In dit deel van hoofdstuk 1 presenteren we het formele meerjarensaldo opgebouwd vanuit het hiervoor gepresenteerde saldo van de kadernota, de ontwikkelingen na kadernota en het nieuwe beleid structureel gedekt ten laste van de exploitatie. Daarna geven we inzicht in het structurele meerjarenevenwicht. Dat doen we door uit het formele saldo de incidentele baten en incidentele lasten te elimineren.
1.2 Formeel en structureel meerjarig begrotingssaldo
1.2.1 Formeel begrotingssaldo 2024 en meerjarenraming 2025-2027 vóór sluitend maken
Terug naar navigatie - 1.2.1 Formeel begrotingssaldo 2024 en meerjarenraming 2025-2027 vóór sluitend makenTellen we het saldo van de kadernota, de ontwikkelingen na kadernota en de lasten van de ruimte vragen die gedekt moeten worden uit dit saldo, bij elkaar op dan resteert het formele saldo voor sluitend maken.
(cijfers x € 1.000) | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|
Formeel saldo Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 voor sluitend maken | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |||
Formeel saldo 2024-2027 Kadernota 2024 | 750 | 750 | 750 | 750 | |||
Ontwikkelingen na kadernota inbegrepen | -644 | -586 | -570 | -474 | |||
Nieuw beleid structureel in de begroting t.l.v. de beschikbare ruimte in exploitatie (excl. L&P en RB) | -788 | -797 | -804 | -811 | |||
Totaal saldi | -683 | -633 | -624 | -535 | |||
Tabel 12 | |||||||
We zien dat we een meerjarig formeel tekort hebben. Dat betekent dat we dekking moeten zoeken voor het formele tekort. Met een mogelijk formeel te dekken tekort houden we bij de kadernota ieder jaar opnieuw rekening. Het is daarom dat we bij die kadernota enkele structurele nog niet beklemde dekkingsposten achter de hand houden. Dit hebben we de raad ook transparant gecommuniceerd bij de kadernota. Posten die, we in de begroting kunnen inzetten, indien de cijfers van de kadernota bij de begroting minder goed uitvallen, maar ook posten ter dekking van eventueel nog niet in de begroting opgenomen nieuw beleid, dat bij de begrotingsbehandeling toch nog de steun heeft van de raad.
1.2.2 Formeel begrotingssaldo 2024 en meerjarenraming 2025-2027 na sluitend maken
Terug naar navigatie - 1.2.2 Formeel begrotingssaldo 2024 en meerjarenraming 2025-2027 na sluitend makenWe zetten als dekking voor het nog aanwezige tekort in:
- Een deel van de beschikbare structurele stelpost loon- en prijscompensatie 2023 ter hoogte van € 384 duizend in 2024 aflopend tot € 190 duizend in 2027. In deze stelpost resteert daarmee in de periode 2024-2027 nog structureel € 400 duizend;
- Een ophoging van de raming voorschot teruggave BTW compensatiefonds van € 200 duizend naar € 350 duizend. Dat is 50% van de maximaal te ramen baat (12);
- Een verdergaande verlaging van de in de 'oude' meerjarenschijven 2024 en 2025 verwerkte aanvullende storting in de algemene reserve, respectievelijk verhoogde onttrekking aan de algemene reserve in 2026 en 2027 ter hoogte van de bedragen zoals opgenomen in onderstaande tabel.
(12) We mogen maximaal een teruggave ramen uit het BTW-Compensatiefonds ter hoogte van de laatste werkelijke teruggave. Die lag in 2022 rond de € 700 duizend. Er is geen enkele garantie dat we in 2024 wederom zo’n grote teruggave krijgen. Volledige raming van de ruimte is daarmee niet aan te bevelen.
(cijfers x € 1.000) | |||||
---|---|---|---|---|---|
Formeel saldo Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 na sluitend maken | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Formeel saldo 2024-2027 Kadernota 2024 vóór sluitend maken | -683 | -633 | -624 | -535 | |
Aframen deel restant doorwerking stelpost loon- en prijscompensatie 2023 naar €400 duizend. | 384 | 318 | 254 | 190 | |
Verhogen voorschot BTW compensatiefonds van €200 duizend naar €350 duizend. | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Mutaties stortingen (2024+2025) en onttrekkingen (2026+2027) algemene reserve | 149 | 166 | 220 | 196 | |
Totaal saldi | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Tabel 13 | |||||
Na inzet van deze dekkingsposten resteert een meerjarig formeel evenwicht van baten en lasten.
1.2.3 Structureel en reëel begrotingssaldo 2023-2026
Terug naar navigatie - 1.2.3 Structureel en reëel begrotingssaldo 2023-2026De Provincie stelt als toezichthouder hoge eisen aan het evenwicht in het exploitatiesaldo. Het exploitatiesaldo in de nieuwe begroting dient meerjarig structureel en reëel in evenwicht te zijn. Daarmee wordt bedoeld dat de structurele lasten niet groter mogen zijn dan de structurele baten. Om te komen tot het structurele evenwicht dient het formele begrotingssaldo 2024-2027 daarom gecorrigeerd te worden voor de incidentele baten en de incidentele lasten. Het dan resterende saldo dient vanaf enig jaar en bij voorkeur in het eerste jaar groter te zijn dan nul.
Lukt dat niet in het eerste jaar dan dient uiterlijk in het laatste van de meerjarenraming dat structureel evenwicht bereikt te worden. Dat is de hoofdregel. Omdat we in de begroting 2023 structureel evenwicht hadden in het eerste jaar 2023 (12) geldt voor 2024 daarom de hoofdregel dat we of 2024 in evenwicht zijn of uiterlijk het laatste jaar 2027.
Elimineren we de incidentele baten en lasten uit het formele saldo, dan resteert het structureel saldo. Uit tabel 14 blijkt dat sprake is van structureel evenwicht met ingang van 2024.
(12) We hadden in de begroting 2022 pas structureel evenwicht vanaf 2025.
(cijfers x € 1.000) | |||||
---|---|---|---|---|---|
Structureel en reëel saldo begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | |
Formeel meerjarensaldo begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
eenmalige baten | 15.262 | 3.833 | 3.750 | 3.962 | |
eenmalige lasten | 16.959 | 11.233 | 2.524 | 4.373 | |
Structureel en reëel meerjarensaldo (x €1000) | 1.697 | 7.400 | -1.226 | 411 | |
Tabel 14 |
Opvallend zijn de grote omvang van incidentele baten en lasten in de jaren 2024 en 2025 en het negatieve saldo in 2026. De incidentele baten en lasten worden afzonderlijk toegelicht in Hoofdstuk 3 van deze begroting. Het gros van de incidentele posten betreft mutaties in de reserves.
Het ontbreken van structureel evenwicht in 2026 heeft alles te maken met het zogeheten ravijnjaar 2026. Door de enorme afname van de algemene uitkering in 2026 ten opzichte van voorgaande jaren slaat het grote positieve evenwicht in 2024 en 2025 om in een structureel tekort in 2026. Een structureel tekort dat in de begroting 2023 nog half zo groot was. Gelukkig slaat het evenwicht in 2027 weer om naar de positieve kant. Zonder groei van de algemene uitkering of reparatie van het ravijn door het Rijk lopen we dus in 2026 tegen een structureel tekort aan. Groei van de algemene uitkering is behoudens groei als gevolg van indexatie, vanwege het bevriezen van de trap op trap af systematiek tot en met 2026, niet te verwachten.
We hebben de gegevens uit de jaarlijkse septembercirculaire zoals te doen gebruikelijk niet verwerkt in de ontwerpbegroting. We nemen deze tegelijk mee met de nieuwe meicirculaire 2024, in aanloop naar de kadernota 2025, die voorjaar 2024 aan de raad wordt aangeboden.