1.1 Ontwikkeling begrotingssaldo

In dit deel van hoofdstuk 1 leggen we uit hoe we van de meerjarige raming 2024 tot en met 2026 zoals opgenomen in de primitieve begroting 2023 komen tot het geprognosticeerde saldo in deze ontwerpbegroting 2024 en de meerjarig geraamde saldi 2025 tot en met 2027. Tevens presenteren we het nieuwe beleid dat we geborgd hebben in deze begroting. Het nieuw beleid geprioriteerd in de door de raad vastgestelde kadernota 2024.

1.1.1 Meerjarenraming primitieve begroting

Terug naar navigatie - 1.1.1 Meerjarenraming primitieve begroting

Startpunt van de nieuwe ramingen in deze ontwerpbegroting zijn de ‘oude’ ramingen zoals die aan de raad zijn gepresenteerd en door de raad zijn vastgesteld in de primitieve begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.

(cijfers x € 1.000)
Formeel saldo begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 2023 2024 2025 2026
Meerjarensaldo na dekking nieuw beleid 5.446 3.560 1.846 0
Resterend saldo te storten in de algemene reserve 5.466 3.560 1.846 0
Formeel meerjarensaldo 0 0 0 0
Tabel 1

Primair vanwege de enorme groei van de Accres Relevante Uitgaven (ARU) van het Rijk in de Rijksbegroting 2023 en daardoor de enorme toename van de algemene uitkering in 2023 en 2025 veranderde het formeel meerjarensaldo (2) in de programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 naar een plussaldo van circa € 5,4 miljoen aflopend naar een nieuw evenwicht in 2026. Dit was dus het ’overschot’ na de structurele dekking voor nieuw beleid ter hoogte van € 1,6 – € 1,7  miljoen. Door deze grote plussaldi in de jaren 2023 tot en met 2025 – alles bij elkaar bijna € 11 miljoen -  te storten in de algemene reserve (3) resteerde in het boekwerk van de programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 een gepresenteerd meerjarig formeel evenwicht van € 0 over alle jaren. Dit zorgde echter tevens voor een enorme toename van de algemene reserve die op basis van de geplande stortingen vanaf 2025 zelfs boven de € 30 miljoen uit zou komen.

(2) Het formeel saldo is het saldo van alle baten en alle lasten. Dit betreft dus de structurele én de incidentele baten en lasten. Zijn de totale baten hoger dan de totale lasten dan is sprake van een positief saldo. Zijn de totale baten lager dan de totale lasten dan is sprake van een negatief saldo.
(3) Voor 2023 gebruikten we voor overschotten die direct voortkwamen uit de algemene uitkering de egalisatiereserve algemene uitkering. Die reserve hebben we op advies van de provincie afgeschaft maar met ingang van deze begroting opnieuw ingevoerd.

(cijfers x € 1.000)
Structureel en reëel saldo begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 2023 2024 2025 2026
Formeel meerjarensaldo begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 0 0 0 0
Eenmalige baten 6.695 1.448 47 1.326
Eenmalige lasten 8.444 7.630 7.153 699
Structureel en reëel meerjarensaldo 1.749 6.182 7.106 -627
Tabel 2

Na eliminatie van de incidentele baten en de incidentele lasten bleek dat het positieve structurele evenwicht in de periode 2023-2025 niet meer afliep maar juist toenam tot het enorme structurele plussaldo (4) van circa € 7,1 miljoen in 2025. Dit door de hogere incidentele lasten in de jaren 2023, 2024 en 2025. In het laatste jaar 2026 viel het structurele saldo door de afname van de algemene uitkering (5) in een ravijn van bijna € 8 miljoen ten opzichte van 2025 hetgeen tot een structureel negatief saldo leidde van € 627 miljoen. 

Het was dit zogeheten ravijnjaar 2026 wat ons noodzaakte de raad te adviseren terughoudendheid te betrachten met de dekking van nieuw beleid en daarmee een groot deel van het structurele plussaldo in de jaren 2023-2025 vooralsnog te reserveren. 

(4) De algemene uitkering is naar aard een structurele baat. Ook indien in een later jaar de uitkering veel lager is, dan nog blijft de beoordeling van de structurele en incidentele baten en lasten een structurele baat in het voorgaande jaar!
(5) De algemene uitkering is in de toepassing van de definitie structureel of incidenteel een structureel dekkingsmiddel. Ook als het een jaar later lager is dan het jaar daarvoor.

1.1.2 Meerjarenraming Kadernota 2024

Terug naar navigatie - 1.1.2 Meerjarenraming Kadernota 2024

In het voorjaar hebben wij een geactualiseerde meerjarenraming 2024-2027 gepresenteerd in de kadernota 2024 opgebouwd, vanuit de formele meerjarenraming 2024-2026 uit de begroting 2023, zoals hiervoor gepresenteerd en alle op dat moment bekende en in te schatten autonome ontwikkelingen waaronder de Voorjaarsnota. Dit noodzaakte tot autonome bijraming op enkele grote posten in de begroting. De nieuwe prognose van het formele saldo 2024 en meerjarenraming 2025-2027 was in de kadernota als volgt:

(cijfers x € 1.000)
Formeel saldo 2024-2027 Kadernota 2024 2024 2025 2026 2027
Totaal saldi na verwerking autonome ontwikkelingen -1.943 -912 1.087 1.535
Herstellen structurele storting in de algemene reserve (beleidskeuze) -750 -750
Egaliseren budgettair saldo via algemene reserve 2.693 1.662 413 -35
Geprognosticeerd saldo voor nieuw beleid 750 750 750 750
Tabel 3

Ondanks verdergaande groei van de algemene uitkering in de Voorjaarsnota 2023 bleek dat we na verwerking van alle bij de kadernota bekende autonome ontwikkelingen toch een formeel tekort verwachtten van circa € 1,9 miljoen in 2024 en € 912 duizend in 2025. Dit was geen verrassing want het overgrote deel van de groei van de algemene uitkering betrof immers loon en prijscompensatie. Groei, die we meer dan volledig nodig blijken te hebben om alle op loon- en prijsstijgingen gebaseerde autonome ontwikkelingen af te dekken.

Maar omdat we in 2023, zoals u ook hiervoor hebt kunnen lezen, een groot deel van het overschot aan algemene uitkering meerjarig stortten in de algemene reserve, konden wij de raad bij de kadernota 2024 toch, door verlaging van die eerder geplande stortingen in de jaren 2024 en 2025, een verwacht formeel overschot presenteren voor nieuw beleid van structureel circa € 750 duizend. 

Deze vooralsnog indicatieve ruimte plaatste de ruimtevragen van nieuw beleid, samengevat in het Beleidsalternatievenplan (BAP) (6) en het door het College gegeven adviesvoorstel voor het richtingendebat in het juiste financiële meerjarenperspectief. We hebben daarbij zoals ieder jaar benadrukt dat er altijd ontwikkelingen zijn na de kadernota. Ontwikkelingen die noodzaken tot enige behoedzaamheid met betrekking tot de gepresenteerde cijfers in de kadernota en het beklemmen van nog aanwezige ruimte.

(6) Dit BAP betreft de bijlagen met kaarten van de Kadernota.

1.1.3 Ontwikkelingen na Kadernota

Terug naar navigatie - 1.1.3 Ontwikkelingen na Kadernota

Na vaststelling van de Kadernota en voor het definitief opstellen van de nieuwe ontwerpbegroting zijn er altijd (autonome) ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële ramingen. We nemen immers in de kadernota alleen de grote autonome ontwikkelingen op. Een ieder jaar terugkerende ontwikkeling na kadernota, betreft de (her)beoordeling op juistheid, volledigheid en realiteit van alle niet in de kadernota meegenomen meerjarenbudgetten onder de noemer bijstelling richtbudgetten. De directe gevolgen van die herbeoordeling vertalen we in de bijstelling van de richtbudgetten. Ook komen er, zoals ieder jaar correcties voor op de in de kadernota gepresenteerde voorlopige cijfers, waaronder de bijstelling van de kapitaallasten, maar ook altijd enige cijfermatige correcties die zowel voor- als nadelig kunnen zijn. Dat is ook dit jaar wederom het geval. In onderstaande tabel treft u alle bijstellingen en correcties aan, die we na kadernota hebben vastgesteld.

(cijfers x € 1.000)
Ontwikkelingen na kadernota inbegrepen 2024 2025 2026 2027
bijstelling richtbudgetten
Neerwaartste bijstelling dividendopbrengst AO o.b.v. advies Provincie -154,37 -53,41 -54,91 -59,19
Raming legesopbrengsten herstraatwerkzaamheden structureel 100,00 100,00 100,00 100,00
Correctie van vanaf oude begroting 2021-2024 ten onrechte verlaagde raming lasten VVE-voorschoolse voorziening peuters (de baat in de vorm van de te ontvangen decentralisatie-uitkering is wel structureel geraamd). -50,00 -50,00 -50,00 -50,00
Correctie structureel bijramen uitvoeringskosten ISD BOL i.v.m.niet juist verwerkt administratief ontzorgen MOB (€ 33.356) + 0,5 fte uitvoering Welsun voor 2024-2025 (ruim € 44 duizend) -74,93 -76,62 -34,36 -34,36
Bijstelling AO Indexering prof. welzijnsorganisaties en - verenigingen t.o.v. AO Kadernota 2024. -159,65 -157,16 -125,41 -139,80
Bijstelling raming Rentepercentage voor kortlopende geldlening (wegens rentestijging markt) -185,00 -185,00 -185,00 -185,00
Bijstelling budgettair effect lasten Raad, college en voormalige wethouders -16,17 -22,57 -32,61 -74,48
Bijstelling n.a.v. vervroegde start raming kapitaallasten Eijkhagencollege vanwege vervroegd aangaan geldlening i.v.m. stijgende marktrente i.c.m. projectfinanciering en gedeeltelijke dekking. -200,00 -200,00 -212,32 -201,85
Kleine ruimtevragen Kadernota 2024 te verwerken in de mutaties richtbudetten -38,00 -28,00 -28,00 -28,00
Correctie niet in 'oude' meerjarenschijven verwerkte salarislasten van 2 ontwikkelcoaches MOB -109,35 -118,65 -101,46 -111,35
Ramen GR Zorg en Veiligheidshuis Parkstad inb doorwerking bijstelling 2023 naar 2024 e.v. jaren (€ 34.000) -86,00 -99,00 -115,00 -131,00
Bijstelling voordeliger effect ontwikkeling OZB t.o.v. AO in Kadernota 2024 180,74 196,39 209,60 237,49
Correctie in 'oude' meerjarenschijven 2023-2026 in de algemene reserve gestort budgettair voordeel van baten minus lasten BUIG, uitvoeringskosten ISD BOL en kleine uitk.regelingen. 344,00 331,00 300,00 300,00
Bijstelling raming kapitaallasten & diverse kleinere concernposten. -195,48 -223,12 -240,67 -96,74
Totaal saldo -644,20 -586,15 -570,13 -474,28
Tabel 4

Enkele opvallende bijstellingen betreft de eerder opkomende rentelasten (7) Eijkhagencollege, die het gevolg zijn van het feit dat hier sprake is van projectfinanciering (8) waarbij we de benodigde geldlening inmiddels hebben aangetrokken vanwege de stijgende marktrente. Ook zorgt de gestegen rente op de kapitaalmarkt voor een autonome bijraming van de geraamde rentelasten op de kortlopende leningen. Een andere autonome bijstelling betreft de neerwaartse bijstelling van het geraamde dividend onder andere van de BNG. We volgen hier één-op-één het advies van de provincie ten aanzien van de neerwaartse bijstelling te verwachten dividend per aandeel. Gelukkig zijn er ook een aantal meevallers als ontwikkeling te melden waaronder een positieve correctie op de verwachte opbrengst gemeentelijke belastingen en een correctie van een eerder in de algemene reserve gestort budgettair voordeel BUIG, dat nu voordelig uitpakt voor de exploitatieraming maar uiteraard dan wel nadelig voor de reservepositie. We ramen nu ook de verwachte legesopbrengsten als gevolg van herbestratingswerkzaamheden. Ondanks deze plusposten is onder aan de streep toch sprake van een verslechtering van de meerjarencijfers zoals bij de kadernota gepresenteerd. Het betreft deze deels voorzienbare ontwikkeling, die ons bij een kadernota telkens dwingt tot het achter de hand houden van een aantal bij de begroting in te zetten dekkingsmogelijkheden.

(7) Dankzij dekking in 2024 en 2025 door middel van de nog stelpost Onderwijshuisvesting (2x € 400 duizend) en lagere storting in algemene reserve (2x € 300 duizend) beperkt de bijstelling zich tot circa € 200 duizend structureel.
(8)  Bij projectfinanciering worden de rentelasten van een lening niet opgenomen in de zogeheten totaalfinanciering maar één-op-één gekoppeld aan het project waarvoor die lening is aangetrokken. 

1.1.4 Beleidskeuzes Kadernota 2024

Terug naar navigatie - 1.1.4 Beleidskeuzes Kadernota 2024

We hebben de raad, in de kadernota gebaseerd op de voorlopige ramingen, een prioriteringsadvies gegeven voor het op te nemen nieuwe beleid in de begroting 2024, uitgaande van het te verwachten positieve saldo van € 750 duizend. Daarnaast hebben we u voorgesteld enkele nieuwe beleidsalternatieven te dekken ten laste van de stelpost loon- en prijscompensatie. Ook zijn enkele beleidsalternatieven niet meerjarig vastgesteld maar slechts incidenteel gedekt ten laste van de algemene reserve of transformatiereserve. Deze beleidsalternatieven hebben een duidelijke en onvoorwaardelijke einddatum. Dat maakt dat er geen sprake is van structurele dekking. Zonder een nieuw besluit van de raad is er dus geen dekking voor dit nieuwe beleidsalternatief. Achtereenvolgens lichten we per dekkingssoort de beleidsalternatieven die nu opgenomen zijn in deze ontwerpbegroting toe.

Nieuw beleid ten laste van de verwachte structurele ruimte in de exploitatie

Terug naar navigatie - Nieuw beleid ten laste van de verwachte structurele ruimte in de exploitatie

Onderstaande ruimtevragen voor nieuw beleid hebben wij de raad in de Kadernota 2024 voorgesteld te dekken ten laste van de bij de kadernota geprognosticeerde € 750 duizend structurele ruimte voor nieuw beleid. Onder aan de streep resteert een kleine overschrijding van de bij de kadernota gepresenteerde ruimte met circa € 38 duizend oplopend tot circa € 61 duizend in 2027. We hebben deze beleidsalternatieven als nieuw beleid opgenomen in deze ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027.

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid structureel in de begroting 2024 2025 2026 2027
t.l.v. de beschikbare ruimte in exploitatie
RVC-exp 01 Uitbreiding tegemoetkoming in aanvullende collectieve ziektekostenverzekering Zuid-Limburg VGZ ISD BOL -30 -30 -30 -30
RVC-exp 20 Bijraming budget openbaar groen en reiniging Centra A, buitengebied C, overig areaal niveau B -500 -500 -500 -500
RVC-exp 24 Formatie Team Communicatie -134 -139 -142 -146
RVC-exp 25 Structureel maken 1 fte functie participatiecoach MOB -79 -82 -85 -87
RVC-exp 26 Formatie services -45 -46 -47 -48
Totaal per saldo -788 -797 -804 -811
Tabel 5

Nieuw beleid ten laste van de structurele stelpost loon- en prijscompensatie

Terug naar navigatie - Nieuw beleid ten laste van de structurele stelpost loon- en prijscompensatie

In de door de raad vastgestelde kadernota hebben wij de raad tevens voorgesteld een aantal alternatieven voor nieuw beleid te dekken ten laste van de relatief ruime structurele stelpost loon- en prijscompensatie. Dit omdat de vraag in meer of mindere mate het gevolg was van loon- en prijsstijging. Een ruime structurele stelpost die we in de begroting 2023 hebben ingesteld ter opvang van nog niet in te schatten structurele doorwerking van gestegen lasten als gevolg van inflatie. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de energielasten en het wegenonderhoud. De onderstaande ruimte vragende beleidsalternatieven, die eveneens als nieuw beleid zijn opgenomen in deze ontwerpbegroting, zijn gedekt ten laste van deze stelpost.

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid structureel in de begroting 2024 2025 2026 2027
t.l.v. structurele stelpost loon- en prijscompensatie
RVC-exp k03 Budgetsubsidie Consuminderhuis -5 -5 -5 -5
RVC-exp k04 Struct. Jaarl. Verhoging leerlingenvervoer bewegingsonderwijs SBO De Wissel -10 -11 -11 -12
RVC-exp k05 Voorzieningenwijzer -6 -6 -6 -6
RVC-exp 20 Loon en prijs deel budget openbaar groen en reiniging Centra A, buitengebied C, overig areaal niveau B -121 -186 -249 -313
Totaal t.l.v. stelpost L&P -142 -208 -271 -336
Tabel 6

Nieuw beleid meegenomen in de bijstelling van de richtbudgetten

Terug naar navigatie - Nieuw beleid meegenomen in de bijstelling van de richtbudgetten

De financiële impact van een deel van de in de kadernota opgenomen ruimtevragen voor nieuw beleid was dusdanig klein of was bij nader inzien autonoom van karakter, dat we u al bij de kadernota voorgesteld hebben deze saldi, samen met de enige ruimtecreatie ‘RCC-exp 01 Verlaging exploitatiebijdrage aan beheersstichting Park Ter Waerden’ als gedeeltelijke dekking, mee te nemen in de jaarlijkse bijstelling van de richtbudgetten (9) . Dit betrof de onderstaande ruimtevragen. In tabel 4 zijn de financiële gevolgen hiervan al meegenomen.

(9) In de Kadernota is voorgesteld 'RVC-expl 04 en RVC-exp 05' te dekken ten late van de ruimtecreatie ‘Verlaging exploitatiebijdrage aan beheersstichting Park Ter Waerden’.  Aangezien die ruimtecreatie ook verwerkt is ten laste van de richtbudgetten maken deze ruimtevragen deel uit van deze tabel. 

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid mee te nemen in bijstelling richtbudgetten 2024 2025 2026 2027
RVC-exp k02 Budget incidentele culturele activiteiten -10 -10 -10 -10
RVC-exp k06 Verkiezingsborden -12 -2 -2 -2
RVC-exp 04 Structurele jaarlijkse verhoging bewegingsonderwijs ( AO) -21 -22 -22 -23
RVC-exp 05 Structurele jaarlijkse verhoging leerlingenvervoer bewegingsonderwijs ( AO) -16 -16 -17 -17
RVC-exp 22 Aanpak wortelopdruk -16 -16 -16 -16
RCC-exp 01 Verlaging exploitatiebijdrage aan beheersstichting Park Ter Waerden 39 39 39 39
Totaal per saldo -36 -27 -28 -29
Tabel 7

Nieuw beleid ten laste van reserves

Terug naar navigatie - Nieuw beleid ten laste van reserves

In de kadernota 2024 hebben wij de raad ook voorgesteld bij een aantal alternatieven voor nieuw beleid een onvoorwaardelijke einddatum te bepalen. Dit omdat we van mening zijn dat dit beleid zich eerst moet bewijzen alvorens we de raad vragen te besluiten hiervoor een structurele dekking aan te gaan. Dit beleid stopt dus onvoorwaardelijk op de einddatum. Daar waar slechts voor een jaar budget is opgenomen loopt dit beleid ook al in 2023 hetgeen evaluatie van dit beleid in 2024 mogelijk maakt.

 

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid incidenteel in de begroting t.l.v. reserves 2024 2025 2026 2027
RVC-exp 02 Versterken vrijwilligersbeleid vanuit de particitatiewet -223 -232
RVC-exp 07 Continuering project Vebego particpatie@work -70 -45
RVC-exp 11 Gebiedsaanpak Smart Mobiltiy -40
RVC-exp 13 Werkbudget Vrijetijdseconomie & Evenementen -90
RVC-exp 14 Capaciteit Omgevingswet (t.l.v. reserve transformatie) -287 -298
RVC-exp 15 Voeden Reserve Transformatie -3.400
RVC-exp 16 Werkbudget ruimtelijke ontwikkeling -100 -100
RVC-exp 17 Regionale Economische Samenwerking -60 -60
RVC-exp 18 Vervanging elementverharding -50 -50
RVC-exp 23 Voortzetting Praktech -100
Subtotaal t.l.v. algemene reserve -4.320 -685
Subtotaal t.l.v. reserve transformatie -100 -100
Totaal t.l.v. reserves -4.420 -785
Tabel 8

Het incidenteel gefinancierde beleid maakt deel uit van het onderzoeksplan 213A. In 2024 zullen daarom de gebiedsaanpak Smart Mobility, het beleid vrije tijd en evenementen en Praktech geëvalueerd worden. Op basis van de uitkomst van die evaluatie zullen we beoordelen of hernieuwde en zo nodig structurele financiering wenselijk is. Het is vervolgens aan de raad om op basis van de integrale afweging van alle dan voorliggende beleidsalternatieven en de beschikbare financiële ruimte te bepalen of voortzetting van de financiering gewenst is.  

Omdat de dekking van dit beleid in deze begroting ten laste van de reserves gaat heeft dit geen impact op het exploitatiesaldo van de begroting, maar uiteraard wel op onze reservepositie.

Nieuw beleid ten laste van de beschikbare ruimte voor kapitaallasten

Terug naar navigatie - Nieuw beleid ten laste van de beschikbare ruimte voor kapitaallasten

Naast nieuw beleid dat direct gedekt wordt uit de eventuele ruimte in de exploitatie, eventuele stelposten of reserves hebben we ook nieuw beleid dat als investering kan worden aangemerkt. De lasten van een investering  - de zogenaamde kapitaallasten - worden voor de duur van de afschrijvingstermijn in de exploitatie opgenomen. Jaarlijks houden we in de ramingen al rekening met voldoende ruimte voor die kapitaallasten. Mits we met het totaal aan investeringen binnen die ruimte blijven hoeven we dus geen aanvullende dekking te zoeken, voor de kapitaallasten die het gevolg zijn van die investeringen. 

We hebben naast de investeringslijst programma’s en bedrijfsvoering nog een tweetal andersoortige investeringsuitgaven. De kapitaallasten die het gevolg zijn van de jaarlijkse investeringen in de riolen worden verwerkt in het tarief voor de rioolheffing en worden dus gedekt door de geraamde rioolheffingsopbrengsten. De jaarlijkse investeringen in de riolen zijn gebaseerd op het actuele watertakenplan dat al door de raad op 6 juli 2023 is vastgesteld. Daarmee zijn die kapitaallasten autonoom. We beschouwen dit daarom niet meer als nieuw beleid.

We zijn verplicht om de benodigde investeringen in onze accommodaties, gebaseerd op de actuele Meerjaren Onderhouds- (MOP) en Investeringsplannen (MIP) apart op te nemen in de begroting. De raad heeft deze plannen al vastgesteld. De hieruit voortkomende kapitaallasten zijn daarom ook verwerkt in deze begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027. We beschouwen ook deze autonome lasten daarom niet als nieuw beleid.

Alles bij elkaar autoriseert u als raad het college bij vaststelling van deze begroting tot het doen van nieuwe investeringsuitgaven met een totaal van circa € 5,8 miljoen inclusief BTW bestaande uit € 5,1 miljoen aan programma-investeringen en € 699 duizend aan bedrijfsvoeringinvesteringen (10).

(10) Let op dit zijn de bedragen inclusief BTW. In de kadernota stonden de bedragen exclusief BTW.

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid Investeringen 2024 Uitgave krediet 2024 2025 2026 2027
RVC-inv 01 Vervanging toplaag BMX-baan -73 0 -7 -7 -7
RVC-inv 02 Vervanging elekronisch starthek -42 0 -2 -2 -2
RVC-inv 03 Aanleg ledverlichting beachveld Park Heigank -61 0 -4 -4 -4
RVC-inv 04 Vervanging inventaris sportzaal Hoefveld -36 0 -3 -3 -3
RVC-inv 05 Reconstructieprojecten GVVP - ruggengraat -847 0 -24 -24 -24
RVC-inv 06 Verkeersveiligheidsprojecten -242 0 -7 -7 -7
RVC-inv 07 Transformatie Investeringsbudget -2.420 0 -69 -69 -69
RVC-inv 08 Aanschaf accukluis -64 0 -4 -4 -4
RVC-inv 09 Jaarlijks investeringsbedrag OV-armaturen naar LED -278 0 -14 -14 -14
RVC-inv 10 Vervangingsinvestering wegen -714 0 -20 -20 -20
RVC-inv 11 Vervangen OV-masten -295 0 -7 -7 -7
RVC-inv 12 Stemhokjes verkiezingen -31 0 -2 -2 -2
RVC-inv programma's Subtotaal programma-investeringen: -5.103 0 -163 -163 -163
RVC-inv bedrijfsvoering Subtotaal bedrijfsvoeringsinvesteringen: -699 0 -101 -101 -101
Totaal -5.802 0 -264 -264 -264
Tabel 9

In bijlage 3 van deze begroting staan alle investeringen 2024 verder uitgewerkt.

Nieuw beleid (nog) niet opgenomen in deze ontwerpbegroting

Terug naar navigatie - Nieuw beleid (nog) niet opgenomen in deze ontwerpbegroting

Niet alle in de kadernota opgenomen alternatieven voor nieuw beleid zijn opgenomen in deze ontwerpbegroting. Dat was en is gelet op de gelimiteerde ruimte voor nieuw beleid niet mogelijk. In de navolgende tabel treft u het overzicht aan van de niet in deze ontwerpbegroting opgenomen alternatieven voor nieuw beleid. Dit overzicht wijkt niet af van het adviesvoorstel dat we u hebben gegeven in de door de raad vastgestelde kadernota 2024 met uitzondering van 'RVR-exp 02 Deelname Witgoedregeling'. Die ruimtevraag hebben we niet opgenomen in deze ontwerpbegroting 2024 omdat deze ruimtevraag niet voldoende steun vond in de raad bij vaststelling van de kadernota 2024.

Hierbij maken we aanvullend nog de kanttekening dat ten aanzien van de (nog) niet in deze begroting opgenomen ruimtevraag 'RVR-exp 04 tot en met RVR-exp 07 Afschaffen hondenbelasting' de raad bij de kadernota nog geen definitief standpunt heeft ingenomen en pas bij de begrotingsbehandeling hierover de knoop wil doorhakken (11). Reden om het college per motie te verzoeken bij de ontwerp-programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 inzicht te verschaffen in de verschillende mogelijkheden tot financiële dekking van het (gedeeltelijk) afschaffen van de hondenbelasting, hierbij inbegrepen de eventuele gevolgen daarvan op de meerjarige financiële positie.

(11) De raad heeft daartoe de motie Hondenbelasting van de fractie PVV VVD CDA SP GL PvdA OPL EenLandgraaf unaniem aangenomen.

(cijfers x € 1.000)
Nieuw beleid (nog) niet in deze begroting opgenomen 2024 2025 2026 2027
RVR-exp 01 Vergoening van onze centra (CDA) -10 -10 -10 -10
RVR-exp 02 Deelname witgoedregeling (EenLandgraaf) -1.200
RVR-exp 03 Snellere schuldhulpverlening (SP) -461 -166 -38
RVR-exp 04 Afschaffen hondenbelasting (SP/ VVD / GBBL) -428 -439 -448 -448
RVR-exp 05 Afschaffen hondenbelasting 1e hond (EenLandgraaf / OPL / VVD / CDA) -317 -327 -337 -347
RVR-exp 06 Afschaffen hondenbelasting 1e en 2e hond (EenLandgraaf) -393 -405 -417 -430
RVR-exp 07 Afschaffen hondenbelasting 1e hond over 3 jaren (GBBL / CDA) -105 -216 -337 -347
RVC-exp k01 Onderhoud aan particuliere bomen in voortuinen -7 -7 -7 -7
RVC-exp 03 Formatie Vitaliteit- en Opleidingen en Landgraaf Academie -40 -76 -77 -79
RVC-exp 06 Onderzoeksbudget onderwijshuisvesting -25 -25 -25 -25
RVC-exp 08 Kinderkledingpakketten -128 -128 -128 -128
RVC-exp 09 Uitbreiding tegemoetkoming kosten maatschappelijke participatie ISD BOL - toevoeging budget voor internet -285 -285 -285 -285
RVC-exp 10 Uitbreiding tegemoetkoming kosten maatschappelijke participatie ISD BOL - toevoeging budget voor benodigdheden -68 -68 -68 -68
RVC-exp 12 Onderzoek baatbelasting, BIZ en reclamebelasting -30 0 0 0
RVC-exp 19 Bijraming budget openbaar groen volledig niveau B meerkosten t.o.v. Wel opgenomen variant RVC20 -99 -99 -99 -109
Totaal per saldo -2.780 -1.533 -1.864 -1.801
Tabel 10

Totaalsaldo nieuw beleid in de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

Terug naar navigatie - Totaalsaldo nieuw beleid in de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027

In de navolgende tabel vatten we de totale som aan nieuw beleid samen zodat de raad een goed overzicht heeft van het financiële totaal aan nieuw beleid in deze ontwerpbegroting.

 

(cijfers x € 1.000)
Totaal saldo nieuw beleid Investerings uitgave 2024 2025 2026 2027
Nieuw beleid structureel in de begroting t.l.v. de beschikbare ruimte in exploitatie -788 -797 -804 -811
Nieuw beleid structureel in de begroting mee te nemen in bijstelling richtbudgetten -36 -27 -28 -29
Nieuw beleid structureel in de begroting t.l.v. structurele stelpost loon- en prijscompensatie -142 -208 -271 -336
Nieuw beleid incidenteel in de begroting t.l.v. reserves -4.420 -785 0 0
Nieuw beleid kapitaallasten investeringen programma's en bedrijfsvoering 2024 -5.802 0 -264 -264 -264
Totaal saldo nieuw beleid inclusief BTW Kapitaallasten -5.386 -2.081 -1.367 -1.440
Tabel 11

Een structurele exploitatielast als gevolg van nieuw beleid van ruim € 1,4 miljoen vanaf 2027. De veel hogere lasten in 2024 en 2025 zijn een gevolg van het incidenteel nieuw beleid dat gedekt wordt uit de reserves.