Bij het samenstellen van de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn de navolgende uitgangspunten gehanteerd.
3.2 Uitgangspunten van de ramingen
Indexering lasten
Terug naar navigatie - Indexering lastenIn de ramingen geldt voor het overgrote deel van de budgetten dat we die geïndexeerd hebben. De provincie geeft zoals te doen gebruikelijk in de begrotingsbrief een duidelijke aanwijzing voor het reëel ramen van de lasten en de te hanteren loon- en prijscompensatie in de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. We houden rekening met de budgettaire effecten van de loonstijgingen, zoals opgenomen in de mei/juni circulaire, en de overige lasten dienen ten minste geïndexeerd te zijn overeenkomstig de LP- index zoals gehanteerd in de toe te passen meicirculaire 2023. Onderstaand de LPO-index, vermeld in de meicirculaire 2023, zoals toegepast in de ramingen van deze begroting waar relevant.
Jaar | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 |
---|---|---|---|---|---|
CEP mrt 2023 LPO index | 4,54% | 4,22% | 4,18% | 3,58% | 3,22% |
Tabel: index CEP en meicirculaire 2023 |
Indexering verbonden partijen
Terug naar navigatie - Indexering verbonden partijenBij de verbonden partijen volgen we de vastgestelde meerjarige begrotingen met de daarin opgenomen indexering.
Indexering salarislasten ambtelijke organisatie
Terug naar navigatie - Indexering salarislasten ambtelijke organisatieVoor de raming van de salarislasten hanteren we dezelfde meerjarige index zoals we die ook al hebben staan in de huidige meerjarenraming. Alhoewel de crisis zijn impact zal hebben op de werkelijke loonstijgingen waar we mee geconfronteerd gaan worden moeten we ook rekening houden met stijgende werkgeverspremies voor pensioenen.
Jaar | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 |
---|---|---|---|---|
Indexering salarislasten in begroting 2024 | 4,20% | 4,10% | 2,50% | 2,50% |
Tabel: Toegepaste indexering salarislasten |
Omdat in het nieuwe laatste ramingsjaar de index nog niet is verwerkt heeft iedere nieuwe meerjarenraming altijd een opvallende stijging tot gevolg in het laatste nieuwe ramingsjaar. In de bijgestelde raming zijn verder een aantal kleinere mutaties doorgevoerd waaronder de doorwerking van het onderhoud functiebeschrijvingen in HR21en wijzigingen vanuit de CAO (zoals RVU, arbeidsongeschiktheidsverzekering en verhoging van de thuiswerkvergoeding).
Indexering professionele welzijnsinstellingen
Terug naar navigatie - Indexering professionele welzijnsinstellingenIn 2024 zijn de geraamde bijdragen in de vorm van subsidies aan de professionele welzijnsinstellingen meerjarig geïndexeerd, gebaseerd op de geactualiseerde LPO-index zoals opgenomen in de meicirculaire 2023.
Rente
Terug naar navigatie - RenteAan zowel de al gevoteerde investeringen alsmede de nog te voteren investeringen wordt geen rente toegerekend. Voor de aan te trekken geldleningen is uitgegaan van een rentepercentage van 1,5%.
Onvoorzien
Terug naar navigatie - OnvoorzienMet het doel om in de begroting 2024 dekking te reserveren voor onvoorziene incidentele uitgaven is de stelpost “onvoorzien” opgenomen. Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht een post “onvoorzien” op te nemen, maar de omvang van die post is vrij. Voor 2024 is een bedrag van € 117.134 geraamd. Ten opzichte van 2023 is dit onveranderd gebleven.
Voor onvoorziene structurele uitgaven is in de begroting 2024 eveneens een stelpost structurele ruimte B opgenomen. Voor 2024 is deze € 33.901 groot. Meerjarig wordt jaarlijks circa € 30 duizend bijgeraamd. Deze stelpost structurele ruimte B kunnen we inzetten voor onvoorziene structurele uitgaven, uitgezonderd kapitaallasten.
Kostendekkendheid afvalstoffen en rioolheffing
Terug naar navigatie - Kostendekkendheid afvalstoffen en rioolheffingVoor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing gaan we uit van 100% kostendekking.