1.4 Formeel en structureel meerjarig saldo 2023-2026 na dekking nieuw beleid

1.4.1 Formeel begrotingssaldo 2023-2026

Tellen we de lasten en baten van al het nieuwe beleid bij elkaar op en zetten we dit af tegen de beschikbare ruimte dan resteert per saldo een groot incidenteel voordeel in de jaren 2023-2025. Dit voordeel storten we in de algemene reserve. Het is echter ook diezelfde algemene reserve die we behoorlijk aanspreken voor de dekking van enkele van de nieuwe incidentele beleidsalternatieven.

(x € 1.000)
Formeel saldo 2023-2026 2023 2024 2025 2026
Saldo Kadernota inbegrepen ontwikkelingen na kadernota 6.403 4.545 2.906 1.066
Saldo in te zetten decentralisatie uitkeringen 316 321 326 331
Nieuw beleid structureel te dekken in de begroting 2023 -1.273 -1.306 -1.386 -1.397
Resterend saldo te storten in de algemene reserve 5.446 3.560 1.846 0
Tabel 10

In bijlage 4A en 4B van deze begroting kunt u het verloop van de ontwikkeling van de algemene reserve op basis van de geraamde stortingen en onttrekkingen terugvinden.

1.4.2 Structureel en reëel begrotingssaldo 2023-2026

De Provincie stelt als toezichthouder de eis dat de begroting van de gemeente meerjarig structureel en reëel in evenwicht is. Met dat laatste wordt bedoeld dat de structurele lasten in 2023 niet groter mogen zijn dan de structurele baten. Om te komen tot het structurele evenwicht dient het formele begrotingsaldo 2023-2026 daarom gecorrigeerd te worden voor de incidentele baten en de incidentele lasten. Het alsdan resterende saldo dient in het jaar 2023 groter te zijn dan nul. Lukt dat niet in het eerste jaar dan dient uiterlijk het laatste jaar van de meerjarenraming dat structureel evenwicht bereikt te worden waarbij in de begroting aangetoond wordt dat dit ook op basis van reële ramingen en ombuigingsplannen zal worden gerealiseerd. Omdat we in de meerjarencyclus 2022-2025 pas in 2025 dit noodzakelijke structurele evenwicht bereikten geldt voor de cyclus 2023-2026 dat  2025 het laatste jaar is waarin we dit evenwicht dienen te bereiken. Er mag namelijk geen sprake zijn van een opschuivend meerjarenperspectief.

Juli 2021 hebben de provincies als toezichthouders op de financiën van de gemeenten een nieuwe handreiking gepubliceerd. Deze handreiking is een aanvulling op het al bestaande Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader ‘GTK 2020 Gemeenten’. Deze handreiking ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’ bakent de definitie van wat nu als incidenteel en wat als structureel mag worden beschouwd verder af. Deze handreiking gaat verder dan de notitie ‘structurele en incidentele baten en lasten’ van de commissie BBV omdat daarin geen scherpe definities staan waardoor er verschillende interpretaties waren bij gemeenten en provincies. In formele zin gaat de provincie deze handreiking pas gebruiken bij de begroting 2024. 
Wij hebben als Landgraaf veel last van de bepalingen in deze handreiking omdat daarin de door ons veelvuldig gebruikte egalisatiereserves nadelig werken voor het bereiken van structureel evenwicht. Dat wij als Landgraaf nadeel hebben van deze handreiking, alhoewel we altijd blijk hebben gegeven van een voorzichtig financieel beheer, bevestigt de toezichthouder. Desalniettemin wordt ook onze begroting m.i.v. 2024 getoetst aan de hand van deze handreiking. We hebben de provincie gevraagd, ter lering, om onze begroting 2023 al te toetsen aan de hand van dit aanvullende kader zodat we met de op- en aanmerkingen daaruit voortkomend maatregelen kunnen nemen voor de nieuwe cyclus 2024 wanneer de kaders uit de handreiking daadwerkelijk en ten volle worden toegepast.

 

(x € 1000)
Structureel en reëel saldo begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 2023 2024 2025 2026
Formeel meerjarensaldo begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 0 0 0 0
Meerjarige raming van baten 138.392 138.301 139.190 134.828
Waarvan incidenteel 6.695 1.448 47 1.326
Waarvan structureel 131.697 136.853 139.143 133.502
Meerjarige raming van lasten 138.392 138.301 139.190 134.828
waarvan incidenteel 8.444 7.630 7.153 699
Waarvan structureel 129.948 130.671 132.037 134.129
Structureel en reel saldo begroting 2023 en meerjarig 2024-2026 1.749 6.182 7.106 -627
Tabel 11

Uit bovenstaande tabel blijkt dat we in de jaren 2023 tot en met 2025 ruimschoots structureel evenwicht hebben. Hierbij maken we wel de kanttekening dat dit grote positieve evenwicht wordt veroorzaakt door de algemene uitkering die dankzij het grote accres fors is gestegen in deze jaren. Een algemene uitkering  die we als structurele baat mogen beschouwen ook indien deze uitkering in latere jaren lager is. En daar wringt nu juist de schoen. In 2026 is het accres - de groei van de algemene uitkering - veel lager dan in de jaren 2023-2025. Mede daardoor is voor Landgraaf in 2026 geen sprake van evenwicht. In het laatste jaar van de meerjarenraming zijn de structurele lasten hoger dan de structurele baten. 

We maken hierbij wel de kanttekening dat we de nieuwe gegevens uit de jaarlijkse septembercirculaire zoals te doen gebruikelijk niet hebben verwerkt in deze ontwerpbegroting. Uit een  eerste analyse van de septembercirculaire 2022 blijkt dat het zogenaamde ''ravijn'' in 2026 deels is gedicht. Concreet betekent dit voor Landgraaf dat de structurele baten in 2026 hoger zullen zijn dan zoals  nu weergegeven in bovenstaande tabel.