3.2 Uitgangspunten van de ramingen

Bij het samenstellen van de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 zijn de navolgende uitgangspunten gehanteerd.

Kerngegevens

Voor het bepalen van de omvang van de algemene uitkering zijn kerngegevens als basisgegeven van groot belang. Specifiek het aantal inwoners speelt direct en indirect de belangrijkste rol daarin. Voor Landgraaf, dat al jaren een daling van het aantal inwoners laat zien, is het financieel noodzakelijk om de krimp te vertalen in de meerjarenraming van de algemene uitkering. De prognose van het aantal inwoners ontlenen wij aan de gegevens van het Etil, onderdeel NEIMED (Nederlands Expertise en Innovatiecentrum Maatschappelijke Effecten Demografische krimp). De prognoses worden jaarlijks geactualiseerd.

Per 1 januari 2022 heeft Landgraaf naar verwachting 37.069 inwoners. Ten opzichte van 1 januari 2021 (37.236) een daling van 167 inwoners. Een trend die zich de komende jaren naar verwachting verder doorzet.

Navolgend de prognoses van inwoneraantallen: 

 

Jaar Aantal inwoners
2013 37.911
2014 37.573
2015 37.456
2016 37.465
2017 37.458
2018 37.604
2019 37.587
2020 37.434
2021 37.236
2022 37.069
2023 36.884
2024 36.693
2025 36.495
Tabel: Inwonersaantallen (per 1 januari van het jaar)

Indexering lasten

In de ramingen geldt voor het overgrote deel van de budgetten dat we die geïndexeerd hebben. 
De provincie geeft zoals te doen gebruikelijk in de begrotingsbrief een duidelijke aanwijzing voor het reëel ramen van de lasten en de te hanteren loon- en prijscompensatie in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025. We houden rekening met de budgettaire effecten van de loonstijgingen, zoals opgenomen in de mei/juni circulaire, en de overige lasten dienen ten minste geïndexeerd te zijn overeenkomstig de prijsontwikkeling bruto binnenlandsproduct (bbp) zoals gehanteerd in de toe te passen meicirculaire 2021. Onderstaand de prijsindex percentages bbp, vermeld in de meicirculaire 2021, zoals toegepast in de ramingen van deze begroting waar relevant.

Jaar 2021 2022 2023 2024 2025
CEP mrt 2021 prijsindex 1,50% 1,90% 1,60% 1,60% 1,60%
Tabel: index CEP en meicirculaire 2021

Indexering verbonden partijen

Bij de verbonden partijen volgen we de vastgestelde meerjarige begrotingen met de daarin opgenomen indexering.

Indexering salarislasten ambtelijke organisatie

Voor de raming van de salarislasten hanteren we dezelfde meerjarige index zoals we die ook al hebben staan in de huidige meerjarenraming. Alhoewel de crisis zijn impact zal hebben op de werkelijke loonstijgingen waar we mee geconfronteerd gaan worden moeten we ook rekening houden met stijgende werkgeverspremies voor pensioenen. 

Jaar 2022 2023 2024 2025
Indexering salarislasten in begroting 2022 3,00% 2,50% 2,50% 2,50%
Tabel: Toegepaste indexering salarislasten

Omdat in het nieuwe laatste ramingsjaar de index nog niet is verwerkt heeft iedere nieuwe meerjarenraming altijd een opvallende stijging tot gevolg in het laatste nieuwe ramingsjaar. In de bijgestelde raming zijn verder een aantal kleinere mutaties doorgevoerd waaronder de doorwerking van het onderhoud functiebeschrijvingen in HR21.

Indexering professionele welzijnsinstellingen

In 2022 zijn de geraamde bijdragen in de vorm van subsidies aan de professionele welzijnsinstellingen meerjarig geïndexeerd, gebaseerd op de geactualiseerde BBP-index zoals opgenomen in de meicirculaire 2021.

Rente

Aan zowel de al gevoteerde investeringen alsmede de nog te voteren investeringen wordt geen rente toegerekend. Voor de aan te trekken geldleningen is uitgegaan van een rentepercentage van 1,5%. 

Onvoorzien

Met het doel om in de begroting 2022 dekking te reserveren voor onvoorziene incidentele uitgaven is de stelpost “onvoorzien” opgenomen. Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht een post “onvoorzien” op te nemen, maar de omvang van die post is vrij. Voor 2022 is een bedrag van € 117.134 geraamd. Ten opzichte van 2021 is dit onveranderd gebleven.

Voor onvoorziene structurele uitgaven is in de begroting 2022 eveneens een stelpost structurele ruimte B opgenomen. Voor 2022 is deze € 83.235 groot. Meerjarig wordt jaarlijks ca. € 30.000 bijgeraamd. Deze stelpost structurele ruimte B kunnen we inzetten voor onvoorziene structurele uitgaven, uitgezonderd kapitaallasten.

Kostendekkendheid afvalstoffen en rioolheffing

Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing gaan we uit van 100% kostendekking.