2.1.6 Programma 6 - Sociaal Domein

Structuurgegevens

Portefeuillehouder(s):
A. Schiffelers en C. Wilbach

Verantwoordelijke afdelingshoofden:
J. Drummen (KCC), C. Goffin (MO)

Het programma Sociaal domein omvat de volgende taakvelden:

6.10 Samenkracht en burgerparticipatie
6.20 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (tot 2023 was de benaming Wijkteams)
6.30 Inkomensregelingen
6.40 WSW en beschut werk (tot 2023 was de benaming Begeleide participatie)
6.50 Arbeidsparticipatie
6.60 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ (vervallen vanaf 1-1- 2023 en opgedeeld in vier nieuwe taakvelden)
6.71a Hulp bij het huishouden (WMO)
6.71b Begeleiding (WMO)
6.71c Dagbesteding (WMO)
6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO)
6.72 Maatwerkdienstverlening 18- (vervallen vanaf 1-1-2023 en opgedeeld in tien nieuwe taakvelden)
6.72a Jeugdhulp begeleiding
6.72b Jeugdhulp behandeling
6.72c Jeugdhulp dagbesteding
6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig
6.73a Pleegzorg
6.73b Gezinsgericht
6.73c Jeugdhulp met verblijf overig
6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf
6.74b Jeugdhulp/crisis/LTA/GGZ-verblijf
6.74c Gesloten plaatsing
6.81 Geëscaleerde zorg 18+ (vervallen vanaf 1-1-2023 en opgedeeld in twee nieuwe taakvelden)
6.81a Beschermd wonen
6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)
6.82 Geëscaleerde zorg 18- (vervallen vanaf 1-1-2023 en opgedeeld in twee nieuwe taakvelden)
6.82a Jeugdbescherming
6.82b Jeugdreclassering
Nadere toelichting over de wijzingen treft u aan in bijlage 2: Lasten en baten per taakveld, bij het onderwerp: Toelichting wijzigingen taakvelden per 1-1-2023.

Programma-samenvatting

De landelijke ontwikkelingen in het sociaal domein, in het bijzonder de Wmo en de Jeugdhulp stellen ook Landgraaf voor grote uitdagingen in de komende jaren.  We zetten daarbij vanuit Landgraaf in om een positieve trendbreuk op sociaal gebied te realiseren én er voor te zorgen dat meedoen voor iedereen mogelijk moet zijn en ieder zijn talenten maximaal kan inzetten als het gaat om participatie. We werken vanuit de beleidsontwikkeling daarbij op basis van de uitgangspunten van positieve gezondheid, preventie en vroegsignalering.

De ingezette transformatie in de jeugdhulp zetten we in 2023 voort. Deze transformatie leidt de komende jaren naar tijdige, passende en integrale basishulp voor jeugdigen en ouders, die zelfredzaam of samen redzaam als volwaardig partner deelnemen. In de komende jaren wordt onder andere het voorliggend veld verder uitgebreid en wordt vroegsignalering opgepakt door gebiedsteams, waar medewerkers vanuit de toegang gemeente (zowel Wmo als Jeugd), vanuit de zorgaanbieders alsook de samenwerkingspartners deel van uitmaken. Deze gebiedsteams, waar toeleiding en hulp worden samengebracht, werken outreachend op de vindplaats (vindplaats=werkplek). De transformatie moet tevens leiden tot efficiëntere uitvoeringsprocessen en bijdragen aan de kostenbeheersing, zodat de inzet van specialistische en daarmee duurdere zorg zo veel als mogelijk wordt voorkomen.

Een transformatie in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is cruciaal om inwoners in de eigen omgeving zo lang als mogelijk zelfstandig te laten meedoen in de samenleving. Als dat niet lukt zetten we in op zorgen voor elkaar en als dat niet lukt dan biedt de gemeente ondersteuning in samenwerking met het Welzijnswerk en zorgaanbieders.  De uitgaven van de Wmo zijn fors gestegen en blijven toenemen.  We hebben te maken met een stijgend aantal ouderen, gestegen zorgkosten en een groter beroep op Wmo ondersteuning. Daarnaast heeft de Rijksoverheid een bezuiniging toegepast die niet realistisch is gebleken en is onze beleidsvrijheid beperkt om maatregelen te nemen.

In 2023 gaan we aan de slag met het transformatieplan Wmo, om de Wmo-voorzieningen en uitvoeringsprocessen te herijken, met als doel om de uitgaven voor de Wmo betaalbaar en beheersbaar te houden. Tijdens de transformatie zullen we onze inwoners blijven helpen en daarom zijn incidenteel voor de jaren 2023 en 2024 extra middelen nodig van € 400 duizend per jaar. Samen met de gecontracteerde aanbieders, inwoners en het maatschappelijk middenveld geven we de transformatie vorm. De  incidentele uitbreiding van het ouderenwerk met 1 Fte in de jaren 2023 (€ 77,5 duizend) en 2024 (€ 77,5 duizend) draagt hieraan ook bij. 

In 2023 gaan we vooruitlopend op de doordecentralisatie Beschermd wonen samen met de Parkstadgemeenten invulling geven aan de nieuwe samenwerking en zorguitvoering die in 2022 is voorbereid. Afhankelijk van het besluit over de doordecentralisatie door de rijksoverheid betekent dit dat we in 2023 verdere stappen zetten om de taken van de centrumgemeente (Heerlen) te verdelen over alle Parkstadgemeenten. De samenwerking binnen het Zorg- en Veiligheidshuis en de nieuwe gemeenschappelijke regeling wordt ook verder uitgewerkt. Tot slot krijgen we te maken met de Wet aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein die ingevoerd moet worden. 

Vanuit de invalshoeken Wmo, jeugd en participatie en de daarin door inwoners gevraagde ondersteuning werken we aan het verder efficiënter en effectiever samenwerken tussen de leefgebieden werk, zorg, inkomen, welzijn, wonen en onderwijs, zodat we het bestaande voorzieningenniveau met de beschikbare middelen in stand kunnen houden. 

We blijven inzetten op een intensivering van de samenwerking in het sociaal domein, zowel tussen organisaties als ook op het niveau van Parkstad en Zuid-Limburg. Een voorbeeld is de wijkgerichte aanpak zoals deze voor Oud Nieuwenhagen & Op de Kamp en Lauradorp opgesteld is. Beiden maken onderdeel uit van de Regiodeal. Daarin wordt een impuls gegeven aan de fysieke en de sociale omgeving, waarbij belanghebbenden betrokken worden. Met de  incidentele uitbreiding van het buurtopbouwwerk met 2 Fte in zowel 2023 als 2024 (€ 155 duizend per jaar), zorgen we ervoor dat juist de sociale cohesie in buurten wordt verhoogd. 

Samenvattend gaan we dus:

  • de Wmo transformeren (RVC04) (incidentele middelen voor de jaren 2023 en 2024 van € 400 duizend per jaar) ;
  • Landgraaf Verbindt continueren (RVC01) (structureel € 15 duizend m.i.v. 2024 en € 83 duizend vanaf 2025);
  • nazorg regelen voor ex-gedetineerden (RVC02) (structureel € 13 duizend m.i.v. 2023);
  • een verbindingsknooppunt informatie en advies inregelen voor personen met verward gedrag (RVC03) ( structureel € 12 duizend m.i.v. 2024);
  • de eenzaamheid aanpakken (RVC05) ( structureel € 7,5 duizend m.i.v. 2023);
  • de formatie Welsun uitbreiden ten behoeve van ouderenwerk en buurtopbouwwerk (RVC11+RVC12) (incidentele middelen voor de jaren 2023 en 2024 van € 232,5 duizend per jaar);
  • de arbeidsmarkt aanpakken met meer arrangementen met loonkostensubsidie (RVC21)  (incidentele middelen voor de jaren 2023 en 2024 van € 274,8 duizend per jaar).;
  • pilot kleinschalige ontmoetingsruimte voor jongeren in Nieuwenhagen (RVR07) (€ 40,52 duizend incidenteel voor 2023).

Samenkracht en participatie

Wij stimuleren mensen zoveel mogelijk te participeren in de samenleving. Het betreft hier het meedoen van burgers in de samenleving. Daaronder verstaan we onder andere ook de ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorg, sociaal en cultureel werk, algemeen maatschappelijk werk, wijkopbouw, preventie, inclusie, burgerparticipatie en bestrijding van eenzaamheid. 

Algemene voorzieningen gericht op participeren

Algemene voorzieningen zijn een laagdrempelige vorm van ondersteuning die de inzet van zwaardere zorg kan voorkomen. Hiermee zorgen we ervoor dat inwoners met zo minimaal mogelijke ondersteuning zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. We werken aan het openstellen van huiskamers als brede inloopvoorziening, maar ook het meer benutten van buurt- en wijkcentra als ontmoetingsplek en inloopvoorziening in de wijk. Welsun en Met Elkaar Landgraaf nemen hierin het voortouw, zodat dit goed aansluit op bestaande voorzieningen en ondersteuning snel op- en afgeschaald kan worden. Om dit te faciliteren zijn er meerjarige inhoudelijke en financiële afspraken met Welsun, Met Elkaar Landgraaf en andere organisaties in het voorliggend veld gemaakt die we monitoren. Dit vraagt ook om het vooralsnog met incidentele middelen voor de jaren 2023 en 2024 met een jaarlijks bedrag van € 155 duizend uitbreiden van de buurtopbouwcapaciteit bij Welsun om zijn rol te pakken bij het versterken en faciliteren van het voorliggend veld, waarmee we het beroep op geïndiceerde zorg willen beperken. Bij nieuwe initiatieven kan het innovatiebudget Wmo incidenteel worden aangesproken om daarmee het toenemende beroep op duurdere vormen van hulp en ondersteuning te voorkomen. Daarnaast kunnen we hiermee vroegsignalering en het soepel op- en afschalen van hulpverlening intensiveren. De arbeidsmatige dagbesteding op Slot Schaesberg wordt gecontinueerd en we kijken naar de (door)ontwikkeling hiervan in relatie tot de transformatie van de Maatschappelijke Opvang (locatie Heugderlicht) wordt deze nu afgebouwd tot een kleinschalige opvangvoorziening. De realisatietermijn hiervan is afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare woningen in Parkstad die voor de kleinschalige opvang ingezet kunnen worden.

Wonen- en zorg

De samenwerking tussen het sociale en fysieke domein blijven we intensiveren door in meer trajecten samen op te trekken. In 2023 werken we samen met de woningcorporaties en zorgaanbieders aan een Woon-Zorgvisie, waarin het langer zelfstandig thuis wonen, eigen verantwoordelijkheid van inwoners om hun woning levensloopbestendig te maken en de huisvesting van kwetsbare doelgroepen in de wijk een plek moet krijgen. Daarmee trachten we de benodigde inzet beter te borgen, zodat deze vervolgens ook een plek kan krijgen in de Omgevingsvisie.

Preventie en samenwerkingsinitiatieven

Preventie blijft voor zowel de jeugd als de volwassenen speerpunt. Het versterken van de doorgaande lijn, het werken aan verantwoord burgerschap, de integrale aanpak verbeteren, de aanpak scheidingsproblematiek en het komen tot de duurzame buddy-systemen hebben binnen de uitgezette preventieve activiteiten opnieuw aandacht. Om een zo groot mogelijk effect te bereiken, worden de reeds opgestarte activiteiten ook dit jaar voortgezet. De benodigde middelen ter bekostiging van deze activiteiten zijn in 2022 aan de reserve Jeugdpreventieplan onttrokken. Voor 2023 gaan wij dat ook doen. Vanaf 2024 en verder is het budget gericht op preventieve activiteiten voor de jeugd niet meer toereikend. Er zal dan opnieuw een keuze gemaakt moeten worden hoeveel de raad wil investeren in preventieve activiteiten.  

Met ”Landgraaf Verbindt” stimuleren we samenwerkingsinitiatieven tussen diverse organisaties die in Landgraaf actief zijn. Het doel hiervan is om het maatschappelijk middenveld te versterken en het voorzieningenniveau in Landgraaf op peil te houden. We willen Landgraaf Verbindt structureel verankeren om samenwerking te bevorderen. In 2024 is de reserve stimuleren en verbinden nagenoeg uitgeput. We zullen alsdan voorstellen om de kosten vanaf dan op te nemen in de meerjarenbegroting. Het doel hiervan is om het maatschappelijk middenveld te versterken en het voorzieningenniveau in onze gemeente op de lange termijn in stand te houden. We zien in de afgelopen jaren dat het aanjagen van samenwerking leidt tot nieuwe initiatieven tussen verenigingen en organisaties die bijdragen aan verbindingen in de wijk. Daarnaast groeit jaarlijks het aantal organisaties dat zich verbindt aan Landgraaf Verbindt en hierin investeert vanuit hun eigen kerntaken. In 2023 blijven we ook de netwerkbijeenkomsten organiseren en gaan we meer de wijken in om de bekendheid van Landgraaf Verbindt en het gebruik van de sociale activiteitenkaart te bevorderen. 

Eenzaamheid

Landgraaf scoort hoog op het gebied van eenzaamheidsproblematiek in alle leeftijdscategorieën. Het inzetten van sleutelfiguren, goede communicatie, het aansluiten bij ketenpartners zijn een aantal aspecten die zijn opgenomen in het plan Landgraaf één tegen eenzaamheid. We zetten verder in op het laten ontmoeten van inwoners en het leggen van verbanden met andere initiatieven. Ook gaan we specifiek in op de aanpak van eenzaamheid onder jongeren, omdat Landgraaf hier hoger op scoort dan andere Zuid-Limburgse gemeenten. Samen met de twee Landgraafse VO-scholen blijven we inzetten op interventies voor 13-16-jarigen vanuit een drietal sporen in het onderwijs, gericht op eenzaamheidsgevoelens met als gespreksonderwerp:
1.    Het versterken van de inzet tijdens de roostervrije periode en projectdagen waarin eenzaamheid een gespreksonderwerp wordt;
2.    Het komen tot een leerlijn ‘sociaal emotionele ontwikkeling’;
3.    Het samen met jongeren voor jongeren een communicatielijn/campagne ontwikkelen en uitvoeren gericht op het bespreek- en zichtbaar maken van eenzaamheidsgevoelens. 
We investeren in alle vmbo-klassen middels vijf themalessen, waarin medewerkers van JENS in gesprek gaan met de klas en samen met hen tot een plan van aanpak komen. Deze pilot zal een nul- en eindmeting bevatten en uiteindelijk komt er een plan waarvan we weten wat werkt en hoe we dit kunnen borgen in de toekomst. Omdat de eenzaamheid ook onder volwassenen en ouderen hoger is dan het Nederlands gemiddelde, continueren we de campagne Landgraaf één tegen eenzaamheid, met als doel eenzaamheid bespreekbaar te maken. Waar nodig zullen we aanvullende acties naast de al bestaande activiteiten inzetten. Het signaalpunt is in onze gemeente bij Welsun belegd. Daar worden de ouderenadviseurs ook specifiek getraind om beter eenzaamheid te signaleren en hierop te acteren. Omdat er geen structurele financiële ruimte is binnen de beschikbare middelen is voor deze aanpak vanaf 2023 structureel een jaarlijks bedrag van € 7,5 duizend nodig. Ook het incidenteel uitbreiden van de capaciteit binnen het ouderenwerk van Welsun in 2023 en 2024 met een jaarlijks bedrag ter hoogte van € 77,5 duizend draagt in grote mate bij aan het terugdringen van eenzaamheid onder ouderen. Door middel van het ouderenwerk kan er laagdrempelig hulp worden geboden aan de ouderen, is er een luisterend oor en kunnen zij begeleid worden naar laagdrempelige, voorliggende voorzieningen en activiteiten.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie is een breed en actueel begrip. We verkennen in 2023 de mogelijkheden om burgerparticipatie te verbeteren en te vergroten. We stellen daartoe een visie op. In de jaren daaropvolgend onderzoeken we en stellen tools op om burgerparticipatie te stimuleren. Aansluitend kijken we ook op welke wijze we het burgerinitiatievenfonds continueren. Het doel is om inwoners meer ruimte te geven voor eigen plannen en het daarbij behorende budget om hun ideeën te realiseren. Als gemeente nemen we daarin een voorwaardenscheppende en faciliterende rol. Ook onderzoeken we wat onze inwoner nodig heeft om meer te participeren in gemeentelijk beleid en de eigen leefomgeving. Burgerparticipatie is een thema dat over meerdere beleidsterreinen gaat. Het gaat zowel om de sociale als de fysieke omgeving. De financiële ruimte is op dit moment beschikbaar voor burgerinitiatieven en voor de inspraakorganen. 

Lokale Inclusie Agenda (LIA)

In 2023 zeten we in op een lokale inclusie agenda zodat iedere inwoner gelijke kansen en rechten heeft om zelfstandig mee te doen op alle terreinen in het leven. Hierbij zetten we vooral in op bewustwording in de interne en externe omgeving, fysieke toegankelijkheid, digitale toegankelijkheid en de sociale omgeving. Dit doen we door een Lokale Inclusie Agenda op te stellen. Vooruitlopend op het opstellen van de LIA zullen wij in onze voorlichting en communicatie reeds inzetten op een inclusieve samenleving (RVR03).

Maatschappelijk werk en buurtopbouwwerk

Daar waar het maatschappelijk werk zich primair bezighoudt met het beantwoorden van zeer diverse vragen van inwoners op sociaal- en maatschappelijk gebied, gaat het bij het buurtopbouwwerk meer om het zichtbaar zijn in de wijk en het op de langere termijn verbeteren van de kwaliteit van de sociale leefbaarheid binnen de wijk. Dit doen we door zowel het actief signaleren van knelpunten als door het anticiperen op initiatieven van onze inwoners. Welsun voert deze taken voor ons uit. Binnen de wijkgerichte aanpakken zal er een extra taakverzwaring voor Welsun komen. Ook Covid-19 heeft effect gehad op de sociale cohesie in de wijken. Daarvoor heeft Welsun tot en met 2023 een tijdelijke uitbreiding van de formatie gekregen. We zien echter ook een stijgende trend in het aantal en de complexiteit van vragen van inwoners die bij Welsun worden gesignaleerd. De samenwerking met de zorgaanbieders (JENS en Met Elkaar Landgraaf) wordt verder geïntensiveerd om het soepel op- en afschalen van zwaardere en lichtere ondersteuning mogelijk te maken. 

Vrijwilligerswerk en mantelzorg

Veel organisaties kunnen niet (goed) functioneren zonder de inzet van vrijwilligers. Het gaat hierbij zowel om de traditionele verenigingen als ook om de inzet van vrijwilligers binnen het sociale domein. Naast Welsun, die zelf veel vrijwilligers inzet en verantwoordelijk is voor de vrijwilligerscentrale, zorgt een aantal organisaties voor de ondersteuning van mantelzorgers dan wel de ondersteuning van mensen die vanwege lichamelijke of psychische redenen hier behoefte aan hebben. Het beschikbaar krijgen en houden van voldoende vrijwilligers blijkt met name vanwege de kwalitatieve mismatch en de demografische ontwikkelingen een hardnekkig vraagstuk. Ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren komen vraag en aanbod niet goed bij elkaar. 

Binnen de groep mantelzorgers is de groep jonge mantelzorgers kwetsbaar. Vanaf 2020 is de ondersteuning van jonge mantelzorgers belegd bij JENS. Zij werken hierin samen met het Steunpunt Mantelzorg. Jonge mantelzorgers zijn moeilijk in beeld te krijgen. Zij herkennen zichzelf vaak niet als mantelzorger; vinden het normaal. Samen met andere Parkstadgemeenten gaan we aan de slag om deze groep meer bekendheid te geven en zo ook beter te kunnen opsporen. 

Inburgering

Per 1 januari 2022 is de nieuwe inburgeringswet in werking getreden. Deze geldt voor statushouders en immigranten met een inburgeringsplicht.  Gebundelde deskundigheid vanuit Welsun, het Mens Ontwikkel Bedrijf en onderwijs is noodzakelijk om meer grip te krijgen op het inburgeringsproces. Wij zetten ons dan ook in om de samenwerking tussen onderwijs, maatschappelijke begeleiding en participatie structureel te versterken. Voor de uitvoering van de nieuwe inburgeringswet is door het rijk een vergoeding aan gemeenten in het vooruitzicht gesteld van € 12,5 duizend per inburgeraar. Het risico bestaat dat met deze nieuwe taken, het budget per inburgeraar ontoereikend blijkt. De berekening van een (rijks)budget per inburgeraar is nu op basis van gemiddelden. Als er bijvoorbeeld in de gemeente meer mensen zijn waarbij een duur(der) maatwerktraject nodig is, dan is meer budget nodig. Daarnaast hebben we de laatste jaren een achterstand opgelopen bij de reguliere, verplichte taakstelling. Dit kan leiden tot mogelijk hogere, onvoorziene, kosten door mogelijke sancties met financiële gevolgen vanuit de toezichthouder. Het is belangrijk er voor te zorgen dat de doelgroep optimaal inburgert. Daarom moet voorkomen worden dat inburgeraars geen traject kunnen doorlopen omdat onvoldoende budget voorhanden is. Als die situatie in de loop van het jaar ontstaat dan zal het budget bijgesteld moeten worden, we nemen daarvoor een kleine  risicopost op in de begroting 2023. 

Opvang vluchtelingen uit Oekraïne

Als gemeente nemen we onze verantwoordelijkheid om Oekraïense vluchtelingen op te vangen en te ondersteunen tijdens hun verblijf in Landgraaf. Het verloop van de oorlog in Oekraïne is onvoorspelbaar en daarmee ook de toekomst van de Oekraïners in Nederland. Het is onzeker wanneer zij terug kunnen naar Oekraïne of dat zij in Nederland een nieuwe toekomst gaan opbouwen. Dat betekent ook dat de ondersteuning die we bieden aan de Oekraïners erop gericht is om ze, ongeacht hun verblijfsstatus, naast het bieden van onderdak, zoveel als mogelijk te ondersteunen om zelfstandig te leven in Landgraaf. De Rijksoverheid heeft in diverse publicaties en verzamelbrieven financiële zekerheid toegezegd aan gemeenten voor de kosten die worden gemaakt voor de opvang en ondersteuning van Oekraïense vluchtelingen. Uiteraard schept dit vertrouwen dat te maken kosten integraal vergoed zullen worden. Tegelijkertijd blijven veel van onze uitvoeringsvraagstukken door de rijksoverheid onbeantwoord en is er geen zekerheid over de hoogte en looptijd van de vergoedingen en de wijze waarop wij die ontvangen. We nemen daarvoor een pm risicopost op in de begroting 2023.

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

Er is nog steeds sprake van een toenemend beroep op Wmo ondersteuning en dat leidt ook tot knelpunten in de toegang. In 2023 worden via het transformatieplan Wmo de werkprocessen opnieuw opgebouwd en met als doel om de beschikbare capaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. Daarnaast blijven we de samenwerking tussen onze toegang, de zorgaanbieders en het voorliggend veld bevorderen om de dienstverlening te verbeteren en om de inzet van geïndiceerde zorg te beheersen, zodat we de meest kwetsbare inwoners van de benodigde ondersteuning kunnen voorzien en de stijgende uitvoeringskosten kunnen beheersen.

Daarnaast zien we dat de uitvoeringscapaciteit continu onder druk staat bij het team Jeugd en Wmo. Het structureel maken van tot nu toe incidenteel ingezette uitvoeringscapaciteit is daarvoor noodzakelijk.

Inkomensregelingen

Onder inkomensregeling wordt verstaan het verstrekken van uitkeringen vanuit de Participatiewet aan mensen die zijn aangewezen op bijstand. Ook de uitvoering van de bijzondere bijstand en de diverse minimaregelingen behoren tot dit taakveld. De uitvoering hiervan ligt bij ISD BOL en onze partners Leergeld, Jeugdfonds Sport en Jeugdfonds Cultuur. 

In de afgelopen jaren heeft een groei plaatsgevonden in het aantal kinderen dat we hebben kunnen bereiken met deze regeling. Vanwege Covid-19 heeft er in 2020 en 2021 een stabilisatie plaatsgevonden. De verwachting is thans dat er weer een flinke toename zal zijn. Op zich positief, want dit betekent dat we wederom meer kinderen bereiken. Ook zal ingezet worden op een verbeterde samenwerking tussen een aantal armoedepartners, waardoor de doelgroep nog beter en sneller geholpen kan worden.  

De Voorzieningenwijzer geeft een advies over onderbenutting van Voorzieningen. Zo wordt gekeken of er recht bestaat op toeslagen, welke energieleverancier het meest passend is, of er aanspraak gemaakt kan worden op bijvoorbeeld bijzondere bijstand of minimabeleid, maar ook of aangifte inkomstenbelasting aan de orde is. Door gebruik te maken van alle voorzieningen ondersteun je mensen op het gebied van hun inkomsten, waardoor de kans op geldzorgen en schulden afneemt. Op termijn zullen hierdoor wel de kosten bijzondere bijstand/minimabeleid toenemen, maar kan ook het gebruik van schuldhulpverlening afnemen. De Voorzieningenwijzer zal ingebed worden in de bestaande processen van ISD BOL. Waarbij het streven is om minima optimaal gebruik te laten maken van de beschikbare voorzieningen. 

BUIG

Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en voor de inzet van loonkostensubsidie. Deze uitkering is gebaseerd op een objectief verdeelmodel. Idealiter zou de uitkering voldoende hoog moeten zijn om de uitkeringslasten volledig te dekken. Dat is voor onze gemeente echter al jaren niet het geval, waardoor wij structureel tekorten hebben op de uitkeringslasten die wij zelf moeten bijpassen. De drempel om in aanmerking te komen voor de extra Vangnetuitkering is 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende BUIG. 

Wij hebben op alle fronten veel energie gestoken in pogingen om verbeteringen in het verdeelmodel gerealiseerd te krijgen. En ondanks dat het verdeelmodel voor Landgraaf niet per se beter uitpakt, heeft een uitspraak van de rechter er wel toe geleid dat ons tekort voor 2015 en 2016 door het ministerie gecompenseerd is. Voor de jaren 2017 en verder blijven wij dan ook in bezwaar en beroep gaan om ook de tekorten van deze jaren gecompenseerd te krijgen. Door de verbeteringen op het verdeelmodel die jaarlijks doorgevoerd worden, zal het wel steeds moeilijker worden om te onderbouwen waarom wij onevenredig benadeeld worden. De kans op het krijgen van gelijk bij de rechtbank wordt dan ook steeds kleiner. 

De tekorten op de BUIG blijven dan ook voor 2023 een groot risico.

Over de periode 2018 – 2022 werd ingezet op een daling van het uitkeringsbestand met 2%. Voor 2023 en verder blijven we inzetten op die daling. Maar de omstandigheden worden echter steeds moeilijker om dit te halen. Met de huidige krapte op de arbeidsmarkt, zijn de meeste arbeidsfitte cliënten reeds aan het werk. Op dit moment zien we dat de doelgroep die nu bij het MOB en ISD BOL zit steeds zwaarder wordt en daarmee re-integratie steeds complexer. Om verdere daling te kunnen blijven behalen is incidenteel voor de jaren 2023 en 2024 jaarlijks een budget nodig van € 274,8 duizend voor menskracht voor aanpak van de arbeidsmarkt met meer arrangementen met loonkostensubsidie.

Participatie

In 2022 is aan Iroko gevraagd om modellen uit te werken hoe de toekomstige samenwerking op Parkstadniveau vorm kan krijgen. In dit kader zijn 4 modellen uitgewerkt, die met name toezien op de samenwerking van die organisaties die de huidige infrastructuur vormen, waarbij tevens gekeken is naar de inbedding van de landelijke ontwikkelingen in het kader van het sociaal ontwikkelbedrijf. Op basis van de te maken keuze zal in 2023 gewerkt worden aan de implementatie hiervan. Daarnaast hebben we te maken met een nieuwe realiteit op de arbeidsmarkt, krapte aan personeel. Daardoor resteren met name mensen met een lage arbeidsfitheid, die nog een beroep op de uitkering doen en vandaaruit ondersteund worden bij het vinden van de voor hun juiste participatieplek. Gevolg hiervan is dat er meer inspanningen en dus middelen nodig zijn om kandidaten richting arbeidsmarkt te leiden, waarbij steeds meer kandidaten deze stap alleen kunnen maken als werkgevers bereid zijn om vacature-eisen in overeenstemming te brengen met de kwaliteiten van de potentiele werknemer. Om dit vorm te geven is zowel inspanning op lokaal niveau als binnen de samenwerking op Parkstadniveau en op Zuid-Limburgse schaal nodig.

Wij participeren bij de uitvoering van de participatiewet in drie gemeenschappelijke regelingen (ISD BOL, WSP en WOZL) en vervullen via ons eigen MOB een belangrijke rol in de ondersteuning van kandidaten bij hun ontwikkeling. Om kansen op de arbeidsmarkt voor onze doelgroep zo goed als mogelijk te benutten is samenwerking in de keten essentieel. De partners in de regio kijken steeds hoe de onderlinge samenwerking geoptimaliseerd kan worden. Dit heeft geresulteerd in de afspraak tussen een aantal mensontwikkelbedrijven dat kandidaten uit een andere gemeente met gesloten beurs gebruik kunnen maken van een traject. Ook wordt er op uitvoerend niveau nauw samengewerkt tussen het MOB en het WSP, waarbij de focus niet alleen meer ligt op de meest arbeidsfitte kandidaten. Voor 2023 blijven we inzetten op deze samenwerking.

In 2022 is in het kader van de Regiodeal in Nieuwenhagen, en dan met name in Oud Nieuwenhagen, uitvoering gegeven aan het project WIJ(K). Op basis van de evaluatie hiervan kijken we welke leerpunten we hieruit kunnen meenemen. Waar mogelijk werken we in 2023 al aan de implementatie daarvan. 

De vraag is wat we nog meer kunnen doen om mensen naar de arbeidsmarkt te brengen. Op de eerste plaats kan hierbij gedacht worden aan het meer inzetten van het instrument loonkostensubsidie. Voorwaarde hiervoor is dat we meer kandidaten geschikt kunnen maken om de stap naar werk via dit instrument te zetten en dat vergt meer begeleiding dan we nu kunnen bieden. Daarnaast vergt het ook dat werkgevers bereid zijn om mensen die niet aan het gewenst profiel voldoen een baan te bieden. En ook dat vergt extra inspanning.

WSW en beschut werk

Bij begeleide participatie gaat het concreet om:
-    De werkzaamheden op het gebied van ondersteuning bij vrijwilligerswerk (voor zover dat maximaal haalbaar is);
-    De uitvoering van beschut en begeleid werk;
-    (Arbeidsmatige) dagbesteding. 
Het MOB ondersteunt mensen met een uitkering die tot de doelgroep vrijwilligerswerk hoort. Dit past binnen de in gang gezette ontwikkeling waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door het MOB ondersteund worden in hun ontwikkeling naar de geschikte participatieplek. Voordeel hiervan is dat, op termijn het zien van ontwikkelpotentieel binnen de reguliere werkwijze van het MOB ingebed kan worden. 

Arbeidsparticipatie

Onder arbeidsparticipatie verstaan we het benutten van kansen om zoveel als mogelijk mensen deel te laten nemen aan reguliere arbeid. Daarbij is het uitgangspunt de beste kandidaat op de beste plaats. Het WSP zorgt samen met ISD BOL en het MOB voor de plaatsing van kandidaten vanuit de participatiewet. Hierbij wordt met name gekeken naar baanopeningen, ontwikkelplekken en leerwerkarrangementen. Sinds een aantal jaren tekent zich een tendens af dat de uitstroom naar werk substantieel lager uitvalt dan in voorafgaande jaren. De voornaamste reden is de afname van het aantal arbeidsfitte kandidaten. Daar waar de opgave voorheen was om zoveel als mogelijk arbeidsfitte mensen zo snel als mogelijk naar werk te krijgen ligt de uitdaging nu in het realiseren van plaatsingen voor mensen die minder arbeidsfit zijn. Intensieve begeleiding en omdenken van werkgevers zijn hierbij kritische succesfactoren.

Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zet hoog in op eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht. Dit betekent dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is voor het organiseren van zijn eigen leven, werken en wonen. Als dat niet kan dan gaan we uit van zorgen voor elkaar, waarbij inwoners elkaar ondersteunen. De gemeente vormt daarbij een vangnet waarbij in eerste instantie een beroep kan worden gedaan op algemene voorzieningen. Individuele voorzieningen worden ingezet zo kort als mogelijk en zo zwaar als nodig.  Het gaat uiteindelijk om het resultaat dat wordt behaald en niet om de wijze van oplossen. Dit betekent dat eerst gekeken wordt om gebruik te maken van een van de voorzieningen die voor iedereen, zonder indicatie of besluit van de gemeente, vrij toegankelijk zijn. Pas als dat geen oplossing biedt, wordt naar een maatwerkvoorziening gekeken. Het uitgangspunt is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. De werkwijze van positieve gezondheid, is daarbij een instrument om de ondersteuningsbehoefte te bepalen. Door te werken met positieve gezondheid is er meer oog voor welzijn en zingeving in plaats van de beperkingen. Hierbij wordt uitgegaan van een betekenisvol leven met de nadruk op aanpassingsvermogen, veerkracht en eigen regie.

Desondanks zien we nog steeds een stijgende vraag naar ondersteuning vanuit de Wmo en in het bijzonder huishoudelijke hulp. Als gemeente hebben we daarbij de wettelijke verplichting om maatwerk te bieden en steeds minder beleidsvrijheid om alternatieven in te zetten. Vanwege de stijgende kosten, stijgende instroom van nieuwe cliënten en beleidsmaatregelen (nieuwe taken en gewijzigde wetgeving) is het noodzakelijk om kritisch te blijven kijken naar de kostenontwikkeling van de Wmo. We willen daarom met een Transformatieplan Wmo in 2023 en 2024 werken aan het opnieuw opzetten van de voorzieningen en uitvoeringsprocessen. Essentieel daarbij is kostenbewustzijn en kostenbeheersing. Het inzetten van nazorg hierbij heeft een tweeledig doel. Enerzijds vanuit het perspectief van de cliënt: voldoet de geleverde zorg nog aan de actuele situatie, of is er een opschaling of afschaling van de zorg aan de orde. Daarbij is ook aan de orde of de Wmo nog de juiste route voor ondersteuning is, of dat ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg een meer passend perspectief is. Anderzijds geeft nazorg ook meer inzicht in de zorgverlening door de zorgaanbieders van de aan cliënten geleverde zorg. Is deze zoals contractueel afgesproken of is bijsturing daarop noodzakelijk. 

We werken met indicatieprotocollen om begeleiding en huishoudelijke hulp objectief te indiceren. De opgedane ervaringen in 2022 nemen we mee bij de bijstelling hiervan via het transformatieplan Wmo in 2023. We bekijken of bepaalde toegangstaken (op termijn) overgeheveld kunnen worden naar het samenwerkingsverband van de zorgaanbieders om efficiëntie en effectiviteit te bevorderen.

Voor de kostenontwikkeling van de gecontracteerde aanbieders zijn we naast de instroom en uitstroom ook afhankelijk van de cao-ontwikkelingen die van invloed zijn op de tariefstelling van hulp bij het huishouden en de lumpsum voor de ambulante begeleiding. We ervaren dagelijks het effect van het abonnementstarief, dat door velen gezien wordt als een schoonmaaksubsidie voor de rijken. Het groeiend aantal cliënten dat een beroep doet en zullen gaan doen op de hulp bij het huishouden, spreekt daardoor voor zich. De Rijksoverheid heeft aangekondigd in 2025 een vorm van een inkomensafhankelijke bijdrage te gaan invoeren voor de huishoudelijke hulp, maar dat dit ook zal leiden tot een verlaging van het budget dat gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Wmo. De maatregel wordt door het Rijk nog nader uitgewerkt en we zullen in 2023 bekijken welke gevolgen dit heeft.

In de raming van de autonome meerlasten in de Wmo hebben we daarom - op basis van de VNG-prognoses - meerjarig rekening gehouden met een verdergaande groei van 7% van het aantal cliënten hulp bij het huishouden in de Wmo, de verplichte veelal hogere tarieven en een index van 3,5%.

Schulddienstverlening

Welsun (1e lijn) en Kredietbank Limburg (KBL, 2e lijn) geven in samenwerking vorm aan de ondersteuning van mensen die schulden hebben. Hierbij maakt men gebruik van elkaars kennis en kunde. De dienstverlening wordt laagdrempelig vanuit de locatie van Welsun aangeboden, waarbij men steeds kijkt welk instrumentarium passend is. Onderdeel hiervan is stabiliseren van de situatie zodat stress zoveel als mogelijk weggenomen kan worden.

De insteek is om financiële problemen in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen. Enerzijds om te voorkomen dat bij mensen grote financiële problemen ontstaan en anderzijds ook om te voorkomen dat langdurige en dure instrumenten ingezet moeten worden. In dat kader wordt samengewerkt met diverse partners. Door de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening zetten we sinds 2021 meer in op vroegsignalering.  Bij de vaststelling van het beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 2021-2024 is voorzien in de hiervoor benodigde middelen, zodat er voldoende capaciteit is om de benodigde schulddienstverlening te geven.  In het kader van de vroegsignalering wordt nu vooral in de situaties waar sprake is van meerdere schuldeisers of hoge schulden gewerkt met huisbezoeken.  De structurele rijksbijdrage die in het vooruitzicht gesteld is voor huisbezoeken willen we inzetten om dit instrument nog vaker dan nu toe te passen. In tegenstelling tot de verwachtingen heeft Covid-19 (nog) niet gezorgd voor extra toestroom. Maar dat zal wel geval zijn vanwege de met name als gevolg van de energiecrisis optredende inflatie. De in 2021 gestarte pilot voor ondernemers wordt eind 2022 geëvalueerd. Op basis daarvan wordt een voorstel gemaakt voor de vormgeving van deze dienstverlening. 

Jeugdhulp 

Tot het taakveld jeugdhulp behoort begeleiding van jongeren tot 18 op het vlak van jeugd- en opvoedhulp, jeugd- GGZ, jeugdzorg aan verstandelijk beperkten, vervoer, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf en jeugdzorg+ (gesloten jeugdhulp).

Jeugd- en opvoedhulp

In 2023 start een nieuwe opdracht basishulp Jeugd voor de ambulante jeugdhulp voor de gemeenten Heerlen, Landgraaf en Voerendaal. Deze opdracht borduurt voort op de opdracht die in 2019-2022 door JENS is uitgevoerd. In de nieuwe opdracht zijn de oorspronkelijke doelen aangescherpt en hebben de thema's integraliteit en normaliseren een grotere focus gekregen. Ook nu wordt de opdracht bekostigd door een lump sum budget.

Overige jeugdhulp

Via centrumgemeente Maastricht kopen we in 2023 de overige jeugdhulp in, te weten:
•    Crisishulp (zowel ambulant als residentieel);
•    Verblijf (alle vormen, ook pleegzorg);
•    Jeugdzorg Plus (Gesloten Jeugdzorg, inkoop op schaal van Zuid-Nederland);
•    Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en de Crisisdienst Jeugd (voorheen SEH genoemd).

Voor deze jeugdhulp worden per 2023 nieuwe opdrachten verstrekt, waarvoor in 2022 diverse aanbestedingen hebben plaatsgevonden. Er is in de nieuwe opdrachten sprake van een limitatie van het aantal aanbieders teneinde partnerschap te kunnen ontwikkelen. Net als in de opdracht basishulp Jeugd hebben de thema's integraliteit en normaliseren een grotere focus gekregen.

Veranderingen Jeugdwet

Het kabinet heeft in 2020 geconstateerd, dat het huidige jeugdstelsel een aantal knelpunten kent die moeten worden opgelost. 

In 2021 heeft dit inmiddels geleid tot een Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd (NvO), waaraan gemeenten zich hebben geconformeerd en die heeft geleid tot het vaststellen van een regiovisie door de Zuid-Limburgse gemeenteraden. Met de NvO hebben gemeenten erkend, dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is. De regiovisie schetst hoe dit in Zuid-Limburg geregeld is. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp en de implementatie van een regionaal expertisecentrum.

De NvO verplicht gemeenten om binnen hun regio dezelfde contractvoorwaarden voor zwaardere jeugdhulp te hanteren en zich te houden aan dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Gemeenten hebben o.a. aangegeven reële tarieven te gaan hanteren, omdat de continuïteit van specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming onder druk staat. 

In mei 2022 is de kamerbrief Hervorming jeugdzorg verschenen. Daarin wordt ingegaan op vijf leidende principes voor de hervorming van de jeugdzorg en een aantal verbeteringen in de randvoorwaarden. In deze kamerbrief heeft de minister een aantal al bekende ontwikkelingen uit de hervormingsagenda verwerkt, zoals een focus op normaliseren, standaardiseren van contractafspraken en de inzet op een vorm van een gemeenschappelijke regeling voor de jeugdregio’s. Deze ontwikkelingen hebben wij al verwerkt in onze regionale toekomstplannen. Daarnaast worden ook een aantal uitspraken gedaan over de gemeentelijke toegang tot en afbakening van jeugdhulp. Dit zijn voor de gemeenten interessante ontwikkelingen die we dan ook nauwgezet gaan volgen. 

Deze ‘hervormingsagenda’ van de rijksoverheid landt in diverse documenten:
-    Landelijke Hervormingsagenda jeugdhulp (eind 2022);
-    Wet verbetering zorg voor jeugdigen (01.01.2023);
-    Algemene maatregel van bestuur zorgvormen (eind 2022);
-    Algemene maatregel van bestuur reële tarieven (medio 2022);
-    Wet Maatschappelijk verantwoord inkopen Jeugdwet en Wmo 2015 (eind 2022);
-    Wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (2023);
-    Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (2024).

De vijf leidende principes voor de hervorming van de jeugdzorg zijn:

1.  Passende zorg voor de meest kwetsbare kinderen;

2.  Versterken veerkracht in normale dagelijkse leven;

3.  Minder marktwerking;

4.  Verbetering kwaliteit en effectiviteit;

5.  Jeugdzorg als effectieve samenwerkingspartner.

Kleinschalige ontmoetingsruimte voor jongeren in Nieuwenhagen

In de kern Nieuwenhagen gaan we in 2023 een pilot uitvoeren met een kleinschalige ontmoetingsruimte voor jongeren. Deze kleinschalige ontmoetingsruimte zal in de avonden en weekenden geopend zijn, waarbij de jongeren worden begeleid door JENS. De kosten hiervoor ter hoogte van € 40,52 duizend zijn incidenteel opgenomen in de begroting. Op basis van de uitkomsten van de pilot wordt bekeken of er behoefte is aan een structurele invulling.

Maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen

Onder deze taakvelden worden alle opvang en beschermd wonen voorzieningen verstaan met inbegrip van eventuele maatwerk dienstverlening en –voorzieningen voor burgers die in deze opvanglocaties verblijven. De ingangsdatum van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein is uitgesteld naar 2024. De Ketenveldnorm en de Wet straffen en beschermen zijn inmiddels ingevoerd en verankerd binnen de dagelijkse werkzaamheden van het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad en de lokale toegang. Deze wetten verankeren duidelijke taken voor gemeenten om te komen tot een integrale en gecoördineerde aanpak voor meervoudige en complexe problematiek waarbij sprake is van zorg- en veiligheidsvraagstukken. Met de ketenveldnorm wordt passende zorg geboden aan mensen met gevaarlijk, agressief en ontwrichtend gedrag die geen strafrechtelijke titel (meer) hebben. Dit vanuit een ‘levensloopbenadering’, zodat professionals zo lang als nodig betrokken kunnen blijven. De wet straffen en beschermen regelt dat gemeenten al vroegtijdig betrokken worden bij het ondersteunen van inwoners die terugkeren in de maatschappij vanuit detentie en dat voorzien kan worden in een aantal basisvoorwaarden (inkomen, huisvesting, begeleiding). De coördinatie van nazorg aan ex-gedetineerden is belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis Parkstad. Om de succesvolle re-integratie van gedetineerden te vergroten en om hen optimaal voor te bereiden op terugkeer naar de maatschappij is het noodzakelijk om de capaciteit uit te breiden. Dit vraagt om een structurele bijdrage van € 13 duizend per jaar.

Het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein moet ook gaan zorgen voor een grondslag voor gegevensuitwisseling en het bevorderen van samenwerking bij meervoudige en complexe casuïstiek. De voorbereidingen voor de implementatie van deze wet lopen door tot de definitieve invoering van deze wet. Ook hier volgen we de kostenontwikkeling nauwlettend en of er voldoende Rijksmiddelen voor de uitvoering van deze taken beschikbaar worden gesteld.

Met het Verbindingskooppunt Informatie en Advies (hierna VIA) voor personen met verward gedrag, wordt een sluitend systeem gerealiseerd om niet-acute zorgmeldingen verward gedrag van de politie richting gemeente/lokaal sociaal domein of zorgdomein te brengen. Hiermee kan tijdig een behoorlijke opvolging worden gegeven aan deze meldingen. Dit conform de door de raden vastgestelde bouwstenennotitie aanpak personen met verward gedrag. Daarnaast volgt naar verwachting in 2023 een wettelijke verplichting en standaard om een 'meldpunt niet-acute zorgmeldingen' voor onder andere Politiemeldingen in te richten. Met het VIA voldoen wij al aan deze verplichting. Om het VIA structureel te kunnen borgen en te komen tot wederzijdse informatie-uitwisseling is er jaarlijks een bedrag nodig van € 12 duizend per jaar. De uitvoering is belegd bij het Zorg- en Veiligheidshuis. 

Doordecentralisatie opvang en beschermd wonen

Wij stellen onze inwoners die extra zorg nodig hebben centraal. In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is de verantwoordelijkheid voor een groot aantal decentralisatietaken neergelegd bij alle gemeenten. Voor de decentralisatietaken van de Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang is de primaire uitvoeringstaak in 2022 nog aan de centrumgemeente (gemeente Heerlen) opgedragen als overgangsjaar. De Staatssecretaris heeft de geplande doordecentralisatie per 1 januari 2023 opnieuw uitgesteld. Desondanks hebben de gemeenten in Parkstad besloten om door te gaan met de voorbereidingen, waaronder een nieuw zorgaanbod en samenwerkingsafspraken die per 1 januari 2023 worden geëffectueerd.  De Staatssecretaris heeft bekendgemaakt dat de nieuwe ingangsdatum 1 januari 2024 wordt. Als gevolg hiervan zal in 2023 een herziening van de gemeenschappelijke regeling, met daarbij ook financieringsafspraken (financiële herverdeling van Rijksmiddelen over alle gemeenten) aan de raden worden voorgelegd.  Uitgangspunt hierbij is de door uw Raad in 2017 vastgestelde Regiovisie Opvang en Beschermd Wonen Parkstad. Uitgangspunt is dat ondersteuning, bescherming en behandeling zoveel mogelijk in de thuissituatie wordt ingezet. Daarnaast blijven we regionale voorzieningen ook regionaal inkopen en bekostigen. 

Over de doordecentralisatie van de Maatschappelijke Opvang, Verslavingszorg, en Vrouwenopvang neemt het Rijk in 2024 een besluit. We zetten in de tussentijd wel in op de transformatie van deze opvang. Dit betekent inzetten op het voorkomen van dakloosheid, indien iemand dakloos wordt dat deze op een kleinschalige locatie (liefst gewoon in een huis) wordt opgevangen en dat de duur van opvang zo kort mogelijk is. Daarnaast werken we aan een duurzame uitstroom uit de opvang. Concreet voor Landgraaf betekent dit ook dat we samen met de gemeente Heerlen en LevantoGroep werken aan de toekomst van de crisisopvang Heugderlicht. We continueren de spreiding door middel van een kleinschalige opvanglocatie en meer opvangplekken gespreid over Parkstad. 

Jeugdbescherming- en reclassering

Tot deze taakvelden behoren maatregelen gericht op de opvang en het verbeteren van de veiligheid van kinderen en jeugdigen tot 18 jaar (met inbegrip van maatwerkdienstverleningsmaatregelen) voor jeugdigen die in de betreffende opvangvoorzieningen verblijven. 

Veilig Thuis/Geweld Hoort Nergens Thuis

Veilig Thuis is het meldpunt voor situaties waarin kindermishandeling/ huiselijk geweld een rol speelt. De afgelopen jaren is gewerkt aan een stabiele basis voor Veilig Thuis als organisatie binnen de GGD Zuid-Limburg. In 2020 is de regionale visie “Geweld in Afhankelijkheidsrelaties” en bijbehorende uitvoeringsagenda vastgesteld. In 2023 wordt de regionale visie herijkt. Doelstelling is om in samenwerking met anderen te komen tot een effectieve aanpak die aantoonbaar leidt tot het stoppen van geweld, duurzaam herstel van de veiligheid en het bevorderen van de ontwikkelkansen van de personen die betrokken zijn bij geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA)
Eind 2020 werd bekend hoe omvangrijk de kinderopvangtoeslagaffaire landelijk gezien daadwerkelijk is. Dat heeft ertoe geleid dat er vanuit het Rijk opdracht aan gemeenten gegeven is om de hulpverlening aan (mogelijk) gedupeerden zo snel als mogelijk op te starten. Dit heeft niet alleen betrekking op financiële hulp, bijvoorbeeld bij schulden, maar ook op hulp op het gebied van wonen, gezondheid, maatschappelijke begeleiding, etc.. (mogelijke) Gedupeerden kunnen zich nog tot en met eind 2023 bij de Belastingdienst/Toeslagen melden, waarna (na afname van een lichte toets) zij via de gemeente in aanmerking komen voor hulp. Er is vanuit de rijksoverheid de toezegging gekomen dat gemeenten en hun partners alle gemaakte kosten voor de organisatie en uitvoering hulpverlening KOTA vergoed krijgen via een specifieke uitkering. Alle Landgraafse gedupeerden zijn in beeld en hebben indien van toepassing een plan van aanpak. In 2023 wordt de hulpverlening voortgezet.

Omgevingsanalyse

Kengetal historische ontwikkeling Bron 2018 2019 2020 2021
% WWB-ers in beroepsbevolking (*). CBS statline 5,40% 5,30% 5,90% 4,39%
Aantal personen werkzaam in WSW. WOZL 449 439 399 365
Aantal personen met een bijstandsuitkering. ISDBOL 1.033 940 993 938
Instroom nieuwe cliënten Welsun. Welsun --- 1.255 1.279 1.035
Aantal toekenningen bijzondere bijstand. ISDBOL 3.357 2.500 2.586 2.580
Aantal personen dat in aanmerking is gekomen voor kwijtschelding gemeentelijke belastingen. BsGW 1.234 1.462 1.273 1.249
Aantal personen dat traject schuldhulpdienstverlening heeft (gehad). Welsun 505 559 553 593
(*) Beroepsbevolking betreft personen die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).

Analyse historische ontwikkeling kengetallen

Het aantal personen in de WSW neemt af. Dit is conform de verwachting, aangezien er geen nieuwe instroom meer plaatsvindt.

Aantal personen met een traject schuldhulpverlening is de afgelopen jaren gestegen. Dit past bij het doel om meer mensen te bereiken, onder andere door de inzet van vroegsignalering. Of dit ook duidt op toename van mensen met financiële problemen is de vraag.

De netto arbeidsparticipatie is, na een afname in 2020, net iets boven het niveau van 2019. Dit kan verklaard worden door heropleving van de economie in combinatie met een afname van de beroepsbevolking.  Het aantal lopende re-integratievoorzieningen is afgenomen in 2021 en 2020 ten opzichte van 2019. Dit kan te maken hebben met minder gestarte trajecten in relatie tot corona maar ook met de problematie waarmee mensen die instromen kampen, waardoor re-integratie (vooralsnog) niet aan de orde is.

Beleidsindicatoren BBV

Beleidsindicatoren (BBV) - info: waarstaatjegemeente.nl Bron 2018 2019 2020 2021
Aantal banen per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-74 jaar. LISA 345,7 355,3 359,4 357,2
% Jongeren (12 t/m 21-jarigen) met een delict voor de rechter. CBS 1% 1% 1% *
% Kinderen (tot 18 jaar) in uitkeringsgezin. CBS 9% 8% 8% *
Netto arbeidsparticipatie (% van de werkzame beroepsbevolking t.o.v. de beroepsbevolking). CBS 62,70% 64,10% 61,50% 65,20%
% Werkloze jongeren (16 t/m 22-jarigen). CBS 2% 3% 3% *
Aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners. CBS 41,8 40,1 43 43,9
Aantal lopende re-integratievoorzieningen per 1.000 inwoners van 15-74 jaar. CBS 12,7 26,6 20,4 18,9
% Jongeren met jeugdhulp (van alle jongeren tot 18 jaar). CBS 16,90% 17,10% 15,70% 14,90%
% Jongeren met jeugdbescherming (van alle jongeren tot 18 jaar). CBS 1,90% 2,10% 1,90% 1,80%
% Jongeren met jeugdreclassering (van alle jongeren van 12 tot 23 jaar). CBS 0,60% 0,70% 0,60% 0,50%
Aantal cliënten met een maatwerkarrangement WMO (per 10.000 inwoners). CBS 775 805 820 1.020
* Gegevens bij het CBS over 2021waren bij het opmaken van de begroting nog niet voorhanden.

Analyse beleidsindicatoren BBV

Wat betreft het percentage jongeren met jeugdhulp kunnen we stellen dat het feit dat JENS meer preventief werkt en een aantal jongeren vanuit het voorliggend veld geholpen worden, er voor zorgt dat er minder gebruik wordt gemaakt van geïndiceerde jeugdhulp dan voor de start van JENS. Daar zien we nu de resultaten van in de afgelopen 2 jaren. Tevens is het natuurlijk zo dat de inzet van JENS op de huisartsenlijn ervoor heeft gezorgd dat het aantal verwijzingen gedaald is. Preventie en sneller signaleren en inzetten zorgt ervoor dat er minder lang en minder zwaar ingezet moet worden en de hulpverlening ook sneller kan afgeschaald worden naar het voorliggend veld. 

Wat betreft het aantal jongeren met jeugdbescherming en jeugdreclassering kan gesteld worden dat we merken dat er een terugloop is door het feit dat in de afgelopen jaren minder snel (zowel door de RdvK als de KIR) een maatregel wordt afgegeven. Daarnaast is het zo dat de verandering naar minder lang lopende OTS maatregelen (maximaal 2 jaar) een daling teweeg brengt in langlopende trajecten (vroeger was dit vaker 5 jaar en meer). Er wordt sneller afgeschaald door de gecertificeerde instellingen (bv na 1 jaar OTS) en terug gevallen op een vrijwillig kader (lees Toegang Regie).

Beleidskader programma

Omschrijving Kader Actualiteit
Beleidsplan Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). 2020
Beleidsplan Wmo 2022 -2028. 2022
Accommodatieplan Landgraaf. 2021
Bestuursovereenkomst Bureau Voortijdig Schoolverlaten Parkstad Limburg. 2015
Nota Landgraaf maakt werk van participatie. 2015
Beleidskaders arbeidsmarkt Parkstad Limburg 2016-2020. 2016
Preventieplan Jeugd. 2017
Visie opvang en beschermd wonen Parkstad. 2018
Bouwstenennotitie sluitende aanpak voor personen met verward gedrag. 2018
Regiovisie Geweld in Afhankelijkheidsrelaties. 2019
Subsidiebeleid gemeente Landgraaf 2019. 2019
Ondernemingsplan Werkgevers Service Punt (WSP). 2022

Wat willen we bereiken?

Doelen
6.1 Zoveel mogelijk inwoners laten deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.
6.2 Het stimuleren van zelfredzaamheid met als doel dat inwoners mee kunnen blijven doen in de samenleving en regie blijven houden over hun eigen leven.
6.3 Het faciliteren van een netwerk van laagdrempelige ondersteuningsvoorzieningen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Score effectindicatoren

Score effectindicatoren Bron 2018 2019 2020 2021 Ambitie Termijn
6. % tekort op BUIG. Gemeente 5,19% 7,98% 3,09% -0,42% 0% 2026
6. % jeugdwerkloosheid. UWV/CBS 4,85% 3,00% 3,00% ** > 2,50% 2026
6.2.1 % van de bevolking (18+) dat actief is als vrijwilliger in het brede sociale domein. Gezondheidsatlas GGD * - 29% 18% * > 25% 2026
6.2.2 % van de bevolking (18+) dat in de afgelopen 12 maanden mantelzorg heeft gegeven. Gezondheidsatlas GGD * - - 22% * > 25% 2026
6.2.3 Percentage van de bevolking (18+) met een hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore. Gezondheidsatlas GGD * - - 50,80% * < 45% 2026
6.2.4 Percentage inwoners dat voldoende zelfredzaam is (mensen met een score van 7,5 of hoger voor zelfredzaamheid). Parkstad in cijfers - 79,00% - * > 85% 2026
6.3.1 Percentage Wmo-aanvragers dat wist gebruik te kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Gezondheidsatlas GGD * 35,80% 29,00% 31,40% 30,00% > 50% 2026
6.3.2 Percentage Wmo-aanvragers dat aangeeft zich beter te kunnen redden door de ondersteuning die zij krijgen. Gezondheidsatlas GGD * 81,40% 79,90% 82,80% 86,00% > 89% 2026
* Gegevens van de Gezondheidsatlas worden eenmaal per vier jaar verstrekt, cijfers Jeugd betreft rapportagejaar 2019, cijfers volwassenen betreft rapportagejaar 2020.
** Cijfer voor 2021 was nog niet voorhanden bij het opmaken van de begroting.

Wat gaan we daarvoor doen?

Nr. Activiteiten in 2023
6.1.1 Implementatie nieuwe Wet inburgering.
6.1.2 Uitvoeren aanpak Kinderopvang Toeslagenaffaire (KOTA).
6.1.3 Onderzoeken hoe de Voorzieningenwijzer gerichter mensen uit de doelgroep kan ondersteunen.
6.2.1 Uitvoering geven aan het preventieplan jeugd, waaronder implementatie van schoolmaatschappelijk werk en vergroten van het naschools activiteitenaanbod voor jongeren in de wijk.
6.2.2 Het stimuleren van samenwerking tussen (burger)initiatieven, verenigingen en organisaties via Landgraaf Verbindt.
6.2.3 Het stimuleren van zelfredzaamheid en zorgen voor elkaar door bewustwording, communicatie en laagdrempelige ondersteuning.
6.2.4 Het continueren van de aanpak Landgraaf één tegen eenzaamheid.
6.2.5 Het ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers in het uitvoeren van hun taken binnen het brede sociale domein.
6.2.6 Opstellen van een lokale inclusie agenda en het stimuleren en ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan een inclusieve samenleving.
6.2.7 Continueren van het Koplopertraject om de bekendheid, gebruik en samenwerking van cliëntondersteuning te bevorderen.
6.2.8 Opstellen van een integrale wonen- zorg en welzijnsvisie met bijbehorend uitvoeringsprogramma.
6.2.9 Gevolgen Covid-19, inflatie en stijging energieprijzen volgen en zo nodig met passende maatregelen komen.
6.3.1 Stimuleren en ondersteunen van samenwerking tussen organisaties in het voorliggend veld als alternatief voor maatwerkvoorzieningen.
6.3.2 Uitvoeren van het transformatieplan Wmo om de toegang tot, inzet en kosten van maatwerkvoorzieningen te beheersen.
6.3.3 Bevorderen samenwerking tussen Jeugdhulp en Wmo voor een soepele overgang -18/+18.
6.3.4 Voorbereiden van de invoering van de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS).
6.3.5 Uitvoeren van een pilot (preventief) kwaliteitstoezicht Wmo en verbetering rechtmatigheidstoezicht Wmo en Jeugdhulp.

Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren voor 2023 Norm
6.0.0.1 Het aantal verstrekte uitkeringen aan het eind van het jaar. Afname 2% t.o.v. 2022
6.3.1.1 Afname inzet zware jeugdhulp. Afname 2% t.o.v. 2022
6.3.1.2 Percentage Wmo-aanvragers dat de kwaliteit van de ondersteuning die ze krijgen goed vinden. Minimaal 85%
6.3.1.3 % tevredenheid cliënten over het resultaat van het ondersteuningstraject participatie. > 80%
6.3.1.4 Aantal aanvragen bijzondere bijstand. 3.500
6.3.1.5 Aantal toegekende voorzieningen bijzondere bijstand. > 2.500
6.3.1.6 Aantal personen dat gebruik heeft gemaakt van schulddienstverlening (bron: Welsun). > 10% t.o.v. voorgaande jaar

Wat mag het kosten?

Financiën programma 6

(x € 1.000)
2021 2022 2023 2024 2025 2026
Bestaand beleid
Totaal baten bestaand beleid 18.321 16.876 16.716 21.279 19.846 18.478
- Directe salarislasten 4.495 5.313 5.401 5.536 5.757 5.914
- Overige directe lasten 67.251 65.620 66.299 66.272 65.428 66.128
- Kapitaallasten 259 236 244 253 254 262
Totaal lasten bestaand beleid 72.006 71.169 71.945 72.061 71.440 72.304
Saldo bestaand beleid -53.685 -54.294 -55.229 -50.782 -51.594 -53.826
Nieuw beleid
Totaal baten nieuw beleid 0 0 0 0 0 0
- Directe salarislasten 0 0 0 0 0 0
- Overige directe lasten 0 0 920 947 8 8
- Kapitaallasten 0 0 0 0 0 0
Totaal lasten nieuw beleid 0 0 920 947 8 8
Saldo nieuw beleid 0 0 -920 -947 -8 -8
SALDO taakveld -53.685 -54.294 -56.149 -51.729 -51.602 -53.833
Investeringen 131

In bijlage 2 van de programmabegroting worden de lasten en baten per taakveld weergegeven.

De volgende investeringen maken deel uit van dit programma (tussen haakjes bedragen inclusief BTW):
De investeringsuitgaven in 2023 van € 130.679 (€ 158.121) totaal, betreft de volgende investeringen:

Gedekte investeringen duurzame MOP's en MIP's € 130.679 (€ 158.121):
Taakveld 610 An de Voeëgelstjang warmtepomp aanbrengen € 43.560 (€ 52.708)
Taakveld 610 An de Voeëgelstjang warmteketel € 20.873 (€ 25.256)
Taakveld 610 An de Voeëgelstjang luchtbehandelingsinstallatie vervangen € 22.385 (€ 27.086)
Taakveld 610 An de Voeëgelstjang verlichting vervangen in LED € 43.860 (€ 53.071)

Bijdrage aan Verbonden Partijen

  

 

Verbonden partijen (x € 1000)
Naam organisatie 2022 2023 2024 2025 2026
GR centrumgemeente Maastricht inkoop jeugdzorg regio ZL 7.352 7.052 7.331 7.621 7.924
GR GGD ZL (Veilig Thuis) 399 409 416 424 431
GR Samenwerking Informele Zorg (gemeente Heerlen) 90 94 96 99 101
GR ISD BOL 21.303 21.304 21.184 21.090 21.121
GR Kredietbank Limburg 435 459 491 517 517
GR Omnibuzz 1.240 1.318 1.359 1.404 1.448
GR Werkvoorzieningschap Oostelijk ZL (WOZL) 9.311 8.724 8.265 7.735 7.070
GR Werkgevers Service Punt (WSP) 904 847 722 589 451
Totaal 41.033 40.208 39.865 39.478 39.063

Toelichting bijdrage aan Verbonden Partijen

GR Centrumgemeente Maastricht inkoop jeugdzorg regio Zuid-Limburg
De gemeente Maastricht is centrumgemeente voor de niet lokaal en landelijk ingekochte jeugdhulp. De financiële bijdrage voorziet in crisishulp, verblijf en de gecertificeerde instellingen. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 7.052.388.

GR GGD ZL (Veilig Thuis)
Zie programma 7. De begroting van de GGD is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 26. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 409.225. 

Samenwerking informele zorg (gemeente Heerlen)
Vanaf 2019 treedt de gemeente Heerlen namens Landgraaf op als de formele subsidieverstrekker voor die organisaties die mantelzorgers ondersteunen of informele zorg leveren in onze gemeente. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 93.869. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie.

GR ISD BOL
ISD BOL ontvangt een financiële bijdrage voor de beleidsvoorbereiding en uitvoering van taken met betrekking tot onderdelen van de Participatiewet. Daarnaast voert ISD BOL op verzoek van de gemeente aanvullende regelingen uit. De begroting van ISD BOL is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 25. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 21.304.051.

GR Kredietbank Limburg
De Kredietbank Limburg ontvangt een bijdrage voor de uitvoering van schuldhulptrajecten. Hiermee worden inwoners die in financiële problemen zijn gekomen, en die daar zonder hulp van buiten niet meer uit komen, ondersteunt. De begroting van de Kredietbank is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 18. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 459.173.

GR Omnibuzz
Omnibuzz ontvangt een financiële bijdrage voor de uitvoering van het collectief- en individueel vervoer van Wmo-cliënten met een indicatie. De begroting van Omnibuzz is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 32. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 1.318.120.

GR Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid Limburg (WOZL)
Het WOZL ontvangt een financiële bijdrage voor de uitvoering van beschut werk en de invulling van het formeel werkgeverschap in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). De begroting van WOZL is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 24. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 8.723.890.

GR Werkgevers Service Punt
Het Werkgevers Service Punt ontvangt een financiële bijdrage voor de werkgeversdienstverlening ten behoeve van de doelgroep Wsw en Participatiewet én voor de uitvoering van de Wsw, met uitzondering van het formeel werkgeverschap. De begroting van het WSP is vastgesteld in de raadsvergadering van 19 mei 2022 onder raadsvoorstel 24. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 846.785.

Bijdrage aan Professionele Gesubsidieerde Organisaties

Professionele gesubsidieerde organisaties (x € 1000)
Naam organisatie 2022 2023 2024 2025 2026
JENS (inkoop ambulante jeugdzorg) 7.531 8.537 8.818 9.109 9.410
Stichting Levantogroep meldpunt ZMP 16 17 18 18 19
Stichting MEE Zuid-Limburg 294 309 316 324 331
Calibris Advies (wijkleerbedrijf Landgraaf) 33 34 35 36 37
Stichting The Movefactory 22 22 22 22 22
Stichting Park Strijthagen (Eikske) 32 34 34 35 36
Stichting Samen Delen Regio Parkstad *
Stichting Voedselbank Limburg-Zuid *
Jeugdfonds Sport Limburg *
Jeugdfonds Cultuur Limburg * 277 291 298 306 312
Stichting Leergeld Parkstad *
Stichting Consuminderhuis Parkstad *
Vincentiusvereniging Landgraaf *
Stichting CMWW Brunssum-Onderbanken (belbus) 35 37 38 39 39
Stichting Welsun 1.998 2.327 2.379 2.200 2.248
Stichting An d'r Put 125 133 130 130 125
Stichting GIPS spelen en leren 5 5 5 5 5
Totaal 10.369 11.744 12.093 12.223 12.584
* Bedragen voor deze organisaties zijn gebundeld in één bedrag weergegeven

Toelichting bijdrage aan Professionele Gesubsidieerde Organisaties

JENS
De preventieve en ambulante jeugdhulp wordt gezamenlijk met Heerlen en Voerendaal ingekocht bij JENS door middel van een jaarlijkse ‘lumpsum’ bijdrage. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 8.536.983.

Stichting Levantogroep
Levantogroep wordt jaarlijks gesubsidieerd voor het meldpunt Zeer Moeilijk Plaatsbaren (ZMP) om problematische woonsituaties te stabiliseren en uithuiszettingen te voorkomen. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 17.243. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting MEE Zuid-Limburg
De bijdrage aan stichting MEE voorziet in de onafhankelijke cliëntondersteuning voor inwoners van Landgraaf die minder zelfredzaam zijn en daarvoor een beroep moeten doen op zorg- en ondersteuning vanuit de Wmo. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 308.384. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting Calibris Advies (wijkleerbedrijf Landgraaf)
Calibris advies ontvangt jaarlijks een subsidie voor de exploitatie van het Wijkleerbedrijf Landgraaf.
In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 34.072. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting The MoveFactory
Zie ook programma 5. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 22 duizend.

Stichting Park Strijthagen (Eikske)
Zie ook programma 5. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 33.642. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting Samen Delen Regio Parkstad, Voedselbank Limburg-Zuid, Jeugdfonds Sport Limburg, Jeugdfonds Cultuur Limburg, Leergeld Parkstad, Consuminderhuis Parkstad, Vincentiusvereniging Landgraaf. 
Deze organisaties ontvangen jaarlijks een subsidie zodat zij mensen die zelf onvoldoende financiële middelen hebben kunnen ondersteunen bij hun deelname aan de maatschappij. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 290.834. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting CMWW Brunssum-Onderbanken (Belbus)
Het CMWW ontvangt jaarlijks een subsidie voor de administratie en ondersteuning van de Landgraaf Bus (Belbus). In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 36.741. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting Welsun
De subsidie aan Welsun is bestemd voor de uitvoering van maatschappelijk-, ouderen- en cultureel werk, de Vrijwilligerscentrale, schulddienstverlening, inloop GGZ en Landgraaf Verbindt. In 2023 wordt dit geraamd op € 2.326.663. In de cijfers is de uitbreiding tijdelijke formatie 2 fte buurtopbouwwerk en 1 fte ouderenwerk (2023+2024) opgenomen.

Stichting An d’r Put
Stichting An d’r Put ontvangt een financiële bijdrage voor het beheer en exploitatie van de accommodatie, met als doel het in stand houden van de accommodatie voor een duurzaam en eigentijds aanbod van sociaal maatschappelijke activiteiten, sport, spel en cultuur. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 133 duizend. De stijging t.o.v. 2022 betreft indexatie. 

Stichting GIPS spelen en leren
De stichting ontvangt jaarlijks een subsidie voor het uitvoeren van gastlessen op alle basisscholen over het leven met een beperking. In 2023 wordt de bijdrage geraamd op € 4,5 duizend.

Wat zijn de risico’s?

(x € 1000)
Risico Majeure risico omschrijving Weerstandsbehoefte
2023 2024 2025 2026
R04 Niet ontvangen extra middelen Jeugdhulp. 0 1.224 1.128 777
R07 Minder Buig a.g.v. afname macrobudget. 1.086 889 889 889
R08 Capacitaire groei a.g.v. stijging clienten wmo. 111 195 230 209
R09 Capacitaire groei a.g.v. stijging clienten jeugd. 129 184 181 151
R11 Risico op te weinig bijdrage aan Programma Veilig thuis van de GGD ZL. 57 57 57 57
R13 Risicobijdrage aan risico's GR Omnibuzz zoals opgenomen in B2023 GR Omnibuzz. 64 64 64 64
R14 Meerkosten uitvoering nieuwe wet inburgering. 22 22 22 22
R15 Vergoeding alle extra kosten opvang en ondersteuning ontheemde OekraÏners. 0 pm pm pm
R19 Meerkosten jeugdhulp. pm pm pm pm
1.469 2.635 2.571 2.169

Toelichting risico’s

R04
Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hiervan is € 1,445 miljard toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast gaat het kabinet de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal pas bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. Reden waarom die middelen in formele zin nog niet meerjarig zijn toegevoegd aan de algemene uitkering door het Rijk. De provincies hebben toestemming gegeven om 100% van de formeel niet opgenomen extra middelen jeugdhulp als stelpost op te nemen in de nieuwe meerjarenramingen 2024 tot en met 2026. De impact van het eventueel toch niet verkrijgen van deze middelen wordt daardoor groter dan eerder vermeld in de kadernota 2023. De kans dat we deze middelen na afsluiten Hervormingsagenda niet zullen krijgen schatten we echter nog steeds in als klein (25%).

Risico jeugdhulp

R07

Het risico op een mindere dan nu geraamde Rijksbijdrage BUIG is ook meerjarig aanwezig zolang als het aantal uitkeringsgerechtigden blijft dalen. Onder de berekende maximale impact ligt een wat complexere technische berekening gebaseerd op de B2023 van de ISD BOL die tevens rekening houdt met de werking van de vangnetregeling. Omdat het een gegeven is dat bij een dalend aantal werklozen het macrobudget BUIG daalt schatten we de kans dat dit risico op komt in als zeer hoog (100%). Het opgenomen risicobedrag wijkt niet af van de kadernota 2023.

R08

Het risico dat we meerjarig de formatie Wmo moeten bijramen vanwege de verdergaande stijging van de vraag nemen we op als risico. Hierbij hebben we gebruikmakende van het voorspelmodel Wmo de procentuele toename van het aantal cliënten Wmo totaal t.o.v. het basisjaar 2022 gebruikt om een inschatting te maken van de mogelijke stijging van de personele meerlasten Wmo indien deze lasten mee zouden groeien met de stijging van het aantal cliënten t.o.v. 2022. Het opgenomen risicobedrag wijkt niet af van de kadernota 2023.

R09
Bij verdere doorgroei van de vraag naar jeugdhulp is niet uitgesloten dat de formatie verder zal moeten toenemen. Vooralsnog ramen we die capacitaire groei niet meerjarig omdat we ervanuit gaan dat de transformatie-agenda jeugd uiteindelijk zijn vruchten zal afwerpen. Dit betekent echter wel dat we ook hier een risico lopen. Uitgaande van een verhouding P lasten versus totale lasten jeugdhulp in 2021 van ca. 10% komen we tot een inschatting van het risico van de mogelijke bijraming in capaciteit indien de lasten zich daadwerkelijk ontwikkelen zoals nu meerjarig te ramen. We schatten de kans dat deze lasten opkomen in de eerste twee jaren in als zeer hoog (100%). Aannemende dat de effecten van de transformatieagenda jeugd vanaf 2025 hun vruchten afwerpen schatten we die kans in 2025 in als hoog (75%) aflopend naar gemiddeld (50%) in 2026. Het opgenomen risicobedrag wijkt niet af van de kadernota 2023.

R11
Het weerstandsvermogen van de GGD ZL is te laag. De verwachting is dat dit ook de komende jaren zo zal blijven gezien het feit dat het AB, in afwijking van de gemeenschappelijke regeling, heeft besloten geen financiële reserve aan te vullen, tenzij dit kan vanuit positieve jaarresultaten. Dit betekent dat iedere financiële tegenvaller bij de GGD ZL ten laste kan komen van de gemeenten. We nemen daarom in onze programmabegroting 2023 een risico op voor de GGD ZL. Het totaal (Kans * Impact/Hoog) van de risico’s wordt geschat op € 900 duizend voor het programma Veilig Thuis. Naar rato verdeelsleutel is het aandeel voor Landgraaf 6,36% hetgeen neer komt op € 57 duizend. Het opgenomen risicobedrag wijkt niet af van de kadernota 2023.

R13
Betreft het Landgraafs aandeel in de berekende weerstandsbehoefte GR Omnibuzz. Voor eventuele details verwijzen we naar de bijlage van de kadernota 2023 waarin dit risico in een kaart in detail is toegelicht. Het opgenomen risicobedrag wijkt niet af van de kadernota 2023.

R14
Sinds 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering van kracht. Aan de hand van de landelijke veranderopgave en regionale uitgangspunten wordt het lokale inburgeringstraject ingericht. Enerzijds komen er taken te vervallen door regionale aanbestedingen en anderzijds komen er taken bij door landelijke wetgeving. Dit heeft zijn doorwerking in het definitief beleggen van taken bij de gemeentelijke uitvoeringsorganisaties en de kosten daarvan. Het is op voorhand niet in te schatten of de rijksmiddelen toereikend zijn voor de taken. Deze programmamiddelen worden verkregen via een Specifieke Uitkering (SPUK). De hoogte van de SPUK hangt af van het aantal inburgeraars dat in het betreffende jaar in Landgraaf komt wonen en starten met de inburgering. Het risico blijft dat met deze nieuwe taken de budgetten per inburgeraar ontoereikend blijken. De berekening van een (rijks)budget per inburgeraar is nu op basis van gemiddelden. Daarnaast hebben we de laatste jaren een achterstand opgelopen bij de reguliere, verplichte taakstelling. Dit kan leiden tot mogelijk hogere, onvoorziene, kosten door mogelijke sancties met financiële gevolgen vanuit de toezichthouder (de provincie). Vooralsnog gaan we uit van een inschatting (Kans*Impact) van 50% waarbij per inburgeraar € 1 duizend extra nodig zal zijn.

R15
Dit risico is redelijkerwijze vervallen. De gemeenten krijgen niet alleen in 2022 € 386 miljoen specifieke uitkering voor onderwijshuisvesting voor Oekraïense kinderen maar ook tot de zomervakantie in 2023 € 318 miljoen. Van de 75.000 Oekraïense vluchtelingen zijn ongeveer 20.000 schoolgaande kinderen. Voor 2023 is dat bedrag voor Landgraaf ca. € 600 duizend. Reden om dit risico in de begroting in ieder geval in 2023 te laten vervallen en de jaren daarna op pm te zetten.

R19
Risico 19 betreft het risico op meerkosten jeugdhulp. Alhoewel we een substantieel deel van de  jeugdhulp waaronder de ambulante jeugdhulp lumpsum in de markt hebben gezet, lumpsum betekent dat de aannemer niet meer betaald krijgt voor de jeugdhulp dan het afgesproken en gecontracteerde bedrag, dienen we toch altijd rekening te houden met onvoorzienbare risico's die op kunnen komen. Risico's die leiden tot meerkosten die we redelijker wijze niet kunnen afwentelen op de gecontracteerde zorgleverancier. Kwantificering van dit risico is niet alleen zeer lastig maar bovenal ook niet opportuun reden om vooralsnog dit risico in te schatten op pm.