -2.887.807 -2.338.986 7.653.884
Ontwikkeling EMU-saldo -14.066.801 -2.887.807 -2.338.986 7.653.884

Geprognotiseerde balans

Geprognotiseerde balans 2021-2024 Vaste Activa

Geprognotiseerde balans 2021-2024 Vaste Activa deel 2

Geprognotiseerde balans 2021-2024 Vlottende Passiva

Geprognotiseerde balans 2021-2024 Emu-saldo